Maart 2026
‘Meedoen aan complex spel van netcongestie start met bewustwording’
Interview met Aliene van der Veen, digital energy system expert bij TNO
De stroomvoorziening in ons land is een complex spel waarin concurrentie en -samenwerking een voorname rol innemen. Verschillende bedrijven en organisaties vervullen hierin uiteenlopende taken, volgens regels die nog regelmatig veranderen. Wil een marktpartij een rol vervullen in dit spel, dan moet deze zich eerst bewust worden van de eigen rol en de rol van anderen. Situationeel bewustzijn, noemt Aliene van der Veen dit in het visiestuk dat ze recent publiceerde.
Het visiestuk van Aliene van der Veen, digital energy system expert bij TNO, heeft als titel ‘Een spel van situationeel bewustzijn’. De ondertitel luidt: ‘Een strategie voor succes op het speelveld van een elektriciteitssysteem in transitie’. Met het stuk wil zij vooral aangeven tegen welke vraagstukken de spelers in dit ‘spel’ aanlopen, zodra zij in deze markt actief worden. Zij noemt situationeel bewustzijn de sleutel tot succes in het elektriciteitssysteem in transitie. Maar wat betekent dit concreet voor bedrijven in de installatiesector die vandaag de dag een klant helpen met elektrificatie of verduurzaming?
Snelle veranderingen
Van der Veen: ‘Iedereen die in de installatiesector werkt, krijgt in zijn of haar dagelijks werk op een of andere manier te maken met het spel van netcongestie en energietransitie. Wees je er daarom van bewust dat je in een werkveld zit dat verandert; op sommige onderdelen razendsnel. Je hoeft je niet in elk detail te verdiepen, maar breng jezelf wel op de hoogte van de grote lijnen. Afhankelijk van de diensten en werkzaamheden die je aanbiedt, moet je sommige details wel goed kennen. Zit je in de markt van de zonnepanelen, dan moet je weten wat er precies met de salderingsregeling gebeurt.’
Dat de politiek een zwabberbeleid voert en dat de regelgeving daardoor heen en weer gaat, ziet Van der Veen als onvermijdelijk. ‘Zie dat als een gegeven, maar hou je er niet intensief mee bezig. Weet wel dat de grote lijnen vastliggen. We moeten verduurzamen en we werken toe naar elektrificatie van ons energiesysteem. Die horizon voor de lange termijn kun je in al je gesprekken aanhouden.’ Politieke besluitvorming en de beïnvloeding daarvan is volgens Van der Veen vooral een taak voor belangenorganisaties, zoals Techniek Nederland. Zij doen dit al, maar moeten de resultaten van hun lobby volgens haar ook zo helder mogelijk met hun achterban delen. Dat draagt bij aan het situationeel bewustzijn van hun leden.
‘Handdoekje leggen’
Op dit moment lopen bedrijven in de praktijk geregeld aan tegen projecten die vastlopen op netcongestie en/of lange wachttijden voor nieuwe of ruimere aansluitingen. Zijn er signalen die adviseurs en bedrijven eerder moeten herkennen of oppakken om te zorgen dat projecten wel van de grond komen? ‘Dit is erg afhankelijk van het type project. Grootverbruikers, zoals industrieën, zullen zo mogelijk direct met gemeente of provincies, maar ook met hun netbeheerder in gesprek moeten als zij merken dat ze in de knel komen.’
‘Sommige van hen zijn daarin aardig bedreven. Daardoor kunnen bij andere klanten weer obstakels ontstaan, doordat sommigen op voorhand alvast capaciteit aanvragen. Je krijgt dan, wat ik noem, ‘handdoekje leggen’, zoals toeristen dat doen bij het zwembad. Leg alvast je handdoek neer, zodat je later op de dag zeker bent dat je nog een stoel hebt. Maar dat maakt de problemen alleen maar erger.’
‘Het is veel beter om in een bepaald gebied alle aanvragen bij elkaar te vegen. Ga vervolgens met alle partijen in overleg en bepaal wat ieders urgentie is en welke behoefte zij daadwerkelijk hebben. Voor een netbeheerder is het lastig om te bepalen wie voorrang heeft of bij wie de urgentie het hoogst is. Bij hen geldt nu nog het principe ‘first comes, first served’, maar er komt wetgeving aan waardoor hierin veranderingen mogelijk zijn.’
‘Wees je bewust dat je in een werkveld zit dat verandert; op sommige onderdelen razendsnel’
In kaart brengen
‘Als het mogelijk is, is het beter om zoveel mogelijk weg te blijven van het spel waarin je extra netruimte moet aanvragen om te kunnen verduurzamen of elektrificeren. Juist de installatiesector kan daarin een prominente rol spelen. Begin met het gedetailleerd in kaart brengen van het verbruik. Zorg dat je, zo fijnmazig als mogelijk is, weet wat het elektriciteitsverbruik is van de installaties en apparaten die op jouw netwerk zijn aangesloten.’
