VV02 omslag 600
Januari 2026

Energieneutrale stadswijk biedt netcongestie het hoofd

Netbewust bouwen in Utrecht Merwede

14 01

In de Utrechtse wijk Merwede verrijst de komende jaren een van de grootste binnen-stedelijke, autovrije woongebieden van Nederland. Een wijk met 6.000 woningen, 100.000 m² voorzieningen en nul gasleidingen. Een complex samenspel van bodem-energie, buffervaten, en een collectief elektriciteitscontract zorgt voor een energievoorziening waar de bewoners straks geen omkijken naar hebben.

De basis van de energievoorziening in Merwede wordt gevormd door een enorm collectief bodemenergiesysteem. Zestien brondoubletten, samen goed voor een debiet van 1.280 m³ per uur, leveren de warmte en koude waarmee de wijk wordt gereguleerd.
Rik Molenaar, senior adviseur duurzame energieopwekking bij Techniplan, was nauw betrokken bij het ontwerp. ‘In eerste instantie lag er een advies voor 6.000 woningen met elk een individuele warmtepomp. Dat bleek niet haalbaar, niet maakbaar en ook niet wenselijk. Geen enkele exploitant wilde dat risico aan: 6.000 warmtepompen achter de voordeur onderhouden, dat zag niemand zitten.’
Het alternatief dat Techniplan samen met de ontwikkelaars uitwerkte, combineert de voordelen van een collectief bodemenergiesysteem met decentrale energiecentrales. Per gebouw – of soms per twee – wordt warmte en koude opgewekt en via afleversets aan de woningen geleverd. Zo blijft de techniek grotendeels uit de woning, maar behouden de bewoners een individuele aansluiting en regeling.

Energiebalans

Het collectieve systeem werkt op drie niveaus. In de bodem worden warmte en koude opgeslagen, in de gebouwen wordt die energie opgewaardeerd via warmtepompen, en via vloerverwarming en -koeling wordt het binnenklimaat geregeld. Molenaar: ‘In wezen krijg je een soort mini-stadsverwarming en -koeling. Alleen zijn de bronnen en centrales decentraal georganiseerd, waardoor het systeem flexibeler en schaalbaar blijft.’
Een essentieel onderdeel van deze duurzame opzet is de balans tussen warmte- en koude-onttrekking. Zonder correctie zou de bodem langzaam afkoelen. Daarom maakt de wijk Merwede gebruik van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) uit het nabij gelegen Merwedekanaal.
‘De warmtevraag is groter dan de koudevraag’, legt Molenaar uit. ‘Om het systeem in balans te houden, onttrekken we in de zomer warmte aan het kanaal en slaan die op in de bodem.’ Het oppervlaktewater bereikt in warme maanden vaak meer dan 20 °C. Via warmtewisselaars wordt die energie geoogst en in het bronnenstelsel gepompt. De invloed op het kanaal is gering. De afkoeling bedraagt slechts enkele graden en heeft zelfs ecologisch voordeel: kouder water bevat meer zuurstof en verbetert de leefomgeving voor vissen.

14 02Met veel ruimte voor voetgangers en fietsers, moet de wijk ­Merwede zeer autoluw worden.

Netbeheerder

Utrecht kampt, net als veel regio’s, met netcongestie. Voor de wijk Merwede dreigde dat een showstopper te worden. De oplossing: een collectief groepscontract voor elektriciteit. Binnen dat contract, met een maximum van ongeveer 5 MW, verdeelt de wijk het beschikbare vermogen zelf. Ronald de Lange, Real Estate Developer bij Boelens de Gruyter: ‘We hebben van meet af aan afspraken gemaakt over de gezamenlijke verantwoordelijkheid van ontwikkelaars en gemeente. Daardoor konden we ook dit netcongestievraagstuk collectief aanpakken. Onder de vlag van een gebiedsorganisatie beheren we het totale energiebudget.’
Het concept werkt als volgt: in de daluren laden de warmtepompen grote buffervaten in de energiecentrales. Tijdens de piekuren – meestal tussen 16.00 en 19.00 uur – staan de warmtepompen stil en leveren de buffers warm water voor tapwater en verwarming. De bewoners merken daar niets van: de voorraad is voldoende om meerdere uren te overbruggen. Molenaar: ‘Door de warmtepompen tijdelijk uit te schakelen, voorkomen we piekbelasting op het net. De vloerverwarming in de woningen fungeert bovendien als extra buffer. De binnentemperatuur blijft constant, terwijl het systeem even rust neemt.’
Het groepscontract vraagt om nauwe samenwerking met de netbeheerder. De ontwikkelaars kregen één grote aansluiting en verdelen het vermogen zelf over de gebruikers. ‘In feite zijn we netbeheerder binnen ons eigen gebied’, vertelt De Lange. ‘Vanaf het begin hebben we een besluitvormingsstructuur opgezet waarin de ontwikkelaars en de gemeente samen verantwoordelijk zijn. ‘We hebben afspraken over wie wanneer hoeveel vermogen mag gebruiken. Dat is juridisch uniek en alleen mogelijk dankzij de pilotstatus die we samen met de gemeente hebben gerealiseerd.’

