VV05 Omslag 600
Mei 2026

Volop onzekerheid rondom gewenste groei warmtenetten

infrastructuur

14 01

In ons land hebben bijna 550.000 woningen een aansluiting op een warmtenet, ook wel bekend als stadsverwarming. Volgens plannen van de overheid moeten daar de komende decennia nog zo’n 2 miljoen ­woningen bijkomen. Een ambitieuze opgave die op voorhand lastig te realiseren lijkt, zeker met de nieuw ingevoerde wetgeving. Desondanks staan er relatief veel warmte-netten op de planning en heeft het CBS steeds beter zicht op de huidige stand van warmtelevering in ons land.

Tot vorig jaar bestond er een zeer versnipperd beeld van de warmtelevering in Nederland. Om die reden nam het CBS het initiatief om cijfers op te vragen bij de grote warmteleveranciers van Nederland: Vattenfall, Eneco, Ennatuurlijk, HVC Energie, Stadsverwarming Purmerend en Essent. Op basis van die cijfers kon het CBS in 2025 voor het eerst een landelijk overzicht schetsen van de aansluitingen op warmtelevering in ons land.
De vijf grootste warmteleveranciers nemen verreweg het grootste deel van de warmtelevering aan woningen voor hun rekening, namelijk 10,4 PJ aan 416.000 aansluitingen. Dit zijn zowel individuele als collectieve leveringen. Naar schatting bedraagt de totale warmtelevering aan woningen in ons land 11 PJ, inclusief de warmteleveringen van leveranciers waarvan het CBS geen microdata heeft.

Bedrijven en instellingen

Ook bedrijven en instellingen hebben aansluitingen op warmtelevering. De dienstensector heeft in de zakelijke markt het grootste aandeel. Ongeveer 21.000 aansluitingen nemen van de vijf grootste leveranciers zo’n 5 PJ warmte af. De totale warmtelevering aan de dienstensector, dus inclusief kleinere leveranciers, is naar schatting 6,2 PJ.
De grootste afnemers zijn gebouwen in de gezondheids- en zorgsector, openbare en publieke gebouwen, onderwijs, groothandel en detailhandel. Daarnaast is ook de land- en glastuinbouw een relatief grote afnemer met naar schatting 2,3 PJ. De groep overige afnemers, variërend van zware industrie tot ambassades, is goed voor een afname van 0,6 PJ. Alles bij elkaar opgeteld bedraagt de totale warmtelevering in ons land op dit moment circa 20 PJ.

14 021. Aandeel van woningen met stadsverwarming, in 2023.

Woningbouw

Vooral in stedelijke gebieden zijn veel woningen op een warmtenet aangesloten (figuur 1). Gemeentes waarin veel woningen stadswarmte als hoofdverwarming hebben zijn bijvoorbeeld Purmerend, Almere, Nieuwegein en Utrecht, met een aandeel van respectievelijk 66, 59, 53 en 35 procent in 2023.
Het aandeel woningen met stadswarmte is niet alleen regioafhankelijk, maar hangt ook samen met het woningtype of bouwjaar. Vooral appartementen, maar ook rijwoningen hebben een aansluiting op warmtelevering. Daarnaast zijn het relatief jonge woningen, 20 jaar of jonger, die vaak een aansluiting op een warmtenet hebben (figuur 2). Vrijstaande woningen en woningen van vóór 1965 zijn zelden aangesloten op een warmtenet.
De meeste woningen op stadswarmte hebben een individuele aansluiting, maar er is ook een groep woningen met een collectieve warmteaansluiting. Zoals te verwachten is, gebruiken appartementen minder warmte dan andere soorten woningen. Uit de cijfers die CBS op een rij zette, blijkt dat 2023 een relatief warm jaar was, waarin het warmtegebruik over de hele linie in woningen lager lag. In 2024 was dit redelijk vergelijkbaar met 2022 (figuur 3).

