Nederland telt bijna 880.000 geïnstalleerde warmtepompsystemen. Maar als we ook airconditioners meetellen, beschikken inmiddels ruim 2,6 miljoen huishoudens over een vorm van elektrisch verwarmen. De markt trekt dus aan, maar de toekomst hangt sterk af van beleid, energieprijzen en geopolitiek. Het Nationaal Warmtepomp Trendrapport 2026 zet de cijfers op een rij.
De warmtepompmarkt in Nederland kende de afgelopen jaren pieken en dalen. De hoge energieprijzen na de Russische inval in Oekraïne joegen de verkoop omhoog. Beleidsonduidelijkheid trok deze daarna weer omlaag. In 2025 leek de markt opnieuw te stabiliseren. Toen verkocht de sector 136.000 warmtepompen (exclusief airconditioners), zo’n 9 procent meer dan in 2024. En voor 2026 wijzen de eerste prognoses op verdere groei – als de marktomstandigheden meewerken.
Hrvoje Medarac, hoofdonderzoeker bij Dutch New Energy Research, vat het treffend samen: ‘Wat zeker is, vormt de basis van de groei. Wat onzeker is, bepaalt de snelheid.’ Die onzekerheid is echter groter dan ooit. Voor 2026 loopt de bandbreedte van verwachte installaties uiteen van 106.000 tot maar liefst 216.000 warmtepompen. Zelden was het verschil tussen het laag- en hoogscenario zo groot. Dat vraagt van iedereen in de keten, van fabrikant tot installateur en adviseur, een scherp begrip van waar die onzekerheid vandaan komt.
Kleinere warmtepompen
De totale geïnstalleerde capaciteit van warmtepompen in Nederland bedraagt aan het einde van 2025 ongeveer 7,8 GW thermisch vermogen, tegenover 6,9 GW in 2024. Het cumulatieve aantal installaties van bijna 880.000 stuks bewijst dat de warmtepomp een stevige voet aan de grond heeft. Tegelijk blijkt uit het onderzoek dat het geïnstalleerde vermogen per warmtepomp licht daalt: in 2024 installeerde de sector in totaal 1.054 MW nieuw vermogen, in 2025 was dat 1.017 MW. Een signaal dat het gemiddelde systeemvermogen iets afneemt.
Voor adviseurs en ontwerpers is dat relevant. De markt beweegt blijkbaar van grotere, krachtige installaties naar iets kleinere systemen, die passen bij goed geïsoleerde nieuwbouw of renovaties met een meer bescheiden warmtevraag. Voor 2026 verwachten de rapporteurs een basisscenario van 1.248 MW nieuw geïnstalleerd vermogen. Maar bij een tegenvallende verkoop is dit 850 MW en bij een juist sterk aantrekkende markt 1.774 MW.
All-electric
Een van de opmerkelijkste bevindingen in het trendrapport is de tegenstelling tussen de focus in beleid en de beweging van de markt. De politiek richt zich vooral op hybride warmtepompen. In het huidige coalitieakkoord staat bijvoorbeeld dat het kabinet slimme hybride warmtepompen in 2029 tot norm wil verheffen op plekken waar een warmtenet niet de meest geschikte oplossing is. Toch liet de hybride markt in 2025 juist een lichte daling zien: van 45.000 naar 43.000 verkochte hybride systemen. Intussen nam de installatie van all-electric toe van 73.000 naar 86.000 systemen.
Van het totale aantal geïnstalleerde warmtepompen in de woningbouw (823.000) eind 2025 is 77 procent all-electric en 23 procent hybride. Wel verwachten de onderzoekers voor dit jaar, mede dankzij de aangekondigde normering, een herstel in de hybride verkopen. Het basisscenario gaat uit van 44.000 hybride installaties, met een potentieel van 74.000 in het hoge scenario.