‘Onder de vlag van een gebiedsorganisatie beheren we het totale energiebudget’

Vernieuwend

De manier waarop de samenwerking is georganiseerd, is minstens zo vernieuwend als de techniek zelf. De grondeigenaren hebben zich verenigd in WKO Merwede BV, die optreedt als concessieverlener voor de energie-installaties. Vanuit deze entiteit is een concessie uitgegeven aan exploitant Essent voor ontwerp, realisatie en exploitatie gedurende 30 jaar. Daarnaast is voor het groepscontract elektriciteit en het beheer van de netcapaciteit een tweede entiteit opgericht. De Lange: ‘In Nederland is dat echt nieuw. Normaal gesproken vraagt elke partij zijn eigen aansluiting aan bij de netbeheerder. Hier hebben we gekozen voor gezamenlijke aansluiting en een interne verdeling. Dat vergt veel onderling vertrouwen.’
Dat vertrouwen is verankerd in een samenwerkingsovereenkomst (SOK) tussen de ontwikkelaars en de gemeente Utrecht. Per thema – zoals mobiliteit, wko of netcongestie – bestaan werkgroepen waarin meerdere eigenaren zijn vertegenwoordigd. De Lange: ‘Het motto is: samen wat moet, alleen wat kan. Als alles samen overlegd moet worden, dan krijg je een log apparaat. Maar alles individueel schiet ook niet op. Dankzij de reeds bestaande afspraken over wie wat besluit, kun je elkaar dus ook makkelijk vinden bij complexe zaken zoals de wko en het netbewust bouwen.’
De overlegstructuur kent verschillende lagen: thematische werkgroepen, een eigenarenoverleg, en daarboven een directieoverleg met de bestuurders van alle partijen. Bij meningsverschillen fungeert dat hoogste gremium als escalatieniveau. ‘Vertrouwen en intrinsieke motivatie zijn de belangrijkste succesfactoren’, zegt De Lange. ‘Die kun je niet afdwingen met contracten, maar wel faciliteren met een heldere juridische structuur.’

14 03Met ruim 100.000 m² voorzieningen moet de wijk grotendeels zelfvoorzienend worden.

Slimme besturing

Om binnen het elektriciteitsbudget te blijven, gebruikt Merwede slimme besturing en energieopslag. In een van de eerste blokken is een grote batterijopslag geïntegreerd naast de energiecentrale. Die accu wordt geladen wanneer de stroom goedkoop en ruim voorhanden is en levert terug tijdens piekuren. Molenaar: ‘Het is niet alleen een noodvoorziening. Er kan ook worden ingespeeld op dynamische energietarieven. Laden bij negatieve prijzen en ontladen bij positieve – dat maakt het systeem economisch aantrekkelijker.’ Op termijn kan de wijk zelfs actief deelnemen aan de onbalansmarkt. Het bufferen van energie, gecombineerd met vraagsturing van installaties en laadpalen, creëert flexibiliteit die elders op het net waardevol is. De technische infrastructuur daarvoor wordt nu al voorbereid.
De regeltechniek van het wko-systeem en de elektriciteitsverdeling is gekoppeld aan een wijkbreed monitoringsplatform. Daarin worden debieten, temperaturen en vermogens continu gemeten. Zo kan de exploitant in real time zien of de balans tussen warmte- en koudeonttrekking behouden blijft en of het elektriciteitsbudget niet wordt overschreden.

‘Collectieve aanpak in ontwerpfase bood ruimte om innovaties te combineren’

Netbewust bouwen als blauwdruk

De Utrechtse wijk Merwede is volgens Molenaar en De Lange niet alleen een bouwproject, maar ook een proeftuin voor de energietransitie. De wijk laat volgens Molenaar zien hoe techniek, organisatie en regelgeving elkaar kunnen versterken. ‘De collectieve aanpak in de ontwerpfase bood ruimte om innovaties te combineren: van bodemenergie en oppervlaktewater tot batterijen en slimme sturing. En wat ik echt bijzonder vind, is dat alle partijen – gemeente, ontwikkelaars en adviseurs – steeds het gezamenlijke belang voorop hebben gesteld. Dat zie je niet vaak. In veel projecten is het ieder voor zich, maar hier niet.’ Volgens De Lange laat het project zien dat netbewust bouwen niet alleen een technisch concept is, maar ook een organisatorisch model. ‘Je hebt samenwerking nodig die over eigendomsgrenzen heen kijkt.’
De eerste woningen van Merwede worden naar verwachting in 2026 opgeleverd. Dan kunnen bewoners genieten van een comfortabele woning die verwarmd wordt door water uit het kanaal en gekoeld door de aarde onder hun voeten – zonder dat ze merken hoe ingenieus het systeem achter de muren werkt.
‘Er wordt hier niet zomaar een wijk gebouwd’, besluit Molenaar. ‘Merwede bouwt een energiesysteem dat laat zien hoe Nederland wél verder kan, ondanks netcongestie.

