VV06 Omslag 600
Oktober 2020

‘Kennis over de invloed van licht op onze gezondheid is nog niet consistent’

Interview met Dr.ir. Juliëtte van Duijnhoven, postdoctoraal onderzoeker TU/e

10 01

4 jaar lang deed dr. ir. Juliëtte van Duijnhoven onderzoek naar niet-visuele effecten van licht op de mens. Concreet ging het in haar onderzoek om het effect van licht op de alertheid van kantoormedewerkers. ‘De laatste jaren krijgen de niet-visuele effecten van licht steeds meer aandacht. Maar alle onderzoeken, nationaal en internationaal, zorgen nog niet voor een consistent en definitief beeld. Vandaar dat we de komende jaren nog veel meer onderzoek doen.’

Het effect van licht op de wijze waarop wij zien en de omgeving waarnemen – de visuele effecten – is al veelvuldig onderzocht. De kennis op dat terrein is dan ook veel groter dan over de niet-visuele effecten van licht. Dit komt, zo zegt dr. ir. Juliëtte van Duijnhoven, postdoctoraal onderzoeker aan de Technische Universiteit van Eindhoven (tu/e), doordat we pas relatief kort op de hoogte zijn van een type receptor in het oog, die we tot 2002 niet kenden.
‘De kegeltjes en staafjes, voor het zien van respectievelijk kleur en donker/licht, zijn al veel langer bekend. Maar met de ontdekking van een derde receptor in het oog, de intrinsically photosensitive retinal ganglion cell (iprgc), weten we nu dat licht ook niet-visuele effecten heeft op het functioneren van de mens. Deze receptor heeft namelijk, door licht dat op het oog valt, invloed op de hormoonhuishouding in ons lichaam. Zo is al bekend dat licht van invloed is op het onderdrukken van melatonine, ons slaaphormoon, en daarmee op ons slaapritme. Maar ook alertheid is een van de niet-visuele effecten van licht, die we onder invloed van licht en verlichting kunnen beïnvloeden.’

Invloed op menselijk welzijn

Het onderzoek dat Van Duijnhoven als PhD in de afgelopen 4 jaar uitvoerde, richtte zich op de persoonlijke lichtcondities van kantoormedewerkers. Het is een van de onderwerpen die vaak onder de noemer Human Centric Lighting (hcl) worden geschaard. In november 2019 promoveerde Van Duijnhoven cum laude op haar onderzoek, waarvan het proefschrift in december van dit jaar als publicatie beschikbaar komt. Vrijwel direct na haar promotie ging ze op de universiteit in Eindhoven aan de slag om als postdoctoraal onderzoeker nieuwe onderzoeken op ‘haar terrein’ te begeleiden en te coördineren. ‘Human Centric Lighting is een term die redelijk te pas en te onpas wordt gebruikt, maar in het algemeen hebben we het dan over de invloed van licht op ons welzijn. Toch gebruiken wij wetenschappers liever de term Integrative Lighting in plaats van hcl, omdat die eerste een bredere scope heeft. De internationale commissie die zich met licht bezighoudt, cie, ziet hcl ook meer als een marketingterm terwijl Integrative Lighting voor de wetenschap veel meer de totale eigenschappen van licht omvat. Dat zijn zowel de visuele als de niet-visuele eigenschappen; het draait om het hele samenspel van de invloed van licht op ons functioneren. Als je het totaal van al deze invloeden bekijkt, dan weten we het minst over de niet-visuele aspecten van licht.’

‘Toen ik in 2015 met mijn promotieonderzoek begon, dacht ik na 4 jaar wel klaar te zijn met dit onderwerp. Maar dat is absurd’

Nog geen generieke conclusies

‘Toen ik in 2015 met mijn promotieonderzoek begon, dacht ik na 4 jaar wel klaar te zijn met dit onderwerp. Maar dat is absurd. Zelfs over het onderdeel waarin ik me heb verdiept, de invloed van licht op de alertheid van kantoormedewerkers, zijn nog altijd geen generieke conclusies te trekken. We weten wel degelijk een stuk meer, maar je kunt nu nog niet concreet zeggen of en hoe we mensen de juiste lichtcondities kunnen bieden, zodat hun alertheid voor hun werk optimaal is en blijft. En alertheid is nog maar één niet-visuele eigenschap van licht.’ Voor haar promotieonderzoek deed Van Duijnhoven veldonderzoek in kantoren waar zij persoonlijke lichtcondities van kantoormedewerkers gedurende de hele dag heeft gemeten, dus vanaf het moment dat mensen opstonden tot ze naar bed gingen. Het onderzoek bestond uit een viertal onderdelen:

  • Hoe meten we persoonlijke lichtcondities?
  • Hoe interpreteren we deze persoonlijke lichtcondities?
  • Hoe kunnen individuen hun eigen lichtcondities zelf aanpassen?
  • Wat is het verband tussen de persoonlijke lichtcondities en alertheid?

