VV06 Omslag 600
April 2020

‘Circulaire installaties zijn een ontdekkingsreis’

14 01

Voor de installatiesector is de circulaire economie een vrij nieuw terrein dat nog maar pas wordt ontgonnen. Over de invulling van de onderdelen is tot op heden nog weinig bekend. ‘Technische Unie spreekt dan ook graag over een ontdekkingsreis’, stelt Ron Kompeer, manager van de productgroep verwarming en klimaattechniek. ‘Laat eerst maar zien in welke mate je industriële artikelen kunt hergebruiken en recyclen.’

Met zo’n twee miljoen artikelen van ruim zevenhonderd leveranciers is Technische Unie de grootste technische groothandel in Nederland. Al enige jaren is ze bezig om daadwerkelijk handen en voeten te geven aan de circulaire economie. Het meest in het oog springende project is dat met Grundfos, de van oorsprong Deense pompenfabrikant die sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw in ons land actief is. Technische Unie en Grundfos werken al sinds die tijd samen. Twee jaar geleden knoopte Technische Unie gesprekken met Grundfos aan over de circulariteit van pompen. Het belang van pompen kan niet worden onderschat: voor verwarming en koeling, voor transport en drukverhoging van vloeistoffen kan de woning- en utiliteitsbouw en de industrie niet zonder. In Denemarken liep al een project met een collega groothandel en Grundfos. Gebruikte pompen werden teruggehaald om ze in hun de-assemblagelijn uit elkaar te halen zodat de fabrikant koperen draad en andere onderdelen opnieuw kan gebruiken. Dat levert zo’n 10 procent meer hoogwaardig materiaal voor nieuwe pompen op. ‘Omdat groen denken en doen bij ons hoog in het vaandel staat,’ zegt Ron Kompeer, manager van de productgroep verwarming en klimaattechniek bij Technische Unie, ‘besloten we om zo’n ‘take back’-programma ook in Nederland te lanceren.’ Echt circulair is transport van goederen natuurlijk niet, weet ook hij. ‘Vervoer van en naar het buitenland en een circulaire economie staan in eerste instantie op gespannen voet met elkaar: je zorgt er voor dat de CO2-uitstoot nog meer toeneemt. Dankzij de schaal – we verkopen immers grote hoeveelheden circulatiepompen – wordt dit echter ruimschoots gecompenseerd door hergebruik. Met Grundfos zijn we in februari 2019 daarom een circulaire pilot in Zwolle gestart.’

10R-model

Voor de verwerking van gebruikte Grundfos-pompen hanteert Technische Unie het zogenaamde 10R-model, een sterk gedetailleerde versie van de ladder van Lansink en in 2015 ontwikkeld door prof.dr. Jacqueline Cramer van de Universiteit Utrecht (en voormalig milieuminister). Het 10R-model – de ‘R’ staat voor ‘re’ of ‘her’gebruik – laat zien uit welke tien vormen een product circulair kan zijn. Hoe hoger op de R-ladder, des te beter de circulariteit van een product (lees: een installatie). Grofweg gesteld valt het 10R-model in drie delen uiteen: eerst een product slimmer maken (of gebruiken), dan de levensduur van een product (of onderdelen daarvan) verlengen, tenslotte een nuttige toepassing voor restmaterialen vinden. ‘Vanwege de komende regelgeving – Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn – wordt het voor fabrikanten steeds belangrijker om aan te tonen in hoeverre hun producten aan circulariteit voldoen’, licht Kompeer toe. ‘Bewustwording en herontwerp staan bovenaan. Dat is vaak het moeilijkst omdat het om een andere wijze van organiseren gaat, namelijk sociaal innoveren. Herontwerp vraagt om andere materialen: duurzaam, modulair en demontabel. Hergebruik van grondstoffen komt daarna, op de voet gevolgd door opknappen, ook wel ‘refurbish’ genoemd.’ ‘Grundfos is hierin een voorloper in de markt. Naast assemblage is de-assemblage in hun productielijnen in Denemarken dan ook steeds groter geworden. Voor ons pilotproject bij onze vestiging in Zwolle hebben we eerst een filmpje gemaakt om de aandacht op de inlevering van pompen te richten. Grote klanten kunnen pompen – of onderdelen daarvan – in grote bakken plaatsen, die wij vervolgens retour halen.’

Kompeer ziet de circulaire economie als eenontdekkingsreis

Ontdekkingsreis

‘Voor veel klanten was dat eerst nogal wennen’, geeft Kompeer toe. In de eerste maand werden slechts één tot twee pompen ingeleverd, daarna kreeg de pilot de wind in de zeilen. Dit kwam voornamelijk door er met klanten over te praten. Kompeer: ‘We zijn met de pilot gestart zonder vooraf te onderzoeken wie welke kosten moet dragen, anders sla je de circulaire economie dood nog voordat ze überhaupt van start is gegaan. De essentie is hoe we circulariteit interessant kunnen maken zonder er meteen een uitgewerkt verdienmodel aan te hangen.’ Kompeer ziet de circulaire economie als een ontdekkingsreis. ‘Het gaat erom hoe je installatieproducten anders kan ontwerpen en verwerken. De pilot in Zwolle is ondertussen wel een succes geworden. Nu rollen we het logistieke model voor dergelijk hergebruik voor al onze vestigingen in heel Nederland uit. Meer en meer bedrijven in de installatiesector komen er achter dat we echt duurzamer met grondstoffen moeten omgaan. Bewustwording is daarvoor de sleutel.’ Inmiddels komen ook andere installatieproducten voor de circulaire economie in zicht. Volgens de productmanager is dat een proces van vallen en opstaan, zowel logistiek als bedrijfseconomisch. ‘Je moet toch wel aantonen in hoeverre circulariteit voor producten, productgroepen en installaties realiseerbaar is’, zegt hij. ‘Ook kun je meer impact maken door met collega’s uit de branche samen te werken, bijvoorbeeld door alle pompfabrikanten bij het proces te betrekken. Voor circulatiepompen wordt dat de volgende stap.’ Kompeer geeft een voorbeeld. ‘Neem nu eens pomphuizen. Die zijn onverslijtbaar, maar er bestaan intussen wel tal van uitvoeringen en maten. Wanneer Grundfos een universeel pomphuis kan ontwerpen, ligt volledig hergebruik in het verschiet. Wellicht wordt dat zelfs mogelijk op brancheniveau.’

