VV06 cover 600
Maart 2026

Pandemische paraatheid en ventilatie

Innovatie

32 01

In 2022 startte het driejarig onderzoek P3Venti naar ‘pandemische paraatheid door ventilatie’, mede naar aanleiding van de Covid-19-pandemie. Het door TNO gecoördineerde onderzoek was gericht op de effecten van ventilatie binnen de langdurige zorg en maatschappelijk urgente sportvoorzieningen. Afgelopen najaar verscheen het eindrapport. Op basis hiervan formuleerde TNO zeven aanbevelingen om de nationale pandemische paraatheid te versterken.

Binnen het Programma Pandemische Paraatheid en Ventilatie (kortweg P3Venti) is hoogwaardig onderzoek geïnitieerd, verzameld en gecombineerd. Dit onderzoek gaat over de manier waarop ventilatie en luchtreiniging kunnen bijdragen aan het inperken van blootstelling aan virussen die door de lucht (aerogene virussen) worden verspreid. Het doel was om de hiermee opgedane kennis te vertalen naar direct toepasbare adviezen richting overheid en professionals.
Dr.ing. Roberto Traversari, wetenschappelijk leider van het onderzoek: ‘Aerogene transmissie speelt bij een aantal infectieziekten, waaronder Covid-19, een rol. Mensen ademen, hoesten of niezen waardoor kleine druppeltjes met virusdeeltjes in de lucht terechtkomen en zich zo verder verspreiden. Een juiste ventilatie of reiniging van de lucht kan de blootstelling verlagen en daarmee de kans op besmetting verkleinen. Ten tijde van corona is er wereldwijd een scala aan maatregelen ontwikkeld en doorgevoerd om de schade als gevolg van het virus zoveel mogelijk te beperken. De wetenschappelijke bewijslast voor een aantal van deze maatregelen was beperkt; eenvoudig omdat dit in onvoldoende mate beschikbaar was.’
‘De impact van de maatregelen tijdens de Covid-19-pandemie waren significant. Maar soms hadden deze een groot ontwrichtend effect voor de samenleving en zorgde soms voor trieste situaties in de langdurige zorg. Daarom is het van groot belang dat er voldoende wetenschappelijke bewijskracht is voor het effect van genomen maatregelen. Er was geen situatie waarvoor gold: baat het niet dan schaadt het niet. Dat betekent dat het noodzakelijk is om onze kennis aan te vullen en te gebruiken voor het ontwikkelen van handelingsperspectieven die de blootstelling aan virusdeeltjes reduceren en daarmee besmettingen kunnen voorkomen. Onder meer voor zorginstellingen. Daarnaast zijn op basis hiervan methoden en andere instrumenten ontwikkeld, om de overheid en maatschappelijke partners te ondersteunen bij complexe en gevoelige besluitvorming.’

Opzet van P3Venti

Voor het onderzoek werden twee hoofddoelen geformuleerd die voor alle respiratoire virussen relevant zijn en feitelijk als richtsnoer voor elke pandemie gelden:
1. Het bijdragen aan het invullen van een aantal kennishiaten.
2. Op basis van ontwikkelde kennis handelingsperspectief bieden aan zorgorganisaties, maatschappelijk urgente sportvoorzieningen en overheid.

Op basis van de hoofddoelen zijn verschillende onderzoeksvragen geformuleerd om de kennishiaten rondom aerogene transmissie van virussen en de rol van ventilatie als mitigatiemaatregel te onderzoeken. Deze zes kennishiaten zijn:
• Wat is de bijdrage van aerogene transmissie aan de totale verspreiding van een virus?
• Hoeveel virusdeeltjes zijn bij aerogene transmissie nodig om een besmetting te veroorzaken?
• Welke bijdrage leveren ventilatie en het gebruik van luchtreinigers en dergelijke aan het voorkomen van besmettingen?
• Prioritering: in welke maatschappelijke sectoren is (investeren in) ventilatie als preventiemaatregel het hardst nodig en het meest effectief?
• Wat is de proportionaliteit en de balans tussen kosten en baten bij toepassing van ventilatie?
• Wat is de invloed van omstandigheden in het binnenmilieu, zoals luchtvochtigheid en temperatuur?

De kennis die nodig is om de hiaten op te lossen en de hoofddoelen in te vullen, is verzameld via een pallet aan onderzoekstypen waaronder literatuurstudie, laboratoriumexperimenten, modelstudies (software simulaties), mockup studies en in-situ metingen. De metingen in-situ en in de testfaciliteit hadden betrekking op de deeltjesverspreiding onder invloed van ventilatie.

32 02Mechanische ventilatie is een vereiste om altijd voldoende ventilatie te garanderen. Natuurlijke ventilatie alleen is niet voldoende.

Gebruiker en ontwerper

Het onderzoek was opgebouwd uit drie onderdelen. Het biomedisch onderzoek richtte zich op het virus zelf en hoe het zich onder bepaalde omstandigheden gedraagt. In het technische onderzoek is gekeken naar de manier waarop deeltjes zich in een ruimte verspreiden; onder meer met een grootschalige mock-up en veldonderzoek naar verschillende ventilatiesystemen. Tot slot is gekeken naar beleid en besluitvormingsprocessen tijdens een pandemie.
Traversari: ‘Een van de hoofdconclusies van het onderzoek is dat een goede mechanische ventilatie inderdaad de blootstelling aan virusdeeltjes verkleint. Ventilatie zorgt namelijk voor verspreiding (menging) en ook concentratiereductie (door afvoer) van aerosolen in een ruimte. Hoe aerosolen zich verspreiden is afhankelijk van de ruimte, de ventilatievoorziening, het gebruik ervan en de positie van de aerosolbron. Of de ventilatie optimaal wordt gebruik is afhankelijk van enerzijds het systeem zelf (de technische eigenschappen), maar anderszijds ook de gebruiker. Beide aspecten zijn ondergebracht in één handelingsperspectief, omdat het centrale doel eensluidend is: inzicht en controle over het functioneren van het ventilatiesysteem.’

Gebruik

Het handelingsperspectief ‘Gebruik’ richt zich op de gebruikers van een gebouw en eventueel de beheerders ervan. In eerste instantie gaat het om eindgebruikers in de langdurige zorg en maatschappelijke urgente sportvoorzieningen, maar het is ook breder toe te passen. Op basis van dit onderzoek is een protocol ontwikkeld – in dit geval een stappenplan – waarmee de staat van de huidige ventilatie in een nieuwe (pandemische) situatie gestructureerd in beeld kan worden gebracht. Een belangrijk doel is om hiermee het bewustzijn van de eindgebruikers te vergroten met betrekking tot de ventilatiemogelijkheden en handelingen tijdens een pandemische situatie. Voor de gebouwbeheerder vergroot het stappenplan inzicht in het ventilatiesysteemontwerp, de huidige staat en aanpassingsmogelijkheden.
Traversari: ‘Als alles in orde is, zal het stappenplan tot de conclusie leiden dat het ventilatiesysteem voldoet. Maar ook dan zal het alsnog op de juiste manier moeten worden gebruikt. Het is dan ook van groot belang dat gebruikers geïnformeerd zijn over het juiste en optimale gebruik van het ventilatiesysteem. Het lijken open deuren, maar denk hierbij aan het openen van ventilatievoorzieningen zoals raamroosters en het vrij maken en houden van toe- en afvoerroosters door obstakels te voorkomen. Maar ook: hoe herken je ‘dode’ ruimtes/zones waar onvoldoende ventilatie optreedt? Tevens is het belangrijk om te weten of het mogelijk is het debiet van de mechanische ventilatie te verhogen; dit laatste moet dan gebeuren door de gebouwbeheerder.’
‘Wanneer het stappenplan een negatief oordeel velt over het ventilatiesysteem, dan zijn ingrijpender maatregelen nodig om het systeem op niveau te krijgen. Denk daarbij aan het aanpassen van het ventilatiedebiet, het ontwerp en de onderlinge afstemming van toevoerroosters in het kader van tocht. En hoewel dit ongetwijfeld gepaard gaat met investeringen: nú hebben we de tijd om ventilatiesystemen op orde te brengen. Zorg ervoor dat je klaar bent, mocht zich een nieuwe pandemie aandienen. Dit heeft niet alleen voordelen bij een nieuwe pandemie, maar levert ook voordelen op in het hier en nu zoals bij uitbreken van griep.’