Verbruikscijfers

Volgens het CBS is het lastig om uit alle beschikbare cijfers het gemiddelde gebruik per type woning te berekenen. Door de vele collectieve aansluitingen is het namelijk bijna onmogelijk om exact te berekenen hoeveel individuele woningen gebruiken. Niet alle woningen binnen zo’n pand hoeven daadwerkelijk stadswarmte te gebruiken. Sommige huishoudens kiezen bijvoorbeeld voor elektrische verwarming of, indien mogelijk, voor een individuele cv-installatie met een eigen gasaansluiting.
Zelfs wanneer collectieve aansluitingen en de bijbehorende woningen goed in kaart zijn gebracht, blijft onduidelijk hoeveel warmte elk huishouden afzonderlijk verbruikt. Het totale verbruik is wel bekend, maar de verdeling ervan binnen de aansluiting niet. Het inzicht wordt verder bemoeilijkt doordat collectieve aansluitingen soms zowel woningen als bedrijven van warmte voorzien.
Om nauwkeurig te kunnen vaststellen hoeveel warmte individuele huishoudens via collectieve systemen ontvangen, heeft het CBS aanvullende data van warmtekostenverdeelfirma’s nodig. Deze bedrijven beschikken over gedetailleerde meetgegevens van warmteverbruik achter collectieve aansluitingen en leveren zo het meest betrouwbare beeld van de daadwerkelijke levering per woning.

14 032. Woningen met stadswarmte per type en per bouwjaar.

Boterzacht

Het is van belang om het bestaande woningbestand dat is aangesloten op warmtelevering beter in beeld te krijgen. Ook de ervaringen van warmtebedrijven, en vooral van bewoners en afnemers, zijn erg relevant. Want dit bestaande woningbestand met warmtelevering zal, als de plannen van de overheid realiteit worden, de komende decennia met 2 miljoen woningen toenemen.
In januari publiceerde de overheid het rapport ‘Warmtenetprojecten in ontwikkeling in Nederland’. Dit rapport schetst een actueel beeld van nieuwe warmtenetten en uitbreidingen van bestaande warmtenetten in de bestaande bouw. Het overzicht en de publicatie kwamen tot stand vanuit een samenwerking tussen RVO en het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Zij actualiseerden in de periode van november 2025 tot en met januari 2026 een al eens eerder opgesteld overzicht. Daarbij kregen zij medewerking van verschillende NPLW-regiocoördinatoren en van het onderzoeks- en adviesbureau MSG Sustainable Strategies.
Vooral de Regionale Energie Strategieën (RES) bleken een belangrijke bron voor de plannen met warmtelevering in Nederland. En die plannen zijn, wanneer je de cijfers goed bekijkt, boterzacht. Een groot deel van die plannen, misschien wel 80 procent, zit nog in de uitwerkfase. Dit wil zeggen dat partijen wel bezig zijn met plannen voor een warmtenet, maar dat er nog geen beslissingen zijn genomen. Een veel kleiner deel van de plannen zit in de ontwikkelfase en een nog kleiner deel zit al in de uitvoeringsfase.

Twente

In heel het land staan nieuwe warmteleveringsprojecten op stapel. Het valt daarbij op – al is dat niet vreemd – dat in de minder dichtbevolkte provincies Zeeland, Drenthe en Friesland het aantal projecten het kleinst is. Veel projecten in de uitvoerings- en ontwikkelfase bevinden zich in de regio Rotterdam-Den Haag. Ook in de regio’s Noord-Holland Zuid en de Drechtsteden zijn veel projecten al in ontwikkeling.
Nog opvallender zijn de enorme plannen voor warmtelevering in andere regio’s. Koploper is de regio Twente, waar men de komende jaren meer dan 100.000 woningen op warmtelevering wil aansluiten. In zowel Groningen als Zuid-Limburg zijn er plannen voor 80.000 aansluitingen op warmtelevering. En ook de Metropoolregio Eindhoven wil 70.000 woningen op warmtenetten aansluiten.
De initiatieven in Twente, Groningen, Zuid-Limburg en Eindhoven bevinden zich nog in een vroege planfase. In Twente werkt men aan een regionaal warmtenet dat wordt gevoed met warmte van afvalverwerker Twence. In Groningen worden (eerste) stappen gezet richting een regionaal warmtenet. Het initiatief in Zuid-Limburg gaat de grens over, in samenwerking met buurlanden Duitsland en België.

14 043. Gemiddelde warmtelevering per woningtype in 2022, 2023 en 2024.

