VV05 Omslag 600
Januari 2026

DGRM ontwikkelt 7D platform voor slimmere keuzes

18 01

Met het ‘7D platform’ ontwikkelt DGMR Software en DGMR Bouw een softwareplatform voor architecten, adviseurs en technisch specialisten waarmee (digitale) modellen van ­gebouwvarianten zijn te beoordelen op relevante aspecten, zoals duurzaamheid, veiligheid en gezondheid. Het platform combineert verschillende rekenpakketten van het bedrijf, waardoor eindgebruikers betrouwbaar en sneller een gefundeerde keuze kunnen maken.

In de afgelopen veertig jaar heeft DGMR Software zich ontwikkeld als softwareproducent voor onder meer de bouw- en installatietechniek. Hierbij wordt vergaande ICT-kennis gecombineerd met kennis over thema’s als milieu, bouw, installatietechniek en duurzaamheid. Wali Jalal, productmanager bij DGRM Software: ‘Om bruikbare en relevante software te schrijven voor deze sectoren, is het belangrijk om veel kennis te hebben van de thema’s en te weten waar de behoeften van de gebruiker liggen. Daarnaast kunnen we onze rekensoftware koppelen of integreren in andere bouw- en installatiespecifieke software, die bijvoorbeeld gebouwmodellen of leidingwerk – parametrisch ontwerpen – genereren. Uiteraard houden we daarbij rekening met de specifieke wet- en regelgeving, zoals vastgelegd bij NEN, ISO en ISSO of Frisse Scholen en BREEAM.’

Eén platform

In de afgelopen jaren heeft DGMR Software uiteenlopende softwarepakketten ontwikkeld, waaronder op het gebied van geluid, luchtkwaliteit, gebouw en installatie. In het eerste geval gaat het bijvoorbeeld om het berekenen van de geluidwering van de gevel. Binnen het thema gebouw en installatie zijn modules ontwikkeld voor het berekenen van onder meer warmteverlies, koellast, leidingen, kanalen, BENG, MPG, daglicht, brandoverslag en temperatuuroverschrijdingen.
Jalal: ‘Logischerwijs ontstond op een gegeven moment het idee om al deze kennis en software samen te brengen binnen één digitale omgeving wat uiteindelijk het 7D Platform is geworden. Een omgeving waarin de kennis van ingenieurs en de ervaring uit projecten in één bouwmodel zijn geïntegreerd. Daarbij gaan we juist ook in een vroege fase van het ontwerp aan de slag en kunnen dit gedurende het ontwerptraject verder finetunen. Wat dat betreft lijkt het op een normale BIM-omgeving, maar met het grote verschil dat er rekensoftware wordt gebruikt om modellen met een hoge nauwkeurigheid door te rekenen in de SO- of VO-fase. Deze kun je vervolgens met elkaar vergelijken en zo de beste oplossing kiezen voor een specifiek pakket aan eisen.’

18 02De module Bezonning bepaalt de impact van het nieuwe gebouw op de omgeving met betrekking tot het ontstaan van ongewenste schaduw.

Net als een ‘gewone’ BIM-omgeving biedt het platform toegang aan verschillende partijen die betrokken zijn bij het project. Ook hier dus het voordeel dat alle data op één plaats beschikbaar zijn en dat iedereen uitgaat van dezelfde informatie. Of zoals Jalal het uitdrukt: ‘One source, one truth’. Daarbij gaat het niet alleen om ontwerpdata, maar om alle mogelijke data die van belang zijn voor het héle traject: van tender tot sloop.
Jalal: ‘Dit is onder meer belangrijk omdat de data die bij de verschillende projectfases horen, vaak in elke fase opnieuw worden aangemaakt, overgetypt, ingevoerd, gekopieerd. Dit zijn foutgevoelige processen waarbij de fouten zich gedurende een project kunnen opstapelen en leiden tot foutieve beslissingen. Het is uiteindelijk de bedoeling om voor al deze fases de juiste rekenpakketten te integreren.’

7D platform

De naam 7D platform is gebaseerd op de informatieniveaus die bij BIM worden gehanteerd. Hier wordt naast de geometrische informatie (3D-model) ook informatie toegevoegd over tijd (4D-model) en kosten (5D-model). De niveaus behorende bij het 6D-, 7D- en soms ook 8D-model worden niet consequent gehanteerd, maar gaan globaal gezien over operationaliteit, duurzaamheid en exploitatie of facility management met inbegrip van onderhoud.

Alle mogelijke data voor het héle traject: van tender tot sloop

Op dit moment is het platform vooral in te zetten voor de ontwerpfase. Het biedt ontwerpers de mogelijkheid om al in een vroege fase in het project parametrisch aan de slag te gaan met onder andere BENG, MPG, bezonning en daglicht. DGMR Software besloot om dit eerste deel toch al op de markt te brengen omdat het nu al voor vele partijen voordelen oplevert.
Jalal: ‘En niet alleen met betrekking tot inhoudelijke zaken die daadwerkelijk worden berekend, maar ook ten aanzien van het stroomlijnen van de verschillende partijen. Het is nu eenmaal zo dat elk bedrijf, maar ook elke vestiging binnen één holding, een eigen cultuur heeft. Dit kan leiden tot misverstanden, onbegrip en in elk geval minder efficiënt werken. Door alles binnen één platform te brengen en het dus op één manier te benaderen, zijn hier voordelen te behalen.’

18 03Met de variantengenerator zijn verschillende gebouw- en ruimtevarianten te genereren die gebaseerd zijn op vooraf ingegeven parameters.

Op dit moment hebben gebruikers toegang tot de tools Planner en Variantgenerator. In Planner is eenvoudig en snel de beoogde gebouwmassa te tekenen. Met de variantengenerator zijn verschillende gebouw- en ruimtevarianten te genereren die gebaseerd zijn op vooraf ingegeven parameters. Verder zijn er verschillende rekenmodules geïntegreerd voor daglichttoetreding, daglichtfactor, bezonning en energieprestatie. Op korte termijn volgen ook MPG (materiaalkeuze) en CO2.
Jalal: ‘Bij het ‘Paris Proof’ maken van gebouwen gaat het om de combinatie van BENG en MPG uitgedrukt in CO2. Waar bijvoorbeeld een pv-paneel goed scoort in BENG, scoort deze slecht in MPG. Om de juiste afweging te maken, moet je kijken naar de totale CO2-uitstoot behorende bij een gebouw.’

Daglichttoetreding

In de module daglichttoetreding wordt een daglichtanalyse gemaakt volgens NEN 2057. Deze norm wordt onder meer gebruikt om te voldoen aan het Bbl, waarin regels zijn geformuleerd om voldoende daglicht in bouwwerken (nieuwbouw) binnen te laten. Hoeveel licht dit moet zijn, is afhankelijk van de gebruiksfunctie en soort ruimte. Het belang van daglichttoetreding hangt zowel samen met de gezondheid van de gebouwgebruiker als met energie-efficiëntie.
Ten aanzien van gezondheid hebben wisselende kleurtemperatuur en intensiteit van zonlicht gedurende de dag een positieve invloed op het welzijn en concentratievermogen van medewerkers. Dit is niet te bereiken met standaard ledverlichting. Veel daglicht in het gebouw draagt tevens bij aan een lagere behoefte om kunstlicht in te schakelen en eventueel ook aan een lagere verwarmingsbehoefte. Dit laatste betekent ook dat er specifiek moet worden nagedacht over mogelijke risico’s voor oververhitting in de zomer.
Jalal: ‘De software berekent de daglichttoetreding door vanuit het gebouwontwerp alle overstekken en belemmeringen te bepalen. Dit kan vanuit een enkele hoek of via een methode met meerdere hoeken. Daarbij houdt de software rekening met complexe situaties, zodat dubbeltelling van hoeken wordt voorkomen. Ook is het mogelijk om berekeningen te maken met een uitgebreide methode volgens NEN 2057, hoofdstuk 13, en het daarmee visueel inzichtelijk te maken. In situaties met complexe belemmeringen en overstekken is dit de juiste methode om de equivalente daglichtoppervlakte te berekenen en te toetsen.’

18 04Het beoogde ontwerp wordt direct in 3D gevisualiseerd.

Daglichtfactor

De daglichtfactor wordt in de gelijknamige module berekend volgens NEN-EN 17037 en NPR 4057 en betreft de hoeveelheid licht – in procenten – die via een daglichtopening een ruimte binnenkomt. De module is specifiek ontworpen voor de Nederlandse markt. Voorheen werd deze factor uitsluitend bepaald door het oppervlak van het betreffende raam te berekenen, maar dit komt de waarheid lang niet altijd ten goede. Eenvoudig omdat de hoeveelheid daglicht die binnentreedt ook afhankelijk is van de locatie en de vorm van het raam. Zo komt meer daglicht via een hoog en smal raam binnen, dan via een breed en laag raam.
Jalal: ‘Deze berekening wordt ook gebruikt voor de beoordeling van Frisse Scholen en BREEAM. Een voordeel van deze module is dat je de berekening al in een heel vroeg stadium in het project kunt maken. Uitsluitend op basis van een gebouwmodel. Je kunt dus met dit soort modules ‘spelen’ door aanpassingen in het model direct door te rekenen op onder meer de daglichttoetreding en -factor, waarmee je deze parameters kunt optimaliseren.’

‘Integraal een model berekenen én visualiseren

Bezonning

In feite betekent bezonning niet meer dan ‘het beschenen worden door de zon’. Voor gebouwen heeft de term eigenlijk meer betrekking op het tegenovergestelde: schaduwvorming. De module Bezonning bepaalt dan ook de impact van het nieuwe gebouw op de omgeving met betrekking tot het ontstaan van ongewenste schaduw.
Er is in Nederland geen algemene wet- en regelgeving voor bezonning. De meeste gemeenten hanteren de TNO-norm waarbij onderscheid is tussen een ‘lichte’ en een ‘strenge’ norm. De lichte norm gaat uit van minimaal 2 uren mogelijke bezonning per dag in de periode 19 februari - 21 oktober (8 maanden) in het midden van de vensterbank van het raam. De strengere norm vereist ten minste 3 uur mogelijke bezonning per dag in de periode 21 januari -  22 november (10 maanden) in het midden van de vensterbank van het raam.
Jalal: ‘De impact van nieuwbouw op bezonning is onder meer gewenst om bijvoorbeeld buren te informeren, maar kan ook noodzakelijk zijn voor een gemeente in verband met het verlenen van een omgevingsvergunning. Andersom is het ook interessant om te zien wat de bezonning op het eigen gebouw is. Dit met het oog op de temperaturen in de zomerperiode.’

18 05De module Energieprestatie wordt veelvuldig toegepast en berekent de energieprestatie op basis van NTA 8800: 2024.

Energieprestatie

De module Energieprestatie, oftewel BENG, wordt om logische redenen veelvuldig toegepast en berekent de energieprestatie met de NTA 8800: 2024 methode. De berekening is onder meer nodig om aan te tonen dat aan de BENG-eisen wordt voldaan. Het toepassingsgebied strekt zich uit over alle gebruiksfuncties van alle gebouwen waarvoor de (bouw)regelgeving eisen stelt aan de energieprestatie. Met vooraf geselecteerde installatieconcepten zijn eenvoudig de BENG 1-2-3 waarden te berekenen voor verschillende gebouwbouwvarianten.
Jalal: ‘Juist omdat we op het 7D Platform gebruikmaken van gevalideerde software die zich in de praktijk heeft bewezen, kunnen we uitgaan van resultaten met een hoge betrouwbaarheid. Hierbij profiteren we van de rekenkracht van de huidige generatie computers aangezien er een groot aantal parameters gelijktijdig moet worden doorgerekend. Het is bovendien een belangrijk voordeel dat het een online platform betreft, dat altijd up-to-date is met betrekking tot bijvoorbeeld de geldende wet- en regelgeving en beschikbare praktijkervaring.’

In de praktijk

Binnen DGMR is inmiddels een tiental projecten met 7D doorgerekend en gevalideerd. Een voorbeeld is een project dat wordt ontwikkeld met een focus op duurzaamheid en waarbij energie en materialen een hoofdrol spelen. In het traject worden in de beginfase van het project de grovere keuzes gemaakt: welke materialen worden gebruikt, waar zitten de ramen, hoe groot moeten die zijn en welke installaties worden toegepast. Daarbij bestaat de keuze om 3D-modellen te importeren, maar de gebruiker kan ook zelf een gebouw tekenen. De omliggende bebouwde 3D-omgeving wordt voor de herkenbaarheid ook afgebeeld.
Jalal: ‘Installaties zijn een goed voorbeeld van het gebruikmaken van bestaande data binnen het platform. Zo zijn er voor bepaalde typen gebouwen standaard installatieconcepten beschikbaar. Zo’n concept voorziet in verwarming, ventilatie en koeling en bestaat bijvoorbeeld uit pv-panelen, koppeling aan een warmtenet en een opslagsysteem voor elektrische energie. Vervolgens reken je het gebouw door waaruit een score volgt. Door parameters te veranderen of andere keuzes te maken met betrekking tot de installatietechniek, kun je gaan optimaliseren. Zo kun je onder andere ook makkelijk het glaspercentage in stappen veranderen en met de verschillende modules zien wat het effect is.’

Visualisatie

Het beoogde ontwerp wordt direct in 3D gevisualiseerd. Hiermee is een belangrijke functionaliteit beschikbaar waarmee onder meer architecten en de adviseurs elkaar beter kunnen vinden en begrijpen. Zo kan een architect inzien dat een bepaalde vormgeving de bezonning of daglichttoetreding frustreert, terwijl een bouwkundige of installatieadviseur direct ziet wat de gevolgen zijn van een bepaalde installatiekeuze voor de architectuur.
Jalal: ‘Het belangrijkste aspect is en blijft dat je integraal een model kunt berekenen én visualiseren. Dit is ook belangrijk bij het inschrijven voor tenders. Met alleen een virtueel ontwerp kun je al aantonen hoe duurzaam, gezond of veilig een bepaald gebouw is of welke opties er nog openliggen.’
‘Daarbij zijn we voortdurend bezig het platform verder uit te breiden. Zo kun je binnenkort ook de geluidsbelastingen en geluidwering berekenen en zijn we bezig met het integreren van onze Leidingen-software. Hiermee kun je alle soorten leidingwerk tekenen (isometrisch) en berekenen. In de pijplijn zitten verder nog de optimalisatie van pv-panelen en brandoverslag. Het zijn stuk voor stuk stappen richting een platform waarmee uiteindelijk een volledig beeld is te realiseren van een gebouw; van schets tot afbraak.’

Informatie
- https://dgmrsoftware.nl/parametrisch-ontwerp/7d-platform/

Tekst: ing. Marjolein de Wit - Blok
Fotografie: DGMR Software