VV06 Omslag 600
Januari 2021

Installatie en bouw

Column Harm Valk

29 01

Waarom hebben we het toch altijd over ‘bouw en installatie’ als we het hebben over de samenhang tussen de bouwkundige en installatietechnische aspecten van gebouwen? Zo bevestig je dat de installatie het sluitstuk is bij het ontwerp en in de realisatie. Maar komt de installatie echt op de tweede plaats? Denk even na voordat je in gedachten een vanzelfsprekend ‘natuurlijk niet’ hebt geformuleerd. Want wordt er wel (genoeg) stilgestaan bij wat de installatie van het gebouw mag verwachten?

Op zich is de volgorde ‘bouw en installatie’ ook weer niet zo heel vreemd. Immers, je kunt pas met het ontwerp van de gebouwinstallatie beginnen als er een min of meer uitgewerkt idee van het architectonisch gebouwontwerp is. En ook als je redeneert vanuit het PvE vormt de installatie het sluitstuk op veel aspecten, zoals klimaatbeheersing, verlichting, (brand-)veiligheid enzovoort. Gelijktijdig is het bijna altijd de installatie die er voor zorgt dat uiteindelijk aan de specificaties wordt voldaan. En als die rol dan zo groot is, waarom staat de installatie dan in het denken op het tweede plan?

Anno 2021 speelt er meer. De rek is er uit. Een overmaat in het ontwerp van de klimaatinstallatie is bijvoorbeeld geen vanzelfsprekendheid meer. Daarmee vervalt de mogelijkheid om gebreken in het architectonisch ontwerp of de bouwkundige realisatie te compenseren. Een praktisch voorbeeld? Als de warmtevraag groter is dan berekend, kon bij een aardgasinstallatie eenvoudig de stooklijn worden verhoogd. Iets meer verbruik, maar wel het gewenste comfort. Moderne installaties zijn als een just-in-time productieproces: er is precies genoeg warmte, koude of verse lucht op de juiste plaats op het juiste moment. Maar niets méér. Het wordt dus steeds belangrijker dat het gebouw, de gebouwschil, voldoet aan de specificaties van het installatieontwerp. Een alerte installateuradviseur doet er dan ook goed aan om die randvoorwaarden actief te bewaken. De installatie stelt op deze manier de randvoorwaarden voor het gebouw. Vandaar het pleidooi voor ‘installatie en bouw’.

Alleen de omkering in jargon helpt vanzelfsprekend onvoldoende; ik ben al tevreden als blijft hangen dat het belang van de samenhang tussen installatie en gebouw nog altijd toeneemt. Moderne ontwerp- en bouwvoorbereidingsprocessen ondersteunen dat. De ‘digital twin’ van het gebouw is in opkomst: een bim-model verrijkt met data over eigenschappen van componenten en monitoringsgegevens van gebouw en installatie. Ook daarin komt die samenhang tot uiting en dat gaat inmiddels veel verder dan het voorkomen van kruisende leidingen en het goed positioneren van sparingen. Door samen op te trekken in ontwerp, realisatie en beheer kunnen bouwkundige en installatietechnische disciplines wederzijds de kwaliteit optimaliseren. Maar dat moet je wel gaan ervaren. En als het niet vanzelf gaat, keer dan het jargon eens om. Door te beginnen over ‘installatie en bouw’ heb je in elk geval de aandacht getrokken. Daar ligt de eerste winst.

Harm Valk, senior adviseur en partner Nieman Raadgevende Ingenieurs