Regionaal

Het grootste project dat nu wordt opgetuigd, staat onder leiding van Twence, een regionale afvalverwerker en energiebedrijf in Twente. Aandeelhouder zijn de dertien gemeenten in de regio. Twence produceert inmiddels al restwarmte uit niet-herbruikbaar restafval en afvalhout. Nu wil het bedrijf die warmtelevering uitbouwen via een regionaal warmtenet, zodat het huishoudens en bedrijven in het stedelijk gebied van Twente kan bedienen. Het onderzoek naar de haalbaarheid en realisatie doet Twence samen met Cogas en Ennatuurlijk. De partijen inventariseren, samen met gemeenten, woningbouwcorporaties en grotere afnemers, de technische en financiële voorwaarden.
De warmtenetten in Hengelo en in Enschede tonen volgens Twence al aan dat een warmtenet een duurzaam alternatief is voor verwarming op aardgas. Warmtenet Enschede is zelfs meermaals uitgeroepen tot duurzaamste warmtenet van Nederland. En het warmtenet in Hengelo is het meest innovatieve warmtenet. Met deze warmtenetten voorziet Twence op dit moment zo’n 9.500 woningen en bedrijven in Enschede en Hengelo van duurzame warmte.
In de Regionale Energietransitie Twente is warmtelevering een van de speerpunten. Twence geeft aan dat het in de komende jaren 100.000 woningen van hogetemperatuurwarmte kan voorzien. Daarvoor is de uitrol van een regionaal warmtenetwerk naar Hengelo, Borne, Almelo, Oldenzaal en Enschede noodzakelijk. Mogelijk wordt het netwerk ook doorgetrokken naar Haaksbergen en Wierden.

Voor groot deel van de plannen -onduidelijk of ontwikkeling wordt doorgezet

Grensoverstijgend

Een ander groot project is CrossHeat, een onderzoeksproject waaraan Nederland, Duitsland en België meedoen. Het doel is om huizen en bedrijven in de regio te verwarmen met een warmtenet. Het onderzoek richt zich op een netwerk dat enerzijds restwarmte van de industrie gebruikt en anderzijds aardwarmte aan het net toevoegt. De onderzoeken lopen nog tot halverwege 2027. Vanaf september 2027 willen de partijen starten met het opstellen van een investeringsplan, waarna in 2028 de opschalings- en uitvoeringsplannen kunnen worden gemaakt.
In Nederland zijn de gemeenten Kerkrade en Landgraaf bij het onderzoek betrokken, evenals de stadsregio Parkstad Limburg. Naast verschillende onderzoeksinstellingen zijn in Duitsland de gemeente Herzogenrath en Stadsregio Aken bij het project aangesloten. Daarnaast zijn de Belgische provincie Zuid-Limburg en de Regio Wallonië co-financiers van dit project.
Volgens de initiatiefnemers is betaalbaarheid een belangrijk aandachtspunt, zodat overstappen voor inwoners en bedrijven haalbaar blijft. Ook bekijken ze hoe ze de regels in de drie landen beter op elkaar kunnen afstemmen. Dat moet samenwerken over de grens makkelijker maken. De partijen beloven dat burgers en bedrijven vrij zullen zijn in hun keuze of zij willen aansluiten bij een warmtenet. Ook kunnen zij aangeven wat voor hen belangrijk is op het gebied van bijvoorbeeld kosten, techniek en planning. Het doel is om alle resultaten van het project te delen, zodat meer regio’s in de toekomst kunnen overstappen op schone en betaalbare warmte via een warmtenet.

14 05Slechts 35 van de 151 projecten zitten inmiddels in de uitvoeringsfase.