Techniek

De gebieds-wko van de Utrechtse wijk Merwede is ontworpen door IF Technology en Techniplan en geldt met 16 brondoubletten (16 warme en 16 koude bronnen) als de grootste van Nederland. Het systeem voorziet in lage-temperatuur warmte (LT) voor verwarming, hoge-temperatuur warmte (HT) voor tapwater en koude (KT) voor vloerkoeling.

Ontwerpvermogens Fase 1 (indicatief):
LT-warmte: 10,9 MW / 17,4 GWh per jaar
HT-warmte: 4,9 MW / 10,2 GWh per jaar
KT (koeling): 10,8 MW / 9,9 GWh per jaar

Elektrisch vermogen warmtepompen:
7,9 MW / 13,8 GWh per jaar
Gemiddelde COP = 4,0, seizoensrendement SCOP = 4,8.

Het distributienet is uitgevoerd als een 5-pijpssysteem, met hydraulische scheiding tussen bron- en gebouwzijde. Per gebouwblok bevindt zich een decentrale energiecentrale met warmtepompen, buffervaten en regeltechniek. De collectieve bronnen worden gekoppeld via een centrale backbone in de ondergrond, die het grondwater (maximaal debiet 1.280 m³/u) transporteert tussen de bronnen en de gebouwcentrales.
Voor de energiebalans wordt gebruikgemaakt van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) uit het Merwedekanaal, met een gemiddeld temperatuurverschil (ΔT) van circa 8 K tussen in- en uitstromend water.
Elke centrale heeft ruimte voor back-upvoorzieningen (luchtwarmtepompen of elektrische ketels) die de bedrijfszekerheid borgen bij piekvraag of onderhoud. Het systeem is ontworpen om minimaal 75 procent hernieuwbare energie te leveren, conform de bovenwettelijke BENG-ambitie.

Pv-ambitie: geen dak onbenut

Waar de landelijke norm voor nieuwbouw uitgaat van minimaal 40 procent hernieuwbare energie, ligt de BENG-3-ambitie in Merwede op 75 procent. Het Stedenbouwkundig Programma van Eisen schrijft bovendien voor dat deze gebouwgebonden energie – voor verwarming, koeling, ventilatie en tapwater – volledig lokaal en duurzaam moet worden opgewekt. Daarmee wordt het beschikbare dakoppervlak een van de meest bepalende factoren in het ontwerp.
In de eerste stedenbouwkundige modellen gold daarom het principe ‘Geen dak onbenut’: vrijwel alle daken zouden worden uitgerust met pv. Tijdens de verdere uitwerking veranderden echter de bouwvolumes en dus ook de grootte van de dakvlakken. Tegelijkertijd is in de gebiedsafspraken vastgelegd dat elk dak voor 50 procent wordt uitgevoerd als groen of waterbergend dak, een keuze die helpt bij hitte-eilandreductie, het voldoen aan de waterbergingsnorm en het versterken van biodiversiteit. De keerzijde is dat het beschikbare pv-oppervlak onder druk staat, terwijl een deel van de resterende ruimte nodig is voor luchtbehandelingskasten, buitenunits en andere gebouwgebonden techniek.
Om die reden is de CO2-tool ontwikkeld, waarmee ontwerpteams varianten zoals extra isolatie of meer pv integraal kunnen doorrekenen op BENG 3, MPG en totale CO2-impact. Daarmee ontstaat ruimte om, ondanks minder beschikbare vierkante meters voor pv, toch dezelfde CO2-prestatie te realiseren door compensatie in andere ontwerpkeuzes. Zo is het BENG 3-gemiddelde van 79,7 procent bij de bouwaanvraag iets lager geworden doordat er wat ‘overwaarde’ was op de MPG. De totale uitstoot van BENG en MPG is echter volgens de CO2-tool berekening gelijk gebleven.
De aanbesteding van de pv-installaties is nog niet afgerond; de definitieve configuraties volgen na afstemming tussen de installateurs en de groendakleveranciers. Op basis van vergelijkbare gebiedsontwikkelingen zijn de contouren echter goed te schetsen. Zo ligt het voor de hand dat pv-installaties worden geconcentreerd op de hogere dakvlakken. Daar is minder schaduw, meer vrije oriëntatie, en kunnen panelen worden gecombineerd met lichte sedum- of kruidenvegetatie die op warme dagen het rendement ondersteunt. De lagere daken krijgen vooral een biodiverse functie met waterberging. Die dragen indirect bij aan de energieprestatie doordat ze hittestress verlagen en daarmee het rendement van pv-velden op naburige gebouwen verbeteren.

Tekst: Kerstin van Tiggelen
Fotografie: Techniplan, Boelens de Gruyter, LOLA-Landscape-Architects - BURA

Meer weten over innovatieve technieken en ontwikkelingen?
Meld u dan nu aan voor onze gratis nieuwsbrief