32 03Het eindrapport van P3Venti geeft duidelijk aan dat goede mechanische ventilatie cruciaal is voor een betere bescherming tegen virussen zoals Covid-19.

Systeemconfiguratie

Het handelingsperspectief met betrekking tot de systeemconfiguratie is gericht op technisch ontwerpers, adviseurs en installateurs van ventilatiesystemen. Voor hen zijn adviezen geformuleerd over een optimaal ontwerp, optimale configuratie en optimaal beheer van een ventilatiesysteem. Belangrijk hierbij is om te weten dat een continu voldoende grote luchttoevoer alleen te garanderen is met mechanische ventilatie. Daarnaast is het belangrijk dat het systeem regelmatig wordt gecontroleerd op een juiste en efficiënte werking.
Traversari: ‘Bij het ontwerp moet rekening worden gehouden met het gebruik in de betreffende ruimte. Als er bijvoorbeeld plaatsen in een ruimte zijn waar de kans op blootstelling aan aerosolen groter is, dan is daar eventueel meer ventilatie nodig. In de praktijk is de wens vaak om een zo goed mogelijk mengend systeem te realiseren. Uit metingen is gebleken dat een gelijkmatige luchttoevoer en een homogene verdeling onder meer te realiseren is met een luchtverdeelslang (airsock). Uiteraard zijn er ook nog andere manieren.’
‘Tot slot kunnen ontwerpers met CFD-berekeningen (computational fluid dynamics) ventilatiestromen in ruimtes simuleren. Op deze manier zijn luchtstromen, temperatuurverdeling en massatransport (inclusief verontreinigingen in gas- of deeltjesvorm) in kaart te brengen waarmee de binnenomgeving is te optimaliseren ten aanzien van gezondheid.’

Concrete aanbevelingen

Tot slot zijn de deelresultaten van het programma P3Venti vertaald naar zeven concrete aanbevelingen om de pandemische paraatheid van Nederland te verbeteren. Hierin zijn niet alleen de technische eigenschappen van een goed ventilatiesysteem en het gebruik ervan betrokken, maar worden ook aanbevelingen gedaan richting beleidsmakers en besluitvormers.

1. Maak van ventilatie een nationale prioriteit - Hoewel veel mensen inmiddels opgelucht ademhalen over het feit dat de pandemie steeds langer geleden plaatsvond, blijft een pandemische paraatheid van groot nationaal belang. Beleidsmakers hebben een verantwoordelijkheid om kwetsbare doelgroepen in de samenleving te beschermen en zouden hier dus collectief prioriteit aan moeten geven. Traversari: ‘Het is niet de vraag óf maar wannéér er een nieuwe pandemische situatie dreigt te ontstaan. Een mooie bijvangst is dat uit eerder onderzoek van TNO blijkt dat een verbetering van de binnenluchtkwaliteit tot een aanzienlijke daling van de maatschappelijke kosten leidt.’
2. Richt een nationale virusdatabase op - Of oplossingen effectief zijn of niet, hangt grotendeels af van de kennis met betrekking tot het gedrag van specifieke virussen in de lucht. Om die reden heeft TNO samen met RIVM en Erasmus een werkwijze ontwikkeld om de zogenoemde inactivatiekarakteristieken in kaart te brengen: hoe gevoelig zijn virussen voor factoren als temperatuur, vocht en CO2-concentraties? Door bestaande en nieuw onderzochte gegevens gestructureerd onder te brengen in een database, is het mogelijk om eventuele nieuwe virussen snel te vergelijken en de tijdspanne tot aan het nemen van verantwoorde maatregelen te verkorten.
3. Stap bij een pandemie af van evidence-based besluitvorming - Besluitvorming is niet eenvoudig in crisissituaties. Toch moeten er ook dan keuzes worden gemaakt terwijl het vaak ontbreekt aan hard bewijs. Om dit te vereenvoudigen, heeft TNO in kaart gebracht welke aspecten in een dergelijke besluitvorming van belang zijn. Zodanig dat niets wordt vergeten en alles wordt afgewogen, maar het besluit sneller te nemen is. Dit maakt ook preventief beleid transparanter en efficiënter.
4. Faseer natuurlijke ventilatiesystemen in zorggebouwen uit - Mechanische ventilatie is noodzakelijk om in alle gevallen voldoende te kunnen ventileren. Uitsluitend natuurlijke ventilatie via ramen en roosters geeft deze zekerheid niet, wat vooral problemen kan opleveren voor kwetsbare groepen in de langdurige zorg. Niet alleen met betrekking tot de blootstelling aan virussen, maar ook ten aanzien van andere schadelijke stoffen in de lucht.
5. Stel kaders voor mechanische ventilatie in zorgfaciliteiten - Kwaliteitsprotocollen met betrekking tot mechanische ventilatie bestaan al langer in ziekenhuizen. Door deze protocollen ook verplicht te stellen bij zorginstellingen voor langdurig zieke mensen, is ook daar de kans op besmetting te verkleinen. Hetzelfde geldt voor ruimtes als zwembaden en fitnesscentra. Traversari: ‘De extra investering bij nieuwbouw of renovatie is veel beperkter dan wanneer achteraf aanpassingen moeten worden gedaan bij een dreigende pandemie.’
6. Stel richtlijnen op voor periodieke controles en onderhoud voor ventilatiesystemen - Dat liften of brandveiligheidsinstallaties regelmatig en verplicht moeten worden gekeurd, vindt niemand vreemd. Door dit ook voor ventilatiesystemen verplicht te stellen – met de eis om onvolkomenheden te verhelpen – staan de systemen paraat ‘wanneer het spannend wordt’. Dit onderhoud en de controles hoeven niet eens te gaan over defecte onderdelen, maar kan ook eenvoudig het verhelpen van dichtgeplakte ventielen of dichtgedraaide roosters betreffen. Uiteraard is het in die gevallen van belang om te achterhalen waarom dit is gebeurd en het bijbehorende euvel – bijvoorbeeld tocht of kou – op te lossen.
7. Zet in op kennisoverdracht richting personeel - Kennis is macht. En dat geldt voor iedereen. Wanneer medewerkers van zorgorganisaties en maatschappelijk urgente sportvoorzieningen niet worden geïnformeerd over het belang en de werking van een ventilatiesysteem, dan is de kans klein dat er optimaal gebruik van wordt gemaakt. Een aparte bijeenkomst is vaak voldoende om de informatie over te dragen. Het regelmatig herhalen van de boodschap – vooral wanneer nieuw personeel wordt aangenomen – is daarbij cruciaal.

Traversari besluit: ‘Drie jaar is uiteraard niet voldoende om alle aspecten nauwgezet te onderzoeken. Vervolgonderzoek is bijvoorbeeld noodzakelijk naar virusinactivatie onder verschillende omstandigheden. Het is van cruciaal belang meer te weten over hoelang respiratoire virussen in de lucht actief en besmettelijk blijven en van welke factoren dit afhankelijk is. Een solide kennisbasis op dit terrein is een cruciale asset voor risicoanalyse en de inschatting van de effectiviteit van maatregelen. Het opbouwen van die kennisbasis is echter een zaak van langere adem en bredere onderzoeksinzet dan binnen P3Venti kon worden gerealiseerd. Het programma pleit dan ook voor het actief onderhouden van het opgebouwde kennisnetwerk.’

Partners

Het onderzoek ‘Pandemische paraatheid en ventilatie’ is gestart in 2022 en gefinancierd door het Ministerie van Volkshuisvesting, Welzijn en Sport. Hierbinnen is gedurende drie jaar intensief onderzoek verricht naar pandemische paraatheid door ventilatie binnen de langdurige zorg en de maatschappelijk urgente sportvoorzieningen. Het onderzoek is uitgevoerd door een samenwerkingsverband van onderzoekspartijen bestaande uit Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), Erasmus MC, Hogeschool Saxion, Mulier Instituut, RIVM, TNO, TU Delft, TU Eindhoven, Universiteit Leiden en Universiteit Utrecht.

Het rapport en meer informatie is te vinden op: www.p3venti.nl/

Tekst: ing. Marjolein de Wit - Blok
Fotografie: Getty images/wildpixel/KangeStudio/Lorado/sturti/pidjoe/mikkelwilliam