Januari 2026
Hoogste houten woongebouw is energieneutraal
VV+ opvallend
In het Rotterdamse Lloydkwartier is het gasloze, all-electric en energieneutrale woongebouw Sawa opgeleverd. Met een hoofdconstructie van hout en slimme oplossingen voor verwarming, koeling en elektriciteit, is het ruim 50 meter hoge gebouw een duurzaam voorbeeld voor nieuwe generaties.
Het maritieme verleden van het Rotterdamse Lloydkwartier gaat terug tot ongeveer 1900. In die tijd bouwde rederij Rotterdamsche Lloyd een terminal als vertrekpunt voor passagiersschepen richting ‘het Oosten’. De rijstvelden aldaar vormden de inspiratiebron voor ‘Sawa’: een houten, energieneutraal woongebouw met een getrapte vorm die ruimte biedt voor grote groene terrassen. Het hoogste houten woongebouw van Nederland bestaat uit een mix van 109 koop- en huurwoningen.
Circulair
Sawa is ontworpen door MEI architects en ontwikkeld door NICE Developers en ERA Contour. Bij de ontwikkeling zijn vier kernwaarden gehanteerd: CO2-reductie (lucht), circulariteit (aarde), biodiversiteit (dieren en planten) en inclusiviteit, gezondheid en delen (mensen). Deze vier kernwaarden hebben onder meer grote impact gehad op de installatietechniek en de gebruikte materialen.
Om met het laatste te beginnen heeft de ontwerper ervoor gekozen om bijna het hele gebouw uit te voeren in hout: CLT en gelamineerd hout. Alleen de fundering, de liftkern en het parkeerdek zijn uitgevoerd in beton. Door het vele hout slaat het gebouw zo’n 2.500 ton CO2 op, heeft het een milieu-impact van bijna 220 kg CO2/m2 en draagt bij aan een gezond binnenklimaat met een laag fijnstofgehalte. Hout is bovendien een bouwmateriaal dat snel kan worden verwerkt en de omgeving tijdens het bouwen minimaal belast. Op 18 november, de dag dat koningin Maxima het gebouw officieel opende, werd Sawa overtuigend de winnaar van de Nationale Houtbouwprijs.
Energie
Eneco kreeg in de planfase de mogelijkheid om mee te denken over lokale energieopwekking en netontlasting. Zo zijn in een vroeg stadium alternatieven ontwikkeld om te voorkomen dat het project tegen de grenzen van de netcapaciteit zou aanlopen. Uiteindelijk werd de oplossing gevonden in een slimme combinatie van opwek, opslag en netgebruik.
Voor de opwek van elektrische energie is het hele dak volgelegd met pv-panelen. Deze voeden vooral de gemeenschappelijke voorzieningen, zoals de liften, galerijverlichting en laadpalen voor zowel deelauto’s als -fietsen.
Vanwege het beperkte dakoppervlak is aansluitend gekozen voor ‘zon op afstand’. Dit houdt in dat de resterende benodigde elektrische energie wordt opgewekt door pv-panelen die elders – binnen een straal van maximaal 10 km – liggen. Een drycooler op het dak voert warmte af, terwijl een buffervat een belangrijke bijdrage levert aan de balans in de energievraag.
Verder levert Eneco stadswarmte voor verwarming en warm tapwater en koude voor ruimtekoeling. Deze wordt over de woningen verdeeld via een dikwandig transportleidingennet van Mampaey Installatietechniek, die ook de installaties in de woningen realiseerde. Deze installaties omvatten afleversets voor koeling, verwarming en warm tapwater, evenals vloerverwarming in elke woning. Daarbij was er extra aandacht voor het vooraf specificeren van alle uitsparingen in hout, omdat het hier niet mogelijk is achteraf nog een gat te boren. Het verbruik van elke woning wordt afzonderlijk geregistreerd door een eigen afrekenmeter voor warmte. De VvE beschikt verder over een centrale koudemeter.
Bij calamiteiten schakelt het systeem automatisch over ten gunste van de sprinklerinstallatie die bij houtbouw extra belangrijk is. Een andere vorm van brandpreventie is de overgedimensioneerde hoofddraagconstructie, die intact blijft bij brand.
Ventilatie
Alle woningen zijn uitgerust met kruisventilatie, evenals temperatuur- en CO2-gestuurde ventilatiekleppen in de gevel. Het ventilatiesysteem zelf is eenvoudig en omvat een mechanisch ventilatietoestel dat de lucht uit de natte ruimtes zuigt. De gedeelde afzuigschachten komen uit in schoorstenen op het dak, terwijl verse lucht wordt toegevoerd via roosters in de gevels van de appartementen.
Een uitdaging voor installateur Bemar was dat opbouwleidingen in een houten gebouw moeilijker zijn weg te werken. De leidingen in de hal en keuken zijn daarom zichtbaar gebleven en bewust netjes aangebracht; in de natte ruimtes zijn ze in het systeemplafond weggewerkt. Zusterbedrijf Robé produceerde het thermisch verzinkte luchtkanaalwerk voor de appartementen, het schachtkanaalwerk en het luchtkanaalwerk voor de horeca op de begane grond.
Tot slot realiseerde Van den Pol Elektrotechniek alle E-voorzieningen in de appartementen en de algemene ruimtes, zoals de sensorgestuurde verlichting, brandmeldinstallatie en noodverlichting, evenals de smart laadvoorzieningen en de pv-installatie.
Tekst: ing. Marjolein de Wit - Blok
Fotografie: Ossip van Duivenbode
Meer weten over innovatieve technieken en ontwikkelingen?
Meld u dan nu aan voor onze gratis nieuwsbrief