Adviseurs en ontwerpers moeten dus goed kijken wat de situatie bij de klant is en welk systeem daar het best bij past. Netcongestie speelt daarin een belangrijke rol. Tegelijkertijd is volgens steeds meer mensen in de sector de all-electric route, zeker voor goed geïsoleerde woningen met laagtemperatuurafgifte, de meest efficiënte keuze. Bob Lansink, technisch adviseur bij Wasco, zegt in het rapport: ‘Het gaat om maatwerk. De keuze voor een all-electric of hybride warmtepomp moet altijd afgestemd zijn op het individuele huis en de leefgewoonten van de bewoners.’
Ruim 31 procent huishoudens al vorm van elektrische verwarming
Airconditioners
Een van de verrassende inzichten uit het trendrapport is de rol van airconditioners. In Nederland installeerden we inmiddels al zo’n 2,2 miljoen airco’s, waarvan een fors deel ook actief voor verwarming wordt gebruikt. TNO-onderzoek waarnaar het rapport verwijst, laat zien dat gemiddeld 85 procent van de huishoudens met een vaste airco deze ook inzet voor verwarming. Bij koopwoningen is dit zelfs 93 procent.
Wanneer we deze systemen meetellen, beschikt ruim 31 procent van alle Nederlandse huishoudens – circa 2,6 miljoen – al over een vorm van elektrische verwarming. De energietransitie in de gebouwde omgeving loopt daarmee verder voorop dan we vaak aannemen. Bij een renovatieproject is het daarom de moeite waard om te inventariseren welke verwarmingsapparaten de bewoners al in huis hebben. Als zij al een airco voor verwarming gebruiken, kan deze wellicht als hybride systeem gaan fungeren of het uitgangspunt vormen voor een uitgebreider warmtepompsysteem.
Utiliteit
Het aandeel van de warmtepomp in de utiliteitssector laat een gestage groei zien. In 2025 werd daar 439 MW geïnstalleerd, tegenover 417 MW in 2024. Dat is een stijging van 5 procent. Het totale geïnstalleerde vermogen in de utiliteit bedraagt nu 3,1 GW. Voor 2026 gaat het basisscenario uit van een toename van 562 MW. Dit zou een historisch hoge groei betekenen voor dit segment.
Met name bij grotere gebouwen zijn hybride oplossingen vaak realistischer dan volledig elektrisch systemen, vanwege beperkte netcapaciteit, installatieruimte en de complexiteit van bestaande systemen. In het rapport zegt Remeha-directeur Menno Koopmans: ‘Als je met een hybride systeem het gasverbruik drastisch kunt verminderen zonder het elektriciteitsnet te overbelasten, lever je direct CO2-reductie op schaal. Dat is ideologisch misschien minder zuiver, maar wel effectief.’
Onzekerheid
In 2025 werden 123.000 aanvragen voor ISDE-subsidie goedgekeurd. Dit is een stijging van 17 procent ten opzichte van 2024. Het aantal aanvragen ligt dicht bij het totale verkoopvolume van warmtepompen. Dit laat zien hoe bepalend de subsidie nog is voor de toepassing in de renovatiemarkt. Van de toekenningen ging 73 procent naar particulieren en 27 procent naar de zakelijke markt. De ISDE-regeling loopt door tot en met 2031 en biedt daarmee op korte termijn zekerheid.
Voor investeringen met een lange terugverdientijd blijft de situatie op lange termijn onduidelijk, omdat er na 2030 nog veel onduidelijk is. Frank Agterberg, voorzitter van Vereniging Warmtepompen, uit zijn zorgen hierover in het rapport: ‘Na 2030 is er nu nog niets geregeld. We moeten zorgen dat eigendom en gebruik samen goedkoper zijn dan het fossiele alternatief.’ Volgens hem vraagt dit om nieuwe modellen, zoals leaseconstructies of ‘heating-as-a-service’, waarbij de hoge initiële investering wordt vervangen door voorspelbare maandlasten.
