VV08 Omslag 600
Januari 2021

Alle nieuwbouw zonder aardgasaansluiting?

38 01

Netbeheerders zijn vanaf 1 juli 2018 niet langer verplicht nieuwbouw op het gastransportnet aan te sluiten. Bij bijna 90 procent is dat inmiddels het geval. Toch kiezen 52 van de 355 gemeentes ervoor nieuwe woningen of wijken van aardgas te laten voorzien. In veel gevallen wordt dat gedaan vanwege de kosten of contracten die voor die tijd zijn afgesloten. Als colleges van B&W zich op de zogeheten gebiedsaanwijzing beroepen, maakt dat gasloos bouwen en de energietransitie echter wel stroever.

Sinds de invoering van het klimaatakkoord, Europese klimaatafspraken en de aardbevingen in de aardgaswingebieden in Groningen heeft het kabinet versneld ingezet op de uitfasering van aardgas in de gebouwde omgeving en verduurzaming van de warmtevraag. De meest gemakkelijke wijze om dat te doen is door de aansluitplicht die de netbeheerders hebben bij alle nieuwbouw (zowel residentieel als utiliteit) te laten vervallen. Nieuwbouw is immers vaak goed geïsoleerd en kan het best en snelst op ‘all-electric’ (wp/pv) of een warmtenet overstappen.

Gebiedsaanwijzing

Het laten vervallen van die aansluitplicht – in de praktijk een verbod op aardgas – heeft echter grote gevolgen voor de bouw en installatiebranche. Woningen in de nieuwbouw zijn jaren geleden op de tekentafel uitgelegd en kennen een lange looptijd voordat ze uiteindelijk worden gerealiseerd. Als projectontwikkelaars die op een of andere wijze moeten aanpassen op duurzame warmte – hetzij via (individuele of collectieve) warmtepompen, hetzij via een warmtenet of een combinatie daarvan – lopen hun projecten vertragingen op en zullen de bouwkosten hoger uitvallen. Om aan die bezwaren tegemoet te komen, heeft de Gaswet van 2018 een zestal uitzonderingen gemaakt, ook wel bekend onder de naam ‘regeling gebiedsaanwijzing gasaansluitplicht’. Dankzij die regeling kan een college van B&W – met zwaarwegende redenen omkleed – een gebied aanwijzen waarbinnen de netbeheerder de nieuwbouwwoningen toch op het gasnet zal moeten aansluiten. Zo kan een gemeente van de regeling gebruik maken als het voor 2018 al concrete beleidsplannen heeft opgesteld om aardgasvrij te bouwen en die plannen ook binnen vijf jaar kan realiseren. Een andere uitzondering is als het technisch onmogelijk is om nieuwe woningen of wijken aardgasvrij uit te rusten op de krappe (regionale) woningmarkt. Hetzelfde gaat voor de laatste uitzondering op: meerkosten. Ook in dat geval moet het college van B&W aannemelijk maken dat er krapte op hun woningmarkt is én dat de kosten van aardgasvrij bouwen zo hoog worden dat een project niet of slechts met aanzienlijke vertraging kan doorgaan.

38 02Juist nieuwbouwwoningen zijn prima geschikt om aardgasloos te bouwen.

Netbeheerders

Intussen bemerken de netbeheerders dat het percentage aardgasloze woningen in de nieuwbouw van kwartaal op kwartaal stijgt. Ruim een half jaar na de nieuwe Gaswet lag het percentage in het verzorgingsgebied van Liander, een van de grootste netbeheerders, op 65 procent. Begin dit jaar is dat in Zuid-Holland tot 91 procent toegenomen. Van de bijna tweehonderd gemeenten in hun gebied haalt nu meer dan een kwart de cirkel: daar is alle nieuwbouw aardgasloos uitgevoerd, dat wil zeggen overgestapt op een ‘all-electric’ (pv/wp) oplossing of een warmtenet. Bij Stedin en Enexis, de twee andere grote netbeheerders, valt hetzelfde patroon te zien: ook daar is het aandeel van nieuwbouw zonder aardgas fors toegenomen. In 2019 bleek dat bij Enexis slechts 60 procent terwijl dat in het eerste kwartaal van 2020 al 82 procent was geworden. Stedin toont vergelijkbare cijfers en heeft begin 2018, anticiperend op de nieuwe gaswet, zelfs een inkeerregeling in het leven geroepen: aan alle nieuwe contracten is tegenwoordig een ontbindende voorwaarde toegevoegd die het voor projectontwikkelaars mogelijk maakt om zonder kosten nieuwe projecten alsnog aardgasloos te maken (ook Liander heeft zo’n regeling voor ontwikkelaars en corporaties opgetuigd, red.). Toch is een percentage van 8 – 12 procent in de nieuwbouw dat wél op het gastransportnet mag worden aangesloten, een punt van zorg bij de netbeheerders. Op het totale bouwvolume van 2020 – circa 62.000 nieuwe woningen – is dat een stevig getal, duizenden woningen die nog steeds op het aardgasnet blijven aangesloten (bij Liander waren dat er in het derde kwartaal van 2020 nog meer dan duizend, red.). Een gemiste kans, althans volgens de netbeheerders. ‘We zien dat het aandeel gasloze nieuwbouw inmiddels is opgelopen tot de 90 procent’, schrijft Jenny Huttinga, woordvoerder Netbeheer Nederland. ‘Wel vinden we het, afhankelijk van zwaarwegende redenen van de gemeenten, vanuit maatschappelijk oogpunt nogal teleurstellend als de nieuwbouw met een aardgasaansluiting wordt aangelegd. Juist nieuwbouwwoningen zijn prima geschikt om aardgasloos te bouwen. Ze zijn goed geïsoleerd en je hoeft maar één keer een investering te doen voor duurzame warmte. Woningen die we nu nog met aardgasaansluiting uitvoeren, zullen we binnen 20 jaar moeten afsluiten. Dat brengt versnelde afschrijvingen voor het gasnet met zich mee, kosten die inwoners van het verzorgingsgebied in de loop der tijd wel moeten ophoesten.’ Nadere inlichtingen over kosten en afwegingen kon ze niet verstrekken. ‘Netbeheerders zijn uitsluitend uitvoerder van de Gaswet. De afweging of nieuwbouw wel of niet op aardgas wordt aangesloten, ligt dus bij de gemeenten’, zei ze.

38 03De netbeheerders merken dat het percentage aardgasloze woningen in de nieuwbouw van kwartaal op kwartaal stijgt.

Gemeenten

Het gasregister van de Autoriteit Consument & Markt (acm) laat zien dat van de huidige 355 gemeenten er meer dan vijftig gebruikmaken van de gebiedsaanwijzing om nieuwbouw op aardgasnet aan te sluiten, allemaal concrete projecten. In veel gevallen zijn dit kleinere gemeenten maar er staan ook enkele grotere tussen, als Arnhem, Leiden en Leeuwarden. Bij de eerste twee kan het gaan omdat ze vergevorderde plannen hebben voor de aanleg van warmtenetten, een van de gronden waarop het college zich qua uitsluiting kan beroepen. Voor Leeuwarden geldt dat Steenslân, een nieuwbouwwijk aan de oostkant van Stiens, al begin 2017, dus ruim voor de nieuwe Gaswet, op het aardgasnet van Liander werd aangesloten, zo liet persvoorlichting desgevraagd weten. Een apart geval is De Wolden, de Drentse gemeente tussen Hoogeveen en Meppel met zo’n 24.000 inwoners. Begin 2020 heeft de raad besloten om de hele gemeente via een gebiedsaanwijzing van aardgas te voorzien. Het college maakte geen onderscheid tussen bestaande bouw en nieuwbouw omdat ze wilde voorkomen om voor elk bouwproject aparte aanvragen in te dienen. Samen met Rendo, een kleine netbeheerder voor Zuid-Drenthe en Noord-Overijssel, onderzoekt de gemeente de mogelijkheid voor een volledig groen gas netwerk in 2030, gas dat straks kan worden gewonnen uit biomassa van agrariërs uit de omgeving. Tegen die gebiedsaanwijzing is succesvol bezwaar aangetekend door een van de belanghebbenden, Vereniging Milieudefensie. De milieuclub heeft het doel – de groengasstrategie – niet ter discussie gesteld maar wel het op voorhand aanwijzen van het gehele Wolder grondgebied, zo blijkt uit de raadsstukken. ‘Op grond van de Gaswet is het alleen mogelijk om een besluit te nemen met het oog op specifieke projecten. Uw besluit lijkt ook vooral ingegeven door bestuurlijke redenen. Bovendien wilt u eigenaren van nieuwe en bestaande woningen in deze zin gelijk behandelen. Dat is strijdig met de wet waarin onderscheid tussen nieuwbouw en bestaande bouw expliciet uitgangspunt is’, aldus de bezwaarschriftencommissie in haar afwijzing van de gebiedsaanwijzing voor De Wolden.

Netbeheerders merken dat het percentage aardgasloze woningen in de nieuwbouw van kwartaal op kwartaal stijgt

Gasketels?

Veel projectontwikkelaars kiezen wegens gemak en kosten graag voor de gebruikelijke hr-ketels, als het kan ook in de nieuwbouw (percentages en cijfers in deze schitteren echter door afwezigheid). Uit de gasmonitor van Natuur & Milieu, eind dit jaar gepubliceerd, blijkt dat cv-ketels de markt domineren hoewel warmtepompen (nu 45.000) relatief het snelst stijgen. Het totale aantal verkochte ketels in 2019 was maar liefst 450.000, een stijging van 4,8 procent vergeleken met 2018 (in 2014 lag die verkoop nog onder de 400.000). In absolute aantallen (21.000 meer) is dat veel hoger dan de verkoop van warmtepompen (ruim 9.000 meer). Het aantal aansluitingen op een warmtenet, zowel in de bestaande bouw als in de nieuwbouw, nam met 3,5 procent toe tot 400.000. Wie die cijfers onder ogen krijgt, beseft meteen dat de energietransitie voor Nederland aardgasland een complexe opgave is: blijft de verkoop van hr-ketels – ook voor de nieuwbouw – de komende jaren op hetzelfde niveau, dan komt de doelstelling van anderhalf miljoen duurzame huizen en gebouwen voor 2030 in gevaar. Een tussenoplossing waarvoor de vsk, de branchevereniging van ketelbouwers, daarom voor pleit, is de inzet van hybride installaties, met andere woorden een combinatie van een hr-ketel met een warmtepomp. Volgens Henk Sijbring, voorzitter van de vsk, kun je daarmee niet alleen ruim driekwart op de stookkosten besparen, maar is het tevens een mogelijke opstap naar de inzet van duurzame brandstoffen zoals biogas of waterstof. Het aandeel hybride warmtepompen in de totale verwarmingsmix is op dit moment niet bekend.

38 04Ook een alternatief voor aardgas is de inzet van duurzame brandstoffen, zoals biogas of waterstof.

All-electric

De enige manier om nieuwbouw zonder aardgas uit te voeren, is volgens Frank Agterberg all-electric. Agterberg is voorzitter van zowel de dhpa, de brancheorganisatie voor warmtepompen, als van bodemenergie nl, de koepelvereniging voor bedrijven en organisaties die aan open en gesloten bodemenergiesystemen in Nederland werken. Bij all-electric kan de nodige warmtevraag vervolgens op uiteenlopende manieren worden ingevuld, van duurzame warmtenetten – met koeling – tot warmtepompen in combinatie met seizoensopslag (wko). Verduidelijkt: ‘Stadsverwarming op hoge temperatuurniveaus heeft niet de toekomst omdat de bronnen daarvan vaak niet duurzaam zijn. Beter is om in te zetten op lt- of mt-warmtenetten met hybride invoer en seizoensopslag. Voor individuele systemen zijn warmtepompen met wko nu de meest duurzame optie. Sommige hotels passen zulke systemen al toe.’ De bouwer meent dat ‘all-electric’ voor de nieuwbouw de enige haalbare én realistische keuze is. Weliswaar zorgt de inzet van warmtepompen en pv-panelen voor een veel grotere druk op het elektriciteitsnet maar wie daarmee slim omgaat, bijvoorbeeld door uitwisseling van energiestromen van, naar en in de gebouwde omgeving, kan een wereld winnen. Slimme netten zijn een voorbeeld, warmte uit datacenters betrekken een andere. Ook kan je, zoals bij enkele blokken in een nieuwbouwwijk in Gouda wordt gedaan, warmtepompen aan bodemenergie koppelen. Om bruggen te bouwen, zal je echter eerst grenzen moeten oversteken. De oude infrastructuur wringt vaak met nieuwe, duurzame, decentrale oplossingen. Woningcorporaties – die het grootste deel van de nieuwbouw plaatsen – hikken aan tegen de investeringskosten. ‘Dat is begrijpelijk,’ zegt Agterberg. ‘Zij hebben hun budgetten gebaseerd op hr-ketels terwijl de kosten en terugverdientijden voor een duurzame warmtevoorziening nu al goed uit kunnen. Organiseer je corporatiewarmte op grotere schaal, dan dalen tevens de arbeidskosten en worden duurzame opties financieel aantrekkelijk.’ Gebouwgebonden financiering of een materialenpaspoort voor nieuwbouw zijn op dit moment vergezichten. De status daarvan? Onbekend.

Bronnen:
- Gasmonitor 2020: bit.ly/Rapport-Gasmonitor. 
- Gasregister acm: bit.ly/Gasaansluitplicht.
- Corporatiewarmte: https://corporatiewarmte.nl

Tekst: Tseard Zoethout, freelance journalist.
Fotografie: Industrie, Atelier Dutch, Stedin.

Meer weten over innovatieve technieken en ontwikkelingen?
Meld u dan nu aan voor onze gratis nieuwsbrief.