‘Deze dienstverlening, monitoring van je verbruik, is sterk in opkomst. Zodra je die kennis hebt, kun je gaan kijken hoe je al die verbruikers slim kunt aansturen. In de praktijk blijkt vaak dat men door slimme sturing en daarmee een aanpassing in het verbruik nog veel ruimte op het net kan creëren. Veel pieken in het verbruik kun je prima verplaatsen of tijdelijk uitschakelen. In situaties waarin je bepaalde pieken toch niet binnen je eigen bedrijf kunt oplossen, kun je nog kijken naar een samenwerking met aangrenzende bedrijven of energieverbruikers.’
‘Samenwerking binnen dergelijke energiehubs is niet eenvoudig, maar is wel degelijk mogelijk. Ook hierbij begint alles met het verkrijgen van inzicht. Door verbruiksgegevens van de ene partij naast die van een ander te leggen, kom je soms tot verrassende nieuwe samenwerkingen waarbij de som van het verbruik binnen een bepaalde piekbelasting blijft. Netbeheerders hebben niet de capaciteit om aangeslotenen daarmee te helpen. Het zijn marktpartijen die hierin een rol kunnen vervullen door dit soort inzichten boven tafel te krijgen.’
Flexibiliteit
Monitoring en slimme sturing zijn, zo schrijft Van der Veen in het visiestuk, de basis voor het creëren van de vereiste flexibiliteit. Installatieontwerpers zouden daarom die flexibiliteit – zoals opslag, slim laden of slimme sturing – al moeten meenemen in het ontwerp, ook als de klant daar nog niet expliciet om vraagt. Om dat te doen, moet de sector nog sterker over situationeel bewustzijn beschikken.
‘Ik zie dat bedrijven ermee bezig zijn, maar nog niet consequent. Ook als er in nieuwbouw geen probleem met netcongestie is, raad ik aan om al direct maatregelen te nemen die flexibiliteit bevorderen. Op zijn minst als een optie in het ontwerp. Installatieontwerpers hebben ook een taak in het bewust maken van hun klanten. Ook als onderzoeker weet ik niet precies waar en hoe lang congestieproblemen zich voordoen. Maar één ding weet ik wel zeker: in het energiesysteem van de toekomst zullen we ons energiegebruik veel meer moeten coördineren dan we ooit hebben gedaan.’
‘Hoe de scenario’s – zelfs als de verduurzaming op korte termijn niet doorzet – voor de toekomst er ook uit zien: we gaan vaker elektrisch rijden, we gaan meer energie zelf opwekken en we krijgen met veel ongelijktijdigheid in het aanbod te maken. In elk bedrijf en in elk huishouden wordt het energiepatroon anders; een mix van produceren en consumeren. Het is aan de installatiesector om dat te beseffen en die flexibiliteit tastbaar en verkoopbaar te maken.’
Energiehubs
Energiehubs bieden in potentie mooie synergie-kansen, vertelt Van der Veen. ‘En die hubs hoeven niet per se groot te zijn. Met twee of drie bedrijven kun je al enorme voordelen behalen. Klein beginnen is juist wel fijn. Maar goede matches vinden, valt vaak nog niet mee. En als je al een match hebt, dan zijn de contracten vrij lastig om op te stellen. Het is vaak moeilijk om de zekerheid ten aanzien van de netbeheerder te borgen. Ook daar zien we wel veranderingen optreden.’
‘Er moet op meerdere plekken het vertrouwen ontstaan over de flexibiliteit die de klanten gaan -leveren. Je kunt mensen in een gebouw niet aansturen. Daarom zijn bedrijven waar bijvoorbeeld veel machines staan opgesteld iets gemakkelijker in dergelijke hubs op te nemen dan pure kantoorgebouwen. Op een winterdag kun je in een kantoor niet zomaar even al het licht uitgooien of de verwarming laag zetten. Dergelijke combinaties maken en vinden duurt dus best lang. De goedkope flex, zoals een verwarmingsinstallatie in een gebouw, is vaak ook vrij onbetrouwbaar. Je kunt een hele bundel warmtepompen gezamenlijk slim aansturen, maar dergelijke flex moet wel betrouwbaar blijven.’
Van der Veen denkt dat daar een mooie taak ligt voor de installatiesector. Dat vertrouwen begint door het gewoon te doen en te laten zien. ‘Verzamel zoveel mogelijk data, zodat je netbeheerders inzicht kunt geven. Als je na een paar jaar met alle data kunt aantonen dat die flexibiliteit er echt is, kun je zeggen: ‘Kijk, zo voorspelbaar is ons gebruik.’ Dan heb je ineens een heel ander verhaal.’
Delen en uitwisselen
Nu bedrijven steeds meer data verzamelen over hun energiegebruik, rijst de vraag in hoeverre je die data probleemloos kunt of moet uitwisselen. In haar visiestuk schrijft Van der Veen dat situationeel bewustzijn niet per definitie vraagt om het delen van gevoelige informatie, maar wel om het delen van inzicht. Welke data of inzichten zouden bedrijven idealiter wél moeten delen – en met wie – om projecten vlotter te laten verlopen?
‘Het is allereerst essentieel dat elk bedrijf of elke energiegebruiker die data zo gedetailleerd mogelijk beschikbaar heeft. Maar om een energiehub op te zetten, hoeft men niet direct alle data bij elkaar te leggen. Wel moeten partijen goed kijken welke data, en vooral welke inzichten, er voor een bepaalde -oplossing nodig zijn. Juist een installatieadviseur en/of installatieontwerpers kunnen dergelijke inzichten voorleggen en vergelijken.’
De infrastructuren om probleemloos en veilig data, inzichten en informatie uit te wisselen, komen ook steeds beter van de grond, stelt Van der Veen vast. ‘Dergelijke uitwisselingen, die nu nog problematisch lijken, worden door datadeel-infrastructuren – een veilige, gestandaardiseerde weg om data te delen – steeds gemakkelijker. Dit zit deels in de vernieuwde energiewet, maar ook in de praktijk zien we faciliteringsvormen ontstaan waardoor – als je eenmaal de data paraat hebt – het uitwisselen van inzichten al snel tot voordelige oplossingen en contractvormen kan leiden.’
‘We zullen energiegebruik veel meer moeten coördineren dan we ooit hebben gedaan’
Digital twins en AI
Binnen de digitalisering en het ‘slim maken’ van onze energiesystemen nemen digital twins en AI een steeds belangrijkere rol in. Van der Veen -constateert dat ook, al vindt ze wel dat je goed moet kijken in hoeverre een digital twin noodzakelijk is. ‘Het is al snel een kostbare operatie, dus kijk goed of de investering proportioneel is. Door puur je data op orde te hebben, kun je ook met alleen kunst-matige intelligentie slimme berekeningen of voorspellingen doen. Tegelijk klopt het dat, als je een digital twin van je energiesysteem hebt, het mogelijk is om real time en met hulp van AI vergaande optimalisaties in bijvoorbeeld je verbruik door te voeren. Maar kijk goed naar de kosten en baten. Doe je het voor operationele voordelen of werkt het voor je marketingdoeleinden? Er zijn misschien geen slechte redenen, maar het is wel goed om af te pellen of het de meest optimale investering is.’
Tegelijkertijd nemen door de toenemende digitalisering en sturing op afstand ook de cyberrisico’s toe. Er ontstaan nieuwe kwetsbaarheden die bedrijven moeten tackelen om energie-installaties veilig te ontwerpen en te beheren. ‘Zodra de data waarmee jij werkt ook iets zegt over jouw klanten, dan ligt daar in het kader van privacy een grote verantwoordelijkheid. Dit is eveneens een bewustzijn dat in de markt nog moet groeien. Soms teken je bij het kruisje, maar heb je niet direct inzicht in welke invloed en reikwijdte die krabbel heeft op jouw verantwoordelijkheid.’
Grenzen vervagen
Tot slot concludeert het visiestuk dat de grenzen tussen producent, consument en opslag vervagen. Van der Veen denkt ook dat er veel nieuwe rollen ontstaan, waarvan het de vraag is wie die rollen willen en kunnen vervullen. ‘De verleiding om die nieuwe rollen op te pakken is groot. Tegelijk denk ik dat het voor veel bedrijven in de installatiesector aantrekkelijker is om bij hun leest te blijven. Als installatiebedrijf heb je vaak een heel sterke band met jouw klant. Nieuwe bedrijven die dergelijke nieuwe rollen vervullen – monitoren, energyhubs opzetten, energiemanagement realiseren, laad- en opslagfaciliteiten creëren – hebben die sterke band met de klant niet.’
‘Ik zie daarom niet de noodzaak om jezelf al die nieuwe rollen toe te eigenen. Denk je echter dat ze wel bij je passen, dan kun je daar natuurlijk in investeren. Maar vaak werkt het net zo goed om samenwerkingsverbanden aan te gaan. Jij kent de klant heel goed, terwijl die nieuwe toetreders geen enkel idee hebben hoe de situatie bij dat specifieke bedrijf of die specifieke woning in elkaar zit. Samen kun je uiteindelijk wel meerwaarde bieden.’
Wie echt ambitieus is, kan ook zelf doorgroeien naar energiemanager. Maar voor je het weet moet je energieleverancier worden, en daarbij komen enorm veel regels, wetten en verantwoordelijkheden kijken. Dus ook hier; wees je bewust van wat voor soort organisatie je wilt zijn. Wil je vooral klantgericht mensen en bedrijven ontzorgen? Dan is dat bijna niet te combineren met bijvoorbeeld een rol in de energiehandel. Strategische samenwerkingen liggen dan veel meer voor de hand.’
Tekst: Rob van Mil
Fotografie: Jan Buwalda