Oktober 2026
Drinkwatercongestie dwingt ons tot nieuwe oplossingen
Water
Wordt drinkwatercongestie naast netcongestie het volgende grote obstakel in de bouw- en installatiesector? Daar lijkt het inmiddels wel op. De vraag naar drinkwater stijgt, terwijl de gevolgen van klimaatverandering – met onder meer langere periodes van droogte – het systeem nog meer onder druk zetten. Bedrijven lopen nu al het risico om geen (grotere) wateraansluiting meer te krijgen. Hoe groot is dit probleem en hoe kunnen bedrijven hiermee omgaan?
Zonder maatregelen zullen in 2030 in heel Nederland drinkwatertekorten ontstaan. Die alarmerende conclusie trok het RIVM al in 2023 in het rapport ‘Waterbeschikbaarheid voor de bereiding van drinkwater tot 2030 - knelpunten en oplossingsrichtingen’. Het instituut constateerde dat de vraag naar drinkwater in tien jaar tijd aanzienlijk zou stijgen. De verwachting was dat door de bevolkingsgroei, economische groei en gevolgen van klimaatverandering in 2030 circa 100 miljoen m3 drinkwater meer nodig zou zijn dan in 2020.
Op het moment dat dit rapport uitkwam, beschikten drinkwaterbedrijven op sommige plekken in Nederland al over onvoldoende reserves om aan een onverwacht grotere vraag te voldoen. Om toekomstige tekorten in heel het land te voorkomen, moesten de bedrijven op zoek naar nieuwe bronnen in grond- en oppervlaktewater.
Actieprogramma
In navolging hiervan lanceerden het Interprovinciaal Overleg, Vewin (Vereniging voor Waterbedrijven in Nederland) en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in januari 2025 het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030. Het programma bestaat uit veertien regionale en zes landelijke acties, waarmee zij de benodigde extra productiecapaciteit willen realiseren. Tegelijk kwamen in het document zelf al enkele knelpunten naar voren. De vergunningverlening neemt veel tijd in beslag, het maatschappelijk draagvlak ontbreekt soms en drinkwaterbedrijven zelf kampen met tekorten aan personeel en financiële middelen. De vraag is daarmee of het realistisch is dat de deadline van 2030 wordt gehaald.
Vitens werkt op tal van locaties aan uitbreiding van de bestaande productiecapaciteit.
Vertraging
Beweging is er wel degelijk. Zo werkt Vitens, het grootste drinkwaterbedrijf van Nederland, aan de ontwikkeling van nieuwe waterwinvergunningen en productielocaties. Maar daarbij blijken de genoemde knelpunten inderdaad grote obstakels. In maart 2025 kreeg het bedrijf groen licht voor de nieuwe waterwinlocatie in het Friese dorp Luxwoude, goed voor 6,5 miljoen m3 per jaar. Toen al bleek door lopende bezwaren en beroepsprocedures het operationaliseren in 2030 niet haalbaar. Het doel was 2031, maar een jaar later liep het project vertraging op tot 2034. Er was onduidelijkheid over de benodigde waterwinvergunning, waardoor Vitens in juni 2026 moest besluiten de werkzaamheden tijdelijk te staken. Inmiddels zijn deze op uitspraak van een rechter weer hervat.
Op veel meer locaties werkt het bedrijf aan uitbreiding van de bestaande productiecapaciteit. Zo verwacht het een nieuw waterwinveld ten noorden van het Utrechtse dorp Benschop in 2028 in gebruik te kunnen nemen. Dit is echter een uitzondering; andere projecten voor nieuwe waterwinbronnen zullen niet voor 2030 zijn afgerond.
77 aanvragen afgewezen
Intussen worden de problemen steeds zichtbaarder. Zoals iedereen inmiddels weet wat netcongestie is, krijgen we ook steeds meer met watercongestie te maken. ‘Voor Vitens is watercongestie geen abstract toekomstbeeld, maar een probleem dat nu al zichtbaar wordt. Door een combinatie van bevolkingsgroei, economische ontwikkeling, woningbouw en klimaatverandering, groeit de vraag naar drinkwater sneller dan wat wij in de toekomst kunnen leveren. In sommige regio’s is er nu al weinig tot geen ruimte meer voor nieuwe grootzakelijke aansluitingen of uitbreidingen’, stelt een woordvoerder van Vitens.