Agterberg stelt dat de financiële sector daar in toenemende mate klaar voor is, maar dat het nog ontbreekt aan animo in de markt. Voor adviseurs en ontwerpers die klanten begeleiden bij investeringsbeslissingen is die ongeïnteresseerde houding bij potentiële klanten een praktisch aandachtspunt. Ze kunnen nog beter anticiperen op scenarioplanning voor subsidiebeleid na 2030 en inzichtelijk maken welke financieringsroutes (Warmtefonds, hypotheek, leaseconstructies) ook zonder subsidie rendabel kunnen zijn.
Onverwachte aanjager
Het rapport besteedt bijzondere aandacht aan de invloed van geopolitiek op de warmtepompmarkt. Eind februari vielen de Verenigde Staten Iran aan, wat leidde tot een regionaal conflict in het Midden-Oosten. Qatar, verantwoordelijk voor ongeveer 20 procent van de wereldmarkt voor vloeibaar aardgas (LNG), legde de productie stil. De TTF-gasprijs steeg in vijf dagen van 32 naar 52 euro per megawattuur. En de consumentenprijs voor gas bij energieleveranciers klom in maart 2026 naar gemiddeld 1,37 euro per kubieke meter; het hoogste niveau in twee jaar.
Het Warmtefonds meldde in de eerste twee weken van maart 2026 een toename in het aantal financieringsaanvragen van 34 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Hogere gasprijzen maken de businesscase voor warmtepompen direct aantrekkelijker, en dat is zichtbaar in de vraag. Zo toont de praktijk aan dat energieprijzen een krachtige marktdrijver zijn, maar ook een onbetrouwbare. Wie klanten adviseert, doet er goed aan de businesscase te baseren op structurele en gemiddelde energieprijsniveaus en niet op een piekmoment. Tegelijkertijd bieden stijgende gasprijzen een opening om gesprekken met aarzelende klanten te heropenen.
Flexibele sturing is de volgende, belangrijke stap
Fundamentele veranderingen
Het werk van warmtepompinstallateurs is fundamenteel aan het veranderen. Niet alleen vergen nieuwe koudemiddelen als propaan (R290) nieuwe certificeringen en veiligheidsinzichten, ook de inhoud van het vak zelf verschuift. Steeds meer klanten willen warmtepompen slim combineren met zonnepanelen, batterijen en slimme regeltechniek. Tegelijk versnellen prefab-systemen het installatiewerk, wat vraagt om een andere logistiek. Ook is monitoring en zelfs beheer op afstand van het warmtepompsysteem de standaard. Dit brengt weer nieuwe cyberrisico’s met zich mee.
In het rapport staat verder hoe Remeha constateert dat 70 procent van de prestatieproblemen bij warmtepompen terug te voeren is op een onvolledige of onjuiste installatie. Dat wijst op een gebrek aan of te weinig oog voor kwaliteit, wat de hele sector raakt. Maar het biedt ook een kans voor ontwerpers die wél een goede transmissieberekening uitvoeren, het systeem correct inregelen en klanten helder voorlichten. Zij kunnen zich op deze onderdelen onderscheiden.
Tegelijk blijft het personeelstekort hardnekkig, wat ook de druk in de warmtepompmarkt verhoogt. In 2025 stonden meer dan 70.000 technische vacatures open. 68 procent van de technische bedrijven ervaart een personeelstekort. De uitstroom is groot en de oplossing ligt deels in zij-instroom. Inmiddels staat 60 procent van de bedrijven open voor kandidaten zonder klassiek technisch diploma, terwijl dat in 2023 nog 36 procent was.
Slimme sturing
Netcongestie is één van de grote uitdagingen in de energietransitie. Veel mensen zien warmtepompen vaak nog als deel van het probleem, terwijl ze juist onderdeel van de oplossing zijn. Technisch zijn er uiteenlopende mogelijkheden om via protocollen als S2, EEbus en Modbus warmtepompen slim aan te sturen op basis van prijssignalen en netbelasting. Maar in de praktijk wordt deze sturing nog niet of nauwelijks aangeboden.
