VV02 Omslag 600
April 2023

Een put

Column Dirk Follet

VV08 Dirk Follet

Toen ik student was introduceerde Vlaanderen de verplichting om bij elke nieuwbouwwoning of grote verbouwing een waterput te installeren. Het was typisch Belgisch beleid; er werd niet voorgeschreven wat er met dat water diende te gebeuren, maar men vertrouwde erop dat de mensen zelf wel een pompje zouden plaatsen waarmee het toilet en misschien de wasmachine kon worden gevoed. Of om in hete zomers het gazon te besproeien.

Het voordeel om verder niets voor te schrijven, was dat de regelgeving niet helemaal hoefde te worden aangepast aan nieuwe inzichten. Een goede filter? Je ontdekt vanzelf dat dat nuttig is. In economische termen was het een afschuiving van kosten van de overheid naar de burger. Het leek op dat ogenblik vrijwel ondoenbaar in het ongeplande en versnipperde landschap de riolering te ontdubbelen. De Vlaamse afvalzuiveringsmaatschappij zocht naar manieren om haar werk te beperken en het paste ook in de Belgische cultuur waarin burgers graag hun eigen gang gaan.
Het was geen verkeerd beleid, want het gebruik van regenwater is ook nu nog hard nodig. De klimaatverandering zorgt voor intensievere regenbuien, terwijl Vlaanderen (net zoals Nederland) in rap tempo aan het verharden is: meer gebouwen, meer bestrating, en dus meer overstromingen. Buffering is een goede zaak.

Ik moest hieraan denken toen ik bij de verbouwing van ons huis in Brussel de badkamers aan het ontwerpen was. Zou ik iets doen met regenwater? Het leidingwater in de hoofdstad is zo hard dat al onze kookpotten intussen al met een laagje kalk bedekt zijn. Tegen het gebruik van regenwater sprak dat ons tuintje precies groot genoeg was voor een barbecue en een tafel vol vrienden. Daarin een grote put graven leek mij een beetje teveel van het goede, vooral omdat het aanvragen van een vergunning veel tijd zou kosten. Ook zou het best kunnen dat er in de afgelopen anderhalve eeuw één of meerdere septische putten in onze tuin zijn gegraven en vreesde daar op te stuiten. Ons krappe budget speelde vast ook een rol.
Uiteindelijk besliste ik om een leiding aan te laten leggen van de tuin naar de kelder en verder niets. Dan kan het later altijd nog. We zijn tenslotte Belgen en bricoleren (knutselen) is onze tweede natuur. Mijn loodgieter zag me twijfelen en regelmatig van mening veranderen.

Voor aannemers is het een bekend en vervelend verschijnsel: opdrachtgevers die niet weten wat ze willen. Het komt veel te vaak voor en kost meer geld dan we willen toegeven. Toch is het onvermijdelijk, want opdrachtgevers hebben vooral veel onzekerheden: planning, financiering, timing enzovoort. Het valt niet mee om precies alles uitgedokterd te hebben op het moment dat de aanbesteding geschiedt. Daar kunnen we gefrustreerd over raken, maar helpen doet het niet.

Dirk Follet bedenkt en realiseert gebouwen die de schijn hooghouden dat de wereld eenvoudig is.

Reageren?
Twitter @dirkfollet
vvplus@follet.nl