VV03 omslag 600
September 2025

Te warm in huis, maar waardoor?

Metingen brengen ook rol van bewoner in beeld

Warm-01

Ons klimaat verandert en de zomers worden steeds warmer. Ook de temperatuur in woningen neemt hierdoor toe. Provincie Gelderland en elf Gelderse woningcorporaties startten in 2023 een meetprogramma om te onderzoeken hoezeer overmatige opwarming aan de orde was in hun woningvoorraad. Ook wilden ze weten wat de rol van de bewoner was bij de oververhittingsproblematiek en wat de effectiviteit van maatregelen is.

Uit een enquête van onderzoeksbureau Rigo onder 200 bewoners van woningen van de Gelderse corporaties, blijkt dat 69 procent van de met name oudere bewoners vaak last heeft van de hitte en dat al ervaart vanaf 24 à 25 °C. Een groot deel van hen woont in appartementen. Uit analyses van lectoraat Sustainable Building Technology van Saxion, van temperatuurmetingen in 85 woningen tussen september 2023 – december 2024, bleek dat in 61 procent van de woningen de gemeten maximum temperatuur tussen de 25 en 28 °C lag. In 16 procent van de woningen kwam de maximum temperatuur boven 28 °C en in 3 procent zelfs boven 30 °C. De temperatuureffecten van de korte hittegolf van september 2023 konden meer in diepte worden bestudeerd, hoewel tropische nachten daarin ontbraken. Daarom is de inschatting dat tijdens hittegolven met warmere nachten de gevolgen voor de temperatuur binnen, groter zullen zijn dan volgt uit de onderzochte periode.

Grafiek-1-en-2


Analyse resultaten

Bij de analyse van de metingen is in het project een standaard protocol gehanteerd. Gestart is met een algemene analyse volgens de adaptieve methode ATG (ISSO-74). Deze methode is gebaseerd op comfortervaring van mensen en hanteert als uitgangspunt dat een mens zich aanpast aan de klimaatomstandigheden in zijn/haar omgeving. Uit de gemeten buitentemperatuur wordt de etmaal-gewogen referentie-buitentemperatuur van de afgelopen dagen bepaald en wordt in een ATG-grafiek de per uur gemeten binnentemperatuur in  dag/avondperioden geplot. Als er volgens deze beoordelingsmethode meer dan 10 à 20 procent ontevredenen zijn, komen meetpunten in het lichtroze, en bij meer dan 35 procent ontevredenen in het rode ATG-gebied (figuur 1). Uitkomsten van de bewonersenquêtes uit het Gelderse project waren negatiever dan het ATG-beeld van de 85 woningen. Dat de doelgroep ouderen gevoeliger is voor hitte dan de ATG-referentiegroep is één van de verklarende factoren. Bij de tweede stap is, voor het verkrijgen van een indicatie bij welke buitentemperaturen te hoge binnentemperaturen optreden, aanvullend de binnentemperatuur als functie van de buitentemperatuur uitgezet (figuur 2). Dit beeld vertoont overeenkomsten met de enquête. Stap drie betreft het tellen hoeveel uur de temperatuur overdag en in de avond boven de 23 tot en met 32 °C komt. De vierde stap doorlopen woningen met een potentieel risico op overmatige opwarming. Hier is het temperatuurverloop bestudeerd tijdens de hittegolf van september 2023, of – als er toen niet werd gemeten in de woning – tijdens een week met hete dagen in de zomer van 2024. In het Gelderse project kwamen hogere binnentemperaturen vooral voor als effectieve (buiten)zonwering ontbrak op (zuid)oost tot en met (zuid)west gevels, als overdag op warme dagen flink werd geventileerd, en in appartementen onder het dak. Daarbij waren de beperkte temperatuurschommelingen gedurende de dag/nachtperiode opvallend, waarbij in een warme periode dag na dag de temperatuur langzaam maar gestaag opliep. Het temperatuurverloop in de woningen was tevens bruikbaar als basis voor een temperatuuranalysemodel om de effectiviteit van voorgestelde maatregelen te berekenen. 

Voorbeeld 1 – topappartement

Dit voorbeeld betreft een topappartement van woningcorporatie Plavei, gebouwd in 2007, met een geïsoleerd dak
en ramen op het westen, voorzien van buitenzonwering (screens). De bewoner heeft in hoge mate last van de hoge
dag- en nachttemperatuur in de woning, in de gesloten corridor en onder het overdekte balkon met lichtkoepels. Problemen manifesteren zich als het buiten wat warmer wordt. Als mogelijke oorzaken werden in elk geval geïdentificeerd, op basis van de sterke temperatuurtoename eind van de middag, beperkte temperatuurafname ’s-nachts, en de inspectie:

  • Te veel opwarming: Door de laagstaande zon met hoge stralingsintensiteit hoopt warmte zich op achter de
    screens die raamkozijnen rondom afsluiten. Dit zorgt voor warmteafstraling van het glas naar de woonkamer.
    Via het ventilatierooster in een van de ramen komt opgewarmde lucht naar binnen. Het grote warme dak werkt als warmtebron die nog urenlang warmte naar binnen blijft afgeven. Warme lucht uit de corridor heeft mogelijk invloed in de ochtend.
  • Te weinig afkoeling: Te weinig ventilatieve (nacht)koeling en doorspoeling is een probleem. De woningplattegrond en de corridor met veel glas op het oosten verhinderen effectieve dwarsventilatie om te spuien als het buiten koeler is dan binnen. Als de balkondeur al open blijft, weert vliegengaas insecten effectief, maar beperkt het de luchtdoorlaat en turbulentie.