‘Uit literatuurstudies was wel iets bekend over de mogelijke effecten van licht op alertheid, maar er waren nog weinig veldstudies gedaan. Ik heb mijn proefpersonen, 62 mensen in een grote veldtest, een badge gegeven met een lichtsensor. Deze meet vanaf het opstaan tot het slapen gaan de lichtcondities. Je ziet dan – ik deed de veldtest in mei en juni 2017 – dat mensen qua lichtblootstelling drie pieken ondergaan; onderweg naar hun werk, tijdens de lunchpauze als ze dan even naar buiten gaan, en op weg naar huis. Verder zien we ook verschillen, afhankelijk van de plek waar mensen hun werkplek hebben, maar die vallen in het niet bij de lichthoeveelheden die zij buiten opdoen.’

Factoren in de binnenruimte

‘We keken in het onderzoek ook naar de afstand van de werkplek tot het dichtstbijzijnde raam, of er wel of geen zonwering aanwezig is, en ook naar de kijkrichting van de kantoormedewerker. We hebben bijvoorbeeld niet gekeken naar het type lichtbron en of die verlichting door de mensen op kantoor te beïnvloeden is. Dergelijke aspecten zijn ook van invloed op de hoeveelheid licht waaraan mensen bloot worden gesteld. Toch, als je al die invloeden in het kantoor afzet tegen de hoeveelheid licht die je buiten kunt opdoen, hebben die factoren in de binnenruimte een marginale invloed.’ Het onderzoek heeft Van Duijnhoven er wel van overtuigd dat de mens voldoende licht nodig heeft om alert te kunnen zijn en blijven. ‘Bedrijven investeren de laatste jaren steeds meer in moderne, zuinige verlichting en de besturing daarvan, om zo maximaal energie te besparen. Toch zouden zij zich beter kunnen richten op het bieden van voldoende, gepersonaliseerd licht om zo een potentiële productiviteitsverhoging van kantoormedewerkers te realiseren. Dit kan hen een veel grotere besparing op de bedrijfskosten opleveren.’

‘Ons ideaal is dat we voor mensen een soort ‘fitbit’ maken die de hoeveelheid lux en de duur van lichtblootstelling meet’

Kijk naar zes lichtfactoren

Haar conclusies zijn ook gebaseerd op de zes lichtfactoren die in de vakliteratuur worden genoemd en die rechtstreeks van invloed zijn op ons welbevinden:

  • De intensiteit: de hoeveelheid licht die we op ons oog krijgen.
  • Het spectrum: de aanwezige kleuren in het licht.
  • De richting: waar komt het vandaan? En wat zijn de invalshoeken?
  • Het tijdstip: hoe laat krijgen we welke blootstelling?
  • De duur: hoe lang zijn we blootgesteld aan het licht?
  • De geschiedenis: gaan we van buiten naar binnen of andersom, waardoor contrast ontstaat.

‘Deze zes factoren samen initiëren de lichteffecten die in hun samenspel invloed hebben op ons welzijn. Wil je adviezen uitbrengen rondom een werkplek, of dat nu op kantoor of thuis is, of bijvoorbeeld over de leefomgeving van mensen in de zorg of in een ziekenhuis, bedenk dan altijd dat al deze zes lichtfactoren daarop van invloed zijn.’
‘Met de kennis die ik in mijn onderzoek vergaarde, creëerde ik een concept voor een systeem van aanbevelingen. Hiermee kunnen kantoormedewerkers hun eigen persoonlijke lichtcondities aanpassen.’
‘Eén van de belangrijkste aanbevelingen om persoonlijke lichtcondities te verhogen, is dat mensen meer tijd buiten doorbrengen. Een alternatief is het kiezenvoor een bureau dicht(er) bij het raam. Het systeem is er in elk geval op gericht om het beschikbare daglicht zo optimaal mogelijk te benutten. Bedrijven die het systeem gebruiken, kunnen hun medewerkers ondersteunen om hun subjectieve alertheid gedurende de gehele dag te optimaliseren. En kantoormedewerkers die de aanbevelingen van dit systeem opvolgen, zullen zich energieker en geactiveerder voelen. Uiteindelijk kan dit voor werkgevers resulteren in productiviteitswinst en daardoor lagere bedrijfskosten.’

Thuiswerken in het juiste licht

Sinds in maart de coronacrisis uitbrak, werken vele duizenden mensen thuis in plaats van op kantoor. Hoewel dat voor velen heel erg wennen is, is het een ontwikkeling die niet snel weer volledig wordt teruggedraaid. De verwachting is dat, ook als we corona onder controle hebben, vele kantoorwerkers een of meerdere dagen thuis blijven werken. Vandaar dat de nsvv in juli een webinar organiseerde over ‘Thuiswerken in het juiste licht’. Drie specialisten gaven daar hun visie over het belang van goed licht voor een gezonde thuiswerkplek. Ook Juliëtte van Duijnhoven leverde een bijdrage aan het webinar, dat op de website van nsvv is terug te kijken. In haar bijdrage lichtte Van Duijnhoven een tipje van de sluier op van drie onderzoeken die afstudeerders onder haar leiding aan het uitvoeren zijn. Het eerste onderzoek draait om ‘Persoonlijke lichtcondities van thuiswerkers’. Hiervoor worden tien mensen gedurende een week de hele dag met een geavanceerde, draagbare lichtmeter ‘gevolgd’, zodat het onderzoek inzichtelijk maakt wat hun blootstelling aan licht is. Het tweede onderzoek draait om de ‘Optimale werkplek’. Hieruit komen straks enkele factoren naar voren op basis waarvan je kunt bepalen waar je in een ruimte het beste je bureau kunt plaatsen. Dat kan ook voor de thuiswerkplek gelden. Het derde onderzoek maakt via een vragenlijst een ‘Inventarisatie van de thuiswerkplek’.
‘Deze onderzoeken zullen ons waardevolle input leveren die we weer kunnen gebruiken binnen uiteenlopende andere onderzoeken, waarin we op zoek zijn naar de optimale omstandigheden voor de ultieme kantooromgeving’, aldus Van Duijnhoven.

Grote, individuele verschillen

Dat Van Duijnhoven bij het formuleren van de resultaten van haar onderzoek en het systeem voorzichtig haar woorden kiest, heeft ook te maken met de grote hoeveelheid variabelen. ‘Het is wel duidelijk dat er enorme, individuele verschillen zijn. De hoeveelheid licht die iemand nodig heeft om alert te blijven is niet in het algemeen te bepalen. Toch weten we dat tijdens de lunchpauze even een rondje buiten lopen wellicht wel belangrijker is dan het lichtniveau in je kantoor op werkplekniveau van 500 naar 1.000 lux verhogen.’ Omdat er zoveel individuele verschillen zijn in onze behoefte aan licht, is het lastig om absolute grenswaarden te bepalen. Wel is het volgens Van Duijnhoven wenselijk om in de toekomst ‘user profiles’ te kunnen maken, als het gaat om de lichtbehoefte voor verschillende mensen. ‘Ons ideaal is dat we voor mensen een soort ‘fitbit’ (een armband) maken die, in plaats van het tellen van het aantal stappen die je zet, de hoeveelheid lux en de duur van lichtblootstelling meet. Zo kun je op elk moment zien of je lichaam aan voldoende licht is blootgesteld om bijvoorbeeld alert te kunnen werken.’

In hun samenhang bekijken

Toch benadrukt de postdoc-onderzoekster nogmaals de grote complexiteit van de invloed van licht op onze gezondheid. Het zijn niet slechts één of twee factoren die van invloed zijn op onze alertheid, je zal ze echt alle zes in hun samenhang moeten bekijken. ‘Een medewerker tevreden stellen door goede lichtcondities te creëren klinkt simpel, maar de variaties zijn groot. Mensen kunnen zich irriteren aan direct zonlicht dat binnenvalt. Ook verblinding door reflecties kan irritaties geven. Kortom, de invloed van licht is iets heel persoonlijks. Daarom moet je kijken hoe je persoonlijke condities kunt creëren. Hoe je die condities kunt meten, maar ook hoe je die kunt beïnvloeden. Uiteindelijk gaat het om ‘right light at the right time’.’
‘Dan kom je bij het uitgangspunt dat iedereen recht heeft op het juiste licht op het juiste moment. Dus niet alleen in zijn of haar werkomgeving, maar bijvoorbeeld ook het licht dat je buiten op straat nodig hebt om je veilig te voelen of de goede lichtcondities in de avonduren, zodat je goed kunt slapen. Er zijn al onderzoeken waarbij we testjes doen met een app die mensen ‘aansturen’ om, als ze te weinig licht zien, even naar buiten te gaan of van werkplek te wisselen.’

Onderzoek via de NSVV

Van Duijnhoven is ook voorzitter van het Kernteam Indoor van de nsvv, het onafhankelijke kenniscentrum voor licht en verlichting. Ook daar richt zij zich, met collega’s uit verschillende disciplines, op Integrative Lighting. ‘We doen binnen de nsvv onder meer onderzoek naar lichtregelsystemen en de invloed van deze systemen op persoonlijke lichtbeleving. Voor de toekomst is het wel ons ideaal dat elke medewerker het licht op zijn werkplek naar eigen behoefte kan sturen en regelen. Ook nen-en 12464, de Europese norm die verlichtingseisen specificeert voor mensen die werkzaam zijn in een binnenruimte, is aan een herziening bezig. Nu is deze eis hoofdzakelijk gericht op het visueel presteren. Voor de niet-visuele effecten van licht heeft de huidige norm weinig tot geen aandacht. Wij zouden graag zien dat dit in de herziene norm wel het geval is.’
‘In elk geval zullen wij de onderzoeken naar de niet-visuele effecten van licht onverminderd voortzetten (zie kader). Als er marktpartijen zijn die systemen of producten hebben die daaraan kunnen bijdragen en die daarmee willen meewerken binnen onze onderzoeken, dan komen wij graag met hen in contact. Het is onze nadrukkelijke wens om het onderzoek samen met de markt, en in de praktijk uit te voeren.’

Tekst; Rob van Mil, freelance journalist.
Fotografie: Arno Massee

Meer weten over innovatieve technieken en ontwikkelingen?
Meld u dan nu aan voor onze gratis nieuwsbrief.