Een enquête van RVO onder warmtepompeigenaren laat zien dat van de eigenaren met een dynamisch energiecontract slechts 19 procent een vorm van slimme sturing gebruikt. Bij eigenaren zonder dynamisch contract is dat slechts 6 procent. De techniek is er, maar de toepassing blijft achter. Hier ligt een concrete rol voor installateurs en adviseurs. Naast de aanschaf van de warmtepomp, kunnen zij hun klanten ook helpen bij de keuze voor een passend energiecontract en een Home Energy Management System (HEMS). Goed ingeregeld dragen slim aangestuurde warmtepompen bij aan netbalans, besparen ze kosten en verhogen ze het comfort.
Amsterdam
Het rapport beschrijft hoe ook gemeenten de warmtepomp ontdekken als realistisch alternatief, naast of in combinatie met warmtenetten. Amsterdam stelt bijvoorbeeld 7,5 miljoen euro subsidie beschikbaar voor hybride warmtepompen in eengezinswoningen met een WOZ-waarde tot 666.000 euro. Per woning is 2.500 euro beschikbaar als aanvulling op de nationale ISDE-regeling. Een woordvoerder van de gemeente zegt hierover: ‘Hybride warmtepompen zijn voor veel eengezinswoningen op dit moment de meest toegankelijke en haalbare manier om te verduurzamen. Belangrijk hierbij is het feit dat een hybride warmtepomp voor een duidelijk lagere belasting van het elektriciteitsnetwerk zorgt dan volledig elektrische warmtepompsystemen.’
Adviseurs en installateurs moeten in hun adviezen dus ook in de gaten houden welke gemeentelijke stimuleringsregelingen er zijn. Ze bieden financiële kansen voor projecten die anders moeilijk te realiseren zijn. Ook bouwen gemeenten op deze manier draagvlak voor warmtepompen in marktsegmenten die tot nu toe achterblijven, zoals particuliere koopwoningen in stedelijke omgevingen.
Veerkrachtig, maar kwetsbaar
Het Nationaal Warmtepomp Trendrapport 2026 schetst een markt in transitie. Een markt die veerkrachtig is, maar kwetsbaar, met grote kansen, maar ook forse onzekerheden. De warmtepomp heeft zijn positie inmiddels wel veroverd, zowel in de woningbouw als in de utiliteit, maar de snelheid waarmee de markt verder groeit, hangt af van factoren die buiten de techniek liggen. Let daarom op hoe zaken als beleid, subsidies, energieprijzen en geopolitiek zich ontwikkelen.
Voor ontwerpers en adviseurs in de installatiesector zijn de praktische conclusies helder. Maatwerk op systeemniveau – denk aan transmissieberekening, juiste dimensionering van buffervat en boiler en correcte inregeling – vormt de basis voor tevreden klanten en voor een sector die zijn reputatie hoog houdt. De keuze tussen all-electric en hybride is geen ideologische discussie, maar een technische en economische afweging per project.
Verder is flexibele sturing de volgende, belangrijke stap. De sector moet zich verdiepen in de werking van energiemanagementsystemen, dynamische tarieven en opslagsystemen. Dit zijn diensten die waarde toevoegen voor de klant en voor het energiesysteem als geheel. Wie de aangekondigde normering van hybride warmtepompen per 2029 serieus neemt, begint nu met bijscholen en zijn adviespraktijk daarop aanpassen. De warmtepomp wacht niet op beleid. De markt beweegt al en bedrijven die vooruitlopen, plukken daar als eerste de vruchten van.
Bron
- Nationaal Warmtepomp Trendrapport 2026, Dutch New Energy Research/Warmte365. Het hele rapport is te downloaden op https://www.dutchnewenergy.nl