Maatregelen

Uit de ATG- en temperatuurgrafieken van de zomer van 2024 (figuur 1 en 2) volgt dat temperaturen tussen 25 en 28 °C maatgevend zijn en temperatuuroverschrijdingen van 25 °C in meer dan 10 procent van de tijd voorkomt. Het binnenklimaat is stabiel. De dagelijkse temperatuurvariaties zijn beperkt tot maximaal 1,5 °C per dag, ook als het ’s nachts buiten kouder is. De bewoner is geadviseerd om de buitenzonwering aan de onderzijde 5 cm vrij te laten ter verbetering van de ventilatie in de spouw tussen de zonwering en het raam. Ter verbetering van de ventilatieve koeling in de nacht heeft de bewoner een staande ventilator met een luchtverplaatsing (hier inblaas) van circa 300 m3 /h voor het raam geplaatst. Overdag is de ventilator binnen voor extra luchtcirculatie en verlaagt door toename van de luchtsnelheid de gevoelstemperatuur een paar graden. De bewoner streeft na om ramen en deuren overdag zoveel mogelijk dicht te houden bij hoge buitentemperaturen (> 25 °C). Plavei heeft de lichtkoepels boven het balkon tijdelijk geblindeerd met platen. Tenslotte wordt een te openen raam nog later dit jaar in de corridor geplaatst voor ventilatieve dag- en nachtkoeling. Na het treffen van de maatregelen, zijn gemeten binnentemperaturen tussen 23 juni en 14 juli 2025 geanalyseerd en vergeleken met het temperatuurverloop uit een jaar daarvoor. Uit vergelijking van de temperaturen voor en na de ventilatiemaatregelen, is geconcludeerd dat de temperatuur in de woonkamer zowel overdag als ’s nachts door de maatregelen meer dan 2 °C lager is dan in voorgaand jaar 2024 . De getroffen maatregelen hebben een reducerend en stabiliserend effect gehad op de temperatuur over de gehele dag, met nog ruimte voor verdere optimalisatie. Het belangrijkste is evenwel dat de bewoner, met klachten over de negatieve gezondheidseffecten van de warmte in de woning, Plavei heeft laten weten dat het klimaat in de woning is verbeterd, terwijl nog verbeterstappen volgen. De bewoner ervaart minder warmteafstraling van de glasruit. Het sluiten van de deur naar de gang helpt externe invloeden te isoleren. Temperaturen van 25 °C komen nog steeds voor, maar de ventilator zorgt dat het bij extreme hitte buiten, binnen koeler aanvoelt.

Warm 003 en 004

Voorbeeld 2 - energiezuinige woning

Het tweede voorbeeld betreft een zeer energiezuinige hoek(rij)woning van Plavei met balansventilatie, waar in de woonkamer temperaturen van rond de 30 °C optreden en ook in de nacht de temperatuur hoog blijft. De hoog oplopende temperaturen zijn enerzijds verklaarbaar door een groot glasoppervlak op het westen zonder zonwering en ook geen gordijnen. Een bijkomend probleem is de afkoeling van de woning. Er zijn draaikiepramen aanwezig, maar geen roosters. Permanente nachtventilatie is in de woonkamer niet mogelijk via roosters of luiken. Op de eerste verdieping en de zolder kunnen ramen worden geopend. Initieel was onduidelijk of het (balans)ventilatiesysteem in de zomer naar behoren functioneerde. Uit metingen in de woning blijken CO2 -concentraties op zeer warme dagen in de loop van de avond/nacht te dalen naar een niveau vergelijkbaar met buiten. Bij afnemende buitentemperaturen in de warme nazomer van 2023, kwamen echter de CO2 -concentraties ’s nachts niet onder 500 ppm. Dit wees richting verlaagde ventilatiehoeveelheden in de nacht, terwijl koeling van de woningmassa op dat moment juist wenselijk is. Uit nadere inspecties blijken instellingen van het wtw-systeem te zijn gewijzigd. De minimum ventilatie stond te laag ingesteld, 90 m3 /h, en ook werd bij lagere buitentemperaturen in de zomer de ventilatie CO2 -gestuurd, waardoor minder werd geventileerd in de nacht. De bewoner is de werking van het systeem nogmaals uitgelegd en de basisinstellingen voor ventilatie zijn verhoogd. De bypass bleek naar behoren te functioneren. Verdere verhoging van de ventilatiehoeveelheid was geen optie volgens de fabrikant. De woonkamer op het westen wordt van buitenzonwering voorzien, daarna wordt het effect gemonitord en vergeleken met de temperaturen uit 2023.

Met eenvoudige maatregelen al snel aantal graden temperatuurreductie

Conclusie

Het project ‘Hitte in Gelderse huurwoningen’ laat zien dat onder andere met temperatuur- en CO2 -metingen inzicht is te krijgen in het risico op overmatige opwarming en mogelijke oorzaken daarvan. Waar het project langdurig meet voor bestudering van het overall effect van maatregelen, blijkt dat ook uit kortere, maar specifieke meetperiodes van de binnen- en buitentemperaturen, CO2-concentraