Januari 2026
Balanswijk oplossing voor duurzame gebiedsontwikkeling
Op het elektriciteitsnet komt steeds minder ruimte, zowel qua invoeding als afname van elektriciteit. Medio 2023 is netwerkbedrijf Alliander daarom met de ‘Balanswijk’ gestart, waarin onder meer gemeenten, ontwikkelaars en installateurs samenwerken om de energiebehoefte en -opwekking in de wijk op elk moment in evenwicht te brengen. ‘Dit is de nieuwe wijze van gebiedsontwikkeling: slimme sturing, duurzaam en vooral: integraal’, stelt Lianda Sjerps-Koomen, manager strategische innovatie bij Alliander.
Binnen Alliander, moederbedrijf van netbeheerder Liander, is Lianda Sjerps-Koomen sinds maart 2023 verantwoordelijk voor horizon 3-innovaties. Waar horizon 2-innovaties zich richten op nieuwe producten en diensten, gaan horizon 3-innovaties in tijd en impact verder door systeemveranderingen te agenderen en die, indien mogelijk, tevens uitgevoerd kunnen worden. Een van de meest aansprekende programma’s is de ‘Balanswijk’.
Sjerps-Koomen: ‘In april 2023 viel het ons, Maartje Brans, die net als directeur innovatie was aangenomen, onze woordvoerder Leonie Rikken en ik als manager strategische innovatie, op dat het energiesysteem geen rol speelt in bouwplannen. Terwijl er weinig ruimte is op het net. De andere aanleiding was om te kijken welke kant we eigenlijk op gaan en welke innovaties hebben we daarvoor nodig? Een woning of woonwijk zet je niet voor enkele jaren neer. Ook moet je de wijk zelf – of een aantal woningen – op een bepaald moment verbouwen. Met nieuwe riolering, andere infrastructuur of een aangepaste stedenbouwkundige opzet. Hoe woon je dan halverwege deze eeuw, welk duurzaam energiesysteem zit er dan in? Kan die wijk qua duurzame opwek en energievraag op elk moment in balans zijn?’
Dergelijke exercities zijn de afgelopen jaren allerwegen uitgevoerd. Echter niet voor elk moment van het jaar, noch op niveau van de wijk. ‘Wind en zon houden zich, althans landelijk, verrassend goed in evenwicht’, vervolgt ze. ‘Anders wordt het in een wijk. Daar heb je te maken met veel zonne-energie op het dak, maar veel minder met windenergie. Hoe breng je de wintervraag naar stroom en warmte, en de zomerse opwek via zonnepanelen in balans? En wat zijn dan de knoppen waaraan je moet draaien? Die vragen zijn niet alleen voor de toekomst interessant, maar ook vandaag de dag, zeker vanwege netcongestie.’
Ontwerpprincipes
Netbeheerders ontwerpen en bouwen geen woningen. Wat ze volgens Sjerps-Koomen wél kunnen doen, is gemeenten, stedenbouwkundigen en andere bouwpartners bij elkaar brengen om zowel bestaande als nieuwe wijken duurzamer in te richten. Met de ontwerpprincipes van de Balanswijk (ook wel ‘netbewust bouwen’) kunnen zowel het huidige woningtekort als netcongestie (grotendeels) worden opgelost.
Sjerps-Koomen: ‘Stedenbouwkundigen en energiespecialisten rekenen en tekenen alles van tevoren uit, van woningen en groenvoorzieningen, van parkeren en ontsluitingswegen tot aan de riolering aan toe. Behalve het energiesysteem zelf. Aan het eind van de rit, wanneer de wijk moet worden opgeleverd, krijgen netbeheerders nog even de vraag: kunt u de aansluiting verzorgen? Tot voor kort werkte dat. Maar nu, met nieuwe, duurzame energiesystemen, worden wij verplicht om achteraf kleine of grotere aanpassingen uit te voeren. Dat is pleisters op de wonden plakken. Als je aan het eind de installaties en het energiesysteem in de realisatie betrekt, is dat nogal onhandig. Dat kan slimmer.’
‘Installaties en energiesysteem aan einde in realisatie betrekken, is nogal onhandig’
Zongerichte oriëntatie van woningen is een van de maatregelen die volgens haar al in het prille begin door stedenbouwkundigen en andere bouwpartijen genomen kunnen worden. Daarnaast wordt ruimte in allerlei opzichten steeds schaarser. Hoe compact en energiezuinig maak je de woningen, wat is de afstand van de bron tot het afnamepunt, waar haal je de warmte vandaan en hoe richt je de mobiliteit- en transportsystemen in? Door slimmer met ruimte om te gaan, zorg je voor minder druk op het net waardoor er tevens meer mogelijkheden voor nieuwbouw worden geschapen.
‘Een groot deel van het vraagpatroon in de wijk valt te beïnvloeden door het ontwerp’, vervolgt ze. ‘Dat begint met het Programma van Eisen (PvE) dat de gemeente aan zo’n nieuwbouwwijk stelt. Of de woningen dan allemaal lowtech of passiefbouw moeten zijn, dat is een tweede. Er zijn meerdere wegen naar Parijs. Installaties komen wél te vaak te laat aan bod. Dan mogen installateurs en netbeheerders weer rechtzetten wat in eerdere fases over het hoofd is gezien. Rechtzetten is niet de mooiste oplossing: het kost meer ruimte, meer geld, meer gedoe. Gemeenten en bouwpartijen zullen dus eerder moeten nadenken over hoe je het energiesysteem in de wijk vormgeeft.’
De energieprincipes van de Balanswijk
Een Balanswijk is een wijk waar het fijn en gezond wonen is. Maar hoe ziet zo’n wijk er precies uit? Alliander heeft samen met haar partners een lijst gemaakt met 8 energieprincipes voor zo’n Balanswijk.
1. Passief bouwen - Elk blok in de Balanswijk is gebouwd volgens de principes van passief bouwen, goede isolatie en ventilatie. Ook speelt het ontwerp slim in op de seizoenen: wel comfortabel de winterzon in huis, maar op hete zomerdagen niet. Zo is de energievraag zo laag mogelijk.
2. Warmtevoorziening per blok - De warmtevoorziening in de Balanswijk is collectief geregeld. Verwarmen met geothermie of groene restwarmte heeft de voorkeur als dat er is en niet nodig is voor andere gebruikers in de omgeving. Kan dat niet? Dan wordt er gekozen voor een andere duurzaam efficiënte manier van verwarmen, het liefst met een wko.
3. Slim laden - In de Balanswijk vind je overal mogelijkheden om je auto slim op te laden. Met speciale mobiliteitshubs wordt gezorgd dat iedereen daar gebruik van kan maken en dat mensen niet zelf een minder slimme laadoplossing gebruiken.
4. Energieopslag - De Balanswijk balanceert zelf vraag en aanbod van energie. Dat betekent dat de energievraag het hele jaar door in balans is met het lokale aanbod. Daarvoor is wel plek nodig om energie op te slaan, zonder dat de hele wijk volstaat met energieopslag. Dat begint met minder opslag nodig te hebben.
5. Huis van de Energie - In elke Balanswijk komt een centraal energiehuis. Daar komen de ondergrondse infrastructuren te liggen. In dit Huis van de Energie wordt de opslag en uitwisseling van energie voor de hele buurt geregeld.
6. Ruimte voor uitbreiding - Het energiehuis is goed bereikbaar, ook onder de grond. Zo zijn aanpassingen of uitbreidingen van het energiesysteem op termijn gemakkelijk te realiseren.
7. Extra energie-opwek - In het begin is er in de Balanswijk nog niet veel extra energie-opwek nodig naast de energie van de eigen daken, de buurt en de grond. Een wijk wordt immers stapsgewijs gebouwd. Komen er meerdere buurten bij elkaar te liggen? Dan kan aanvullende opwek of opslag wel nodig zijn. Daarvoor moet er aan de rand van de wijk ruimte beschikbaar zijn.
8. Extreme periodes - In 90 procent van de tijd kunnen bewoners van de Balanswijk zoveel energie gebruiken als ze willen, ze wekken zelf genoeg op. In hele uitzonderlijke gevallen (bijvoorbeeld een lange, zeer koude periode) is er mogelijk een maximum aan energie die de bewoners kunnen gebruiken. Er is zelfs dan genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders begeerte. Overdimensioneren voor deze zeldzame momenten kost veel extra ruimte en geld.
Met de ontwerpprincipes van ‘de balanswijk’ kan zowel het huidige woningtekort als netcongestie worden aangepakt.
Energie en opslag
Nu aardgas wordt uitgefaseerd en elektrificatie van de samenleving allerwegen om zich heen grijpt, is het volgens Sjerps-Koomen doorslaggevend om elektriciteit – maar vooral ook warmte – over zo kort mogelijke afstanden te transporteren. ‘Alles begint bij het verminderen van de warmtevraag’, verduidelijkt ze. ‘Door juist ontwerp – zowel op woning- als op wijkniveau – hoef je warmtepompen minder hard te laten werken. Energiebesparing is echt de allereerste stap, dat kan zo maar de helft van de capaciteitsvraag schelen. Daarna moeten we die vraag niet invullen met aardgas, maar met elektriciteit en warmte. Duurzame opwek ga je vervolgens maximaliseren, liefst in verschillende vormen. Mocht de vraag op een bepaald moment onvoldoende zijn, dan overbrug je dat met opslag.’