Huishoudens hoeven zich nog niet direct grote zorgen te maken. De Drinkwaterwet schrijft voor dat drinkwaterbedrijven een leveringsplicht hebben als het gaat om drinkwater voor huishoudelijk gebruik. Deze plicht geldt onverkort voor bestaande woningen, maar aansluitingen voor nieuwbouwwoningen kunnen wel vertraging oplopen – al benadrukt Vitens dat de nieuwbouwplannen die bij het bedrijf zijn aangemeld wel zijn meegenomen in de prognoses.
Bij zakelijk (groot)gebruik is de onzekerheid groter. Wanneer de beschikbaarheid van drinkwater in het geding komt, kan een bedrijf een grootzakelijke drinkwateraansluiting worden geweigerd. Dat laatste is geen theoretisch noodscenario, maar komt nu in de praktijk al voor. ‘In de periode van 2022 tot en met 2025 hebben we 77 grootzakelijke aanvragen voor nieuwe aansluitingen en uitbreidingen moeten afwijzen’, laat Vitens weten. ‘Dat komt neer op een kleine twee miljoen m3 drinkwater aan jaarverbruik.’
Plannen aanpassen
Het afwijzen van aanvragen gebeurt vooral in gebieden waar de drinkwaterbeschikbaarheid onder druk staat. ‘Daarom toetsen we nu aanvragen voor nieuwe grootzakelijke aansluitingen of uitbreidingen. Is het water beschikbaar? Is er echt drinkwater nodig voor het bedrijfsproces? En zijn er waterbesparende maatregelen of alternatieven mogelijk?’, schetst het drinkwaterbedrijf. ‘Voor bedrijven kan dit betekenen dat zij hun plannen moeten aanpassen. Zij moeten bijvoorbeeld extra waterbesparende maatregelen nemen of op zoek gaan naar alternatieve waterbronnen voor gedeeltes van hun bedrijfsproces.’ Wanneer Vitens een bedrijf ‘nee’ moet verkopen, biedt het wel advies en begeleiding bij het vinden van nieuwe oplossingen.
De oplossing is volgens Vitens tweeledig. Aan de aanbodkant is er actie nodig om het realiseren van nieuwe bronnen te versnellen. ‘Wij werken samen met provincies, waterschappen en andere partners langs meerdere sporen. Het uitbreiden van vergunningen om drinkwater te winnen, het zoeken naar alternatieve bronnen en het investeren in productiecapaciteit en transportleidingen. Tegelijkertijd weten we dat de opgave groot en complex is. Vergunningsprocedures duren lang en er is veel concurrentie om de weinige beschikbare ruimte in Nederland.’ Die complexiteit maakt dat oplossingen aan de aanbodkant alleen niet voldoende zijn. Daarom zijn er volgens Vitens ook aan de vraagkant maatregelen nodig om drinkwater bij huishoudens en bedrijven te besparen.
Principeschema van het systeem van MijnWaterfabriek om regenwater op te slaan en in huis te gebruiken.
Waterzuinige Wijken
Het bedrijf verwijst daarbij naar het manifest Waterzuinige Wijken. Dit manifest is in juni 2026 gelanceerd door de Bouwtafel Waterzuinige Wijken, waarbij ruim 65 partners zijn aangesloten. Dit zijn drinkwaterbedrijven als Vitens, maar ook overheidsinstellingen, marktpartijen uit de bouw- en installatiewereld en brancheorganisaties, waaronder Techniek Nederland. In het manifest waarschuwen zij voor drinkwatercongestie als de volgende beperkende factor in de woningbouw. Ze roepen het Rijk op om waterbesparing in nieuwbouw en renovatie te versnellen, met als doel om waterzuinige woningen de standaard te maken.
In 2022 stelde de overheid in de Kamerbrief ‘Water en bodem sturend’ al het doel om voor 2035 het drinkwatergebruik per persoon terug te dringen van 119 liter tot 100 liter per dag. Dat moet ook haalbaar zijn; het manifest stelt zelfs dat we het drinkwatergebruik per woning met wel 45 procent kunnen verminderen.
(Her)gebruik regenwater
Huishoudens stimuleren om simpelweg minder drinkwater te gebruiken is een van de manieren om dit te doen. Technische oplossingen als waterzuinig sanitair, waterbesparende douchesystemen en slimme meters kunnen helpen om de beoogde drinkwatervermindering te bereiken. Maar daarnaast maken we pas echt grote stappen als we hemelwater beter gaan benutten.