14 02Technische Unie ziet het als haar maatschappelijke verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een circulaire economie.

Van kabelgoten tot wastafels

Technische Unie is overigens niet bij het ‘take back’-programma van pompen gestopt. Ook andere installatieproducten – van kabelgoten en wastafels tot wcd’s - worden onder de loep genomen. Zo loopt er sinds eind vorig jaar een pilot om kabelgoten te hergebruiken. Technische Unie doet dat samen met sloopbedrijf Lek Mining en gbn die als regisseur optreedt. In plaats van door een oud gebouw - in dit geval een drukkerij in de Merwedekanaalzone in Utrecht - te lopen om te zien hoe dat het zo snel mogelijk tegen de vlakte kan, kijkt Lek Mining naar welke materialen weer terug in de keten kunnen worden gebracht. Lek Mining verandert dus – deels - van een sloopbedrijf in een demontageteam dat waardevolle elementen zoals kabelgoten een nieuw leven geeft. Nadat die goten per hal zijn gedemonteerd en op pallets zijn verzameld, haalt Technische Unie ze op om ze via hun webshop opnieuw aan te bieden. Een ander project waarbij Technische Unie sinds juli 2019 is betrokken, is hergebruik van wastafels en wasmachinekranen. Sloopbedrijf A. van Liempd haalt die in het hele land uit huurwoningen, controleert ze op kwaliteit en maakt de materialen schoon voor hergebruik zodat ze weer hetzelfde werken als een nieuw product. Daarna neemt Technische Unie ze af en zet ze via hun kanalen in de markt. ‘Wij streven naar 100 procent hergebruik van alle onderdelen uit slooppanden’, licht Kompeer toe. ‘Ook oude wandcontactdozen en utp-kabels kunnen opnieuw worden gebruikt, niet alles uit een gesloopt pand hoeft immers op de afvalberg te belanden. Daar belast je ook het milieu mee.’

‘Wanneer Grundfos een universeel pomphuis kan ontwerpen, ligt volledig hergebruik in verschiet’

Uitdaging is uitleggen

Technische Unie ziet het als haar maatschappelijke verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een circulaire economie. Naast het aangeven in welke mate installatiematerialen circulair zijn (10R-model) gaat ze meer en meer circulaire producten verhandelen. Dat vergt een compleet andere manier van vragen stellen, van zaken doen, ontwerpen en werken, dat niet van de een op de andere dag tot stand zal komen. ‘De reacties uit de markt zijn verschillend’, zegt Kompeer. ‘Grote bedrijven in de branche zien de noodzaak en mogelijkheden al langer, de lokale installatiebedrijven blijven tot op heden enigszins achter. Daarnaast zit nieuwe regelgeving voor de circulaire economie in de pijplijn. Het Rijk wil in 2050 dat de bouw en techniek volledig circulair ingericht zijn. Je kunt dat wel vergelijken met de energietransitie. Met de vervanging van cv-ketels door warmtepompen is die transitie al een stap verder dan de circulaire economie.’ De grootste uitdaging voor de nabije toekomst ligt volgens Kompeer in het optrekken met alle partijen uit de keten, niet zozeer in het onmiddellijk werkend krijgen van een verdienmodel. Voor dat laatste is het nu nog te vroeg. ‘Niet iedereen blijkt overtuigd van noodzaak en nut terwijl een grondstoffencrisis er de komende decennia, hoe dan ook, aan zit te komen.’ ‘De grootste uitdaging is om de discussie over dit onderwerp op gang te brengen. Samen met andere marktpartijen willen we laten zien dat slimme oplossingen voor circulaire producten mogelijk zijn. Dat is onze toegevoegde waarde in de keten. Circulariteit hoort in ons dna te zitten. Het is een ontdekkingsreis waarin we samen uitvinden in welke mate dat gerealiseerd kan worden.’

Niveau’s van circulariteit (10 R’s)

  • Refuse: weigeren / voorkomen van gebruik
  • Reduce: verminderen van gebruik
  • Redesign: circulair herontwerpen
  • Re-use: product hergebruik (tweedehands)
  • Repair: onderhoud en reparatie
  • Refurbish: product opknappen
  • Remanufacture: nieuw product van tweedehands
  • Re-purpose: hergebruik product, maar dan anders
  • Recycle: verwerking en hergebruik materialen
  • Recover: energie terugwinning

Bron: Copernicus Institute, research institute for sustainable development and innovation.

Tekst: Tseard Zoethout, freelance journalist.
Beeld: Industrie

Meer weten over innovatieve technieken en ontwikkelingen?
Meld u dan nu aan voor onze gratis nieuwsbrief.