Ook over dunkelflaute, het fenomeen waarop gedurende langere tijd, met name tijdens de winter, amper zon en wind aanwezig is om duurzame bronnen (zonnepanelen en windturbines) voldoende elektriciteit te laten opwekken, is nagedacht. ‘Natuurlijk’, zegt ze, ‘het is niet leuk om batterijen in te zetten. 1 kW opslag zegt mensen niet zoveel. Een zeecontainer met accu’s is veel duidelijker, vooral als je die niet in je wijk wilt hebben. Daarna kan je er allerlei maatregelen, van lowtech tot andere vormen van opwekken, op loslaten. Hoeveel zeecontainers met batterijen scheelt dat? Dan hebben ontwerpers in één keer een prima communicatiemiddel in handen. Zo komt je verder dan ‘ik heb slimme software, een accu in de meterkast staan en dan ben ik er wel’. Een ding blijft overeind staan: een volledig winterseizoen overbrug je daar niet mee…’
Maar er zijn meerdere vormen van opslag. ‘Het gebouw zelf kun je prima als thermische buffer gebruiken. Zeker als het een goed geïsoleerde woning is. Je zet de warmtepomp gewoon iets lager voordat de spits zich op het net aandient. De woning blijft daarna nog geruime tijd behaaglijk warm. Je kan een accu inzetten voor voeding van de warmtepomp. Ook is het mogelijk om een dag-nachtperiode te overbruggen door energie in warm water op te slaan, bijvoorbeeld voor douchen of de afwas. Met een combinatie van maatregelen haal je pieken uit de spits of demp je die zelfs helemaal. Wat velen zich onvoldoende realiseren, is dat met elektriciteit vaak een grote efficiencyslag valt te maken.’
Maar daarmee zijn we er nog niet. Sjerps-Koomen: ‘voor een gezond binnenklimaat in de wijk van de toekomst is isoleren en ventileren cruciaal. Die helpen erg mee bij het invullen van de winterse energievraag. Vanuit energieperspectief is dat namelijk het kantelpunt: hoe kom je nu en in de toekomst het winterseizoen door? Naast duurzame opwek en oriëntatie en vorm van gebouwen zijn het volume aanpassen en de soort isolatie en de wijze van ventileren de belangrijkste maatregelen die je kunt nemen.’
Lianda Sjerps-Koomen: ‘Een groot deel van het vraagpatroon in de wijk valt te beïnvloeden door het ontwerp’.
Materialen
De energietransitie gaat heden ten dage hand in hand met de – vaak minder bekende, maar net zo doorslaggevende – materialen- of grondstoffentransitie. Volgens de SER zullen beide transities daarom tegelijkertijd moeten worden aangepakt. Circulariteit van materialen krijgt echter nog onvoldoende aandacht. Sjerps-Koomen lijkt bijna overvraagd naar wat het ‘embedded carbon’ van grondstoffen voor een netbewuste wijk betekent. Zo zorgen hennep, vlaswol en hout, maar ook verschillende afgeleide producten als cellulose, tot een sterk verminderde CO2-uitstoot per kilogram materiaal, terwijl de (componenten van) installaties juist tot een toename leiden.
‘Netbeheerders hebben weinig te zeggen over bouwmaterialen’, reageert ze. ‘Als bouwers daar veel energie-intensieve materialen voor gebruiken, dan verschuif je misschien het probleem, de productie ervan vraagt namelijk elders om netcapaciteit. Ik merk vaak dat men erg focust op isolatie, maar je dient naar het geheel te kijken. Welke materialen en welke energiebronnen gebruik je om wonen in de wijk zo goed en gezond mogelijk te maken? Voeg je meer materiaal toe om te isoleren, maar voorkom je daarmee materiaal in opslag of opwek, dan kan dat omslagpunt ergens anders liggen.’
‘Stroomversnelling heeft daar een aantal jaren terug een studie naar gedaan’, zegt Sjerps-Koomen. ‘Daaruit bleek dat de grootste CO2-impact in de installatie zit. Soms is het beter om meer isolatie toe te voegen en het materiaal technisch dan weer terug te verdienen op de installatie. Want die boodschap wil ik wel meegeven: het is bij dit soort trajecten veel beter om niet te kijken naar stapelen, maar naar integreren.’
‘Alles begint bij het verminderen van de warmtevraag’
Routes voor ruimte
Volgens de manager strategische innovatie loopt er momenteel een verkenning naar de maatschappelijke business case (MBC) van de Balanswijk. ‘Stapelen kun je in geld, in eisen en in ruimte doen,’ gaat ze door. ‘In het begin hebben we een vingeroefening gedaan. Als je al de maatregelen naast elkaar wilt uitvoeren – van opwek tot opslag en dergelijke – dan heb je een twee keer zo grote wijk nodig voor de beschikbare ruimte. Dat lukt niet. Ga je echter functies combineren – zon op dak is een bekend voorbeeld – dan maak je een grote slag. Daarnaast kun je denken aan kleiner wonen voor senioren of aan gemeenschappelijke ruimtes. Tevens bestaat er zoiets als gelijktijdigheid. Wij netbeheerders gaan niet alles voor de maximale vraag van iedereen realiseren. Dat is zonde van het geld.’
Sjerps-Koomen zoomt in op slim aansturen. ‘Slim aansturen van apparatuur is zeer belangrijk, maar niet genoeg om een heel seizoen door te komen. In feite zeg je dan – gechargeerd – in november mag je jouw auto nog wel even opladen, maar daarna, als je pech hebt, pas weer in februari. Ontwerpers – van architecten tot stedenbouwkundigen – zullen dus al vanaf het begin veel meer moeten samenwerken met installatiedeskundigen. En omgekeerd. In de praktijk zijn dat nog vaak gescheiden werelden. Wij roepen dat al jaren.’
‘Er zijn drie hoofdroutes’, vat ze samen. ‘De eerste is gebalanceerde energie-infrastructuur met voldoende warmte en stroom voor alle inwoners, op elk moment van de dag. De tweede is de route voor slimme actieve systemen om al die benodigde apparatuur en vervoer aan te sturen. En tenslotte heb je de lowtech of biobased route. De hypothese is dat die laatste route duurder is, maar dat is zeker niet altijd waar. Er zijn in het buitenland hele stadsdelen met passiefbouw of houtskeletbouw te vinden. Lowtech bestaat namelijk uit vele typen en soorten woningen. Het is trouwens niet de enige route; je kunt ook combinaties maken.’
In totaal is minimaal 20 procent van de woningen in de Balanswijk van hout en/of andere biobasedmaterialen (convenant toekomstbestendige woningbouw).
Samen werken
De Balanswijk gaat verder dan alleen een theoretische exercitie: delen van het concept worden al toegepast. ‘We hebben nu samenwerkingen met Almere en Arnhem om dergelijke wijken te ontwerpen’, geeft ze als voorbeeld. ‘Waarbij we ook kijken naar andere manieren om zaken met elkaar af te spreken. Zo werken we in Arnhem met een buurtbudget. Dat is geen geldbudget, maar een capaciteitsbudget. Wanneer dat budget in de ideale situatie nul is, dan krijg je een wijk die altijd in evenwicht is. Kunnen we daarmee ook voorkomen dat er een nieuw onderstation moet worden bijgeplaatst? Ten diepste is het een ruimtelijk vraagstuk.’
‘Als je op reguliere wijze bouwt, dan slaagt een netbewuste wijk niet. Maar bouw je slimmer, dan kan zo’n wijk wel worden gerealiseerd. Dat gaat over anders ontwerpen, over slimmer omgaan met installaties en mobiliteit. Dat gaat vooral ook over samenwerken. Wat spreek je af, hoe zorg je dat zoiets ook wordt uitgevoerd? Op zeker moment loop je tegen dilemma’s aan. Die zaken willen we de komende tijd ontdekken. Allerlei mensen uit de installatie- en ontwikkelingshoek zijn daarmee al bezig. Conceptueel bouwen doen we al een tijdje. Maar dit zijn wijkconcepten die we, als inspirerende voorbeelden, op verschillende plekken in fases gaan uitrollen. Het is één grote puzzel waarvan niemand alle stukken in handen heeft. Die puzzel zullen we samen met alle betrokken partijen de komende jaren moeten gaan leggen’, besluit de manager strategische innovatie.
Informatie
- Balanswijk: www.liander.nl/kijkt-vooruit/balanswijk
- Energie-ontwerpprincipes: bit.ly/VV-Liander-energieprincipes
- Netbewust bouwen: www.netbewustbouwen.com
Tekst: Tseard Zoethout
Fotografie: Alliander, iStock/Nisangha/Milos Rusicka/Lorado, Shai van Vlijmen