Johan Bel is voorzitter van de expertgroep Circulair Water van de brancheorganisatie Water Alliance. Daarnaast is hij directeur van Mijn Waterfabriek, een leverancier van onder meer regenwateropslagsystemen. In december 2025 constateerde hij tegenover TVVL dat in Nederland al sprake is van drinkwatercongestie. ‘We moeten toe naar hergebruik van regenwater. Dat is gewoon een gegeven’, stelde hij. ‘De vraag is alleen nog hoe snel we dat doen en wie het betaalt.’
Meerdere leveranciers, zoals Mijn Waterfabriek, bieden systemen aan om regenwater op te slaan en in huis te gebruiken. Dit zijn bijvoorbeeld ondergrondse tanks of zakken in de kruipruimte. Met het water dat hierin wordt opgeslagen, kunnen bewoners – via een aparte waterleiding – het toilet doorspoelen, de wasmachine laten draaien, de tuin sproeien en de auto wassen. In E&W Installatietechniek, editie januari 2026, kwamen Mijn Waterfabriek en twee andere leveranciers aan het woord over een pilot waarin hun systemen werden toegepast in verschillende nieuwbouwwoningen. Daarbij stelden zij dat door voor bovengenoemde toepassingen regenwater te gebruiken in plaats van drinkwater, zij het totale drinkwaterverbruik van de woningen in de pilot met 41 procent konden terugdringen.
Vlaamse overheid zet al jarenlang sterk in op het gebruik van regenwater
Vlaanderen
De technische oplossingen om ons drinkwatergebruik fors te verminderen, zijn dus beschikbaar. Maar de stap naar grootschalige toepassing van deze systemen hebben we nog niet gezet. Dit in tegenstelling tot Vlaanderen, dat vaak als voorbeeld wordt aangehaald. Hier lag het gemiddelde drinkwatergebruik in 2023 op 80 liter per persoon per dag, aldus de Vlaamse Milieumaatschappij. Een belangrijke reden dat dit flink lager is dan het Nederlandse drinkwatergebruik, is dat de Vlaamse overheid al jarenlang sterk inzet op het gebruik van regenwater.
‘In Nederland ontbreekt het juist aan regelgeving’, schetste Bel in het interview met TVVL. ‘In het Bbl wordt niets gezegd over het gebruik van regenwater of grijswater. En in het Drinkwaterbesluit is hergebruik van grijswater zelfs niet toegestaan zonder toestemming van de Inspectie Leefomgeving en Transport.’ Ook het manifest Waterzuinige Wijken wil hier verandering in brengen. De initiatiefnemers pleiten voor het ontwikkelen, testen en uiteindelijk wettelijk verankeren van waterbesparende maatregelen, zoals het verantwoord hergebruik van water en de inzet van alternatieve bronnen.
Maar een gebrek aan aandacht voor waterbesparende installaties in de wet- en regelgeving is niet het enige obstakel. Bel vertelde namelijk dat een systeem per woning gemiddeld zo’n 8.000 euro kost. Met die investering leveren huiseigenaren een maatschappelijke bijdrage, maar zelf zullen ze het geld niet terugverdienen.
‘Waar de oplossing in gaat zitten, is dat we het collectief gaan maken. Dan verdelen we de kosten over meerdere woningen, maar dan moet er wel iemand zijn die het systeem beheert.’ Regenwater biedt in potentie dus een serieuze bijdrage aan de oplossing tegen drinkwatercongestie, maar van grootschalige toepassing is op dit moment nog geen sprake.
Coroos in Kapelle heeft een eigen afvalwaterzuivering waarmee de 600 miljoen liter afvalwater gebuikt kan worden voor het besproeien van landbouwgrond.
Stoom
Bovendien hebben we het nu vooral over drinkwaterbesparing bij particulieren. Dit is nodig om voldoende druk van het drinkwaternet te halen, maar het zijn de bedrijven die de gevolgen van drinkwatercongestie als eerste merken. Wanneer zij geen (grotere) drinkwateraansluiting krijgen, moeten zij wel op zoek naar alternatieven.
Dat die alternatieven er zijn, bewees Royal Smilde. Op de locatie in Oosterwolde bespaart het Friese voedingsmiddelenbedrijf zowel drinkwater als elektriciteit, door aardappels op een andere manier te garen. Waar dit normaal gebeurde met kokend water, gebruikt het bedrijf nu stoom. Ook maakten de reinigingsschotels, waarmee het bedrijf saustanks reinigde, plaats voor waterzuinige sproeibollen. En Royal Smilde zuivert en hergebruikt proceswater voor het wassen van aardappels. Al deze maatregelen leveren een besparing van liefst 20 miljoen liter drinkwater per jaar op, wat neerkomt op 20 procent minder watergebruik op jaarbasis. Royal Smilde won hiermee de Vitens Award Duurzaam Watergebruik Zakelijk 2025.
Ook FrieslandCampina bereikte in zijn vestiging in Gerkesklooster een enorme waterbesparing door de productie van melk en kaas anders te benaderen. Bij het verwerken van melk tot kaas komt namelijk het bijproduct wei vrij. Uit deze vloeistof zuivert het bedrijf water om te gebruiken voor de productieprocessen en het reinigen van installaties en melktankwagens. In combinatie met eerdere besparingsmaatregelen is deze nieuwe aanpak goed voor een jaarlijkse drinkwaterbesparing van 100 miljoen liter. De vestiging is daarmee voor 70 procent zelfvoorzienend in watergebruik.
Nieuwe maatregelen
Na de droge zomers van 2018 en 2019 ontdekte bierbrouwer Grolsch in een eigen onderzoek dat de eigen waterbeschikbaarheid onder druk stond. Het bedrijf beschikte al over eigen bronnen, maar bij langdurige droge periodes was er het risico dat deze de productiecapaciteit onvoldoende konden dekken. Hiervoor lagen er afspraken met Vitens, dat in deze gevallen als back-up zou dienen. Maar ook het drinkwaterbedrijf kon niet garanderen dat het in zulke periodes altijd water kon leveren.
Grolsch besloot niet af te wachten tot dit scenario werkelijkheid werd, maar zelf nieuwe maatregelen te nemen. De ambitie is om het drinkwatergebruik per liter bier nog verder terug te dringen. Dit was al teruggebracht van 5,5 liter (2003) naar 3,99 liter water per liter bier (2024). In 2030 wil Grolsch per liter bier minder dan 3 liter water gebruiken. Een manier om dit te bereiken, is het zuiveren en hergebruiken van afvalwater als spoelwater.
Daarnaast zoekt de brouwer ook lokaal de samenwerking op: in 2022 richtte Grolsch samen met Vitens en Waterschap Vechtstromen de Twentse Golf op, met als doel om de waterschaarste in Twente in 2030 te hebben opgelost. Deze organisatie faciliteert onder meer kennisdeling en koppelt bedrijven met waterproblemen aan partijen met oplossingen.
Waterbronnen ontlasten
Op meerdere manieren kan samenwerking helpen om de problemen in de watervoorziening op te lossen. Een mooi voorbeeld is dat van de conservenfabriek van Coroos in Kapelle. Hier besloot het bedrijf in 2022 om de 600 miljoen liter afvalwater die het jaarlijks in de Westerschelde loosde, beter in te zetten. Het investeerde in een eigen afvalwaterzuivering om het water te zuiveren en vervolgens op te vangen in een buffersloot naast de fabriek. Vanuit deze sloot kunnen nabijgelegen boerenbedrijven het water ophalen en gebruiken om hun land te besproeien.
Een vergelijkbaar voorbeeld zien we in Laarbeek, waar het restwater van de brouwerij van Bavaria wordt herverdeeld onder omliggende landbouwbedrijven. En in Sas van Gent wil ook Cargill het afvalwater van zijn maïsfabriek beschikbaar stellen voor de landbouw. Dit project is echter nog niet van start, omdat er eerst onderzoek nodig is naar de kwaliteit van het gezuiverde water.
Overigens gaan deze voorbeelden niet direct over drinkwaterbesparing, want voor het besproeien van landbouwgrond wordt sowieso geen drinkwater gebruikt. Wel verlicht het hergebruik van afvalwater de druk op schaarse zoetwaterbronnen, wat indirect de drinkwatervoorziening ontlast.
Tekst: Rob van Mil
Fotografie: Getty Images, Mijnwaterfabriek
Meer weten over innovatieve technieken en ontwikkelingen?
Meld u dan nu aan voor onze gratis nieuwsbrief.