Groningen

In de stad Groningen exploiteert WarmteStad een warmtenetwerk dat het stap voor stap uitbreidt. Ook sluit dit warmtebedrijf nieuwbouwwoningen aan op collectieve wko-systemen. WarmteStad is door de gemeente opgericht en werkt zonder commercieel winstoogmerk. Op dit moment levert het bedrijf warmte aan bijna 10.000 woningen en gebouwen in Groningen.
In minder dan tien jaar tijd bouwde het bedrijf een nieuw, duurzaam warmtenet dat inmiddels ruim 10 procent van de stad voorziet van warmte (zo’n 40 GWh per jaar). Maar het bedrijf heeft de ambitie om door te groeien en ongeveer 65 procent van de stad van duurzame warmte te voorzien. Volgens WarmteStad maakt de slimme combinatie van verschillende duurzame bronnen en technieken hun aanpak bijzonder. Zo komt de warmte die het levert uit restwarmte van datacenters, een zonnewarmtepark van 37.000 m² (een van de grootste in Europa), 1.000.000 m³ ondergrondse seizoensopslag om zomerse warmte op te slaan voor gebruik in de winter, in combinatie met grootschalige warmtepompen die WarmteStad heeft geïnstalleerd. Volgens het bedrijf maakt deze integrale aanpak het systeem niet alleen duurzaam, maar ook robuust en toekomstbestendig.
Daarnaast werkte WarmteStad mee aan een onderzoek naar een regionaal warmtenet van de provincie Groningen, de gemeenten Het Hogeland, Eemsdelta en Groningen, Groningen Seaports, Gasunie en Enpuls. Via dat warmtenet willen deze partijen 80.000 woningen en bedrijven van het aardgas halen. In het onderzoek ging het onder meer over de potentiële warmtevraag, het warmteaanbod, de mogelijke risico’s, afhankelijkheden en de vereiste financiën voor de transport- en distributienetten.
Een eerste conclusie is dat er voldoende warmteaanbod beschikbaar is. De risico’s – en dat zijn risico’s waar bijna alle projecten tegenaan lopen – zitten hem in het feit dat men niemand kan verplichten om zich op een warmtenet aan te sluiten, zoals rechters recent nog bevestigden. Ook de traagheid van het proces is een risico. Als de uitrol niet snel genoeg verloopt, kiezen veel mensen al voor een eigen manier van verduurzamen, waardoor ze geen behoefte meer hebben aan duurzame warmtelevering.

Onderzoekwerk

Van de 151 warmtenetten die in het onderzoek ‘Warmtenetprojecten in ontwikkeling in Nederland’ zijn geïdentificeerd, blijken er 79 nog in de planuitwerkingsfase te zitten. Dat geldt ook voor de hierboven beschreven, grote projecten. Dit betekent dat het voor een groot deel van deze plannen onzeker is of de ontwikkeling wordt voortgezet. Slechts 35 van de 151 projecten zitten inmiddels in de uitvoeringsfase.
Van de 28 projecten die in ontwikkeling zijn, is bij ongeveer een derde een bewonersinitiatief betrokken. Maar als we kijken naar het aantal aansluitingen waarbij bewoners betrokken zijn, dan is hun invloed veel kleiner. De betrokkenheid van bewonersinitiatieven zien we vooral bij kleinere warmtenetten. Uit de inventarisatie van de onderzoekers blijkt dat 36 van de 45 warmtenetten met een bewonersinitiatief niet meer dan 1.500 aansluitingen hebben.
Tot slot inventariseerden de onderzoekers ook het (beoogd) temperatuurniveau en de warmtebronnen van het warmtenet. Het gaat hierbij zowel om bronnen die al zijn gerealiseerd als om opties die nog worden verkend. Sommige initiatieven combineren meerdere bronnen of maakten nog geen definitieve keuze. Bronnen als thermische energie uit oppervlakte- en afvalwater en geothermie worden relatief vaak toegepast of onderzocht. Dit geldt ook voor het gebruik van restwarmte van de industrie en datacenters of warmte die vrijkomt bij afvalverbrandingsinstallaties. De huidige inventarisatie laat zien dat de warmtenetten in alle temperatuurniveaus voorkomen, met een lichte voorkeur voor midden temperatuur (MT-)netten (70 °C bij aflevering)

Wet collectieve warmte

In december 2025 ging de Eerste Kamer akkoord met de nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw), die de oude Warmtewet vervangt. De wet heeft als belangrijkste doelen het zorgen voor duurzame en betrouwbare levering van warmte en het beter beschermen van consumenten tegen hoge energiekosten. Concreet regelt de wet drie kernpunten: gemeenten krijgen de bevoegdheid om buurten en wijken aan te wijzen waar een warmtenet wordt aangelegd, elk warmtenet moet voor meer dan 51 procent in publieke handen komen, en er komt een maximaal tarief voor collectieve warmte, zodat klanten een eerlijke prijs betalen aan warmtebedrijven. Voor de rijksoverheid vormt deze wet de kurk waarop een aanzienlijk deel van de warmtetransitie drijft. De wet moet helpen om ruim 2,5 miljoen woningen in 2050 aan te sluiten op een warmtenet.

 Tekst: Rob van Mil
Fotografie: Eric de Vries, Getty Images, CBS

Informatie
Download het onderzoek ‘Warmtenetten in ontwikkeling hier.

 

Meer weten over innovatieve technieken en ontwikkelingen?
Meld u dan nu aan voor onze gratis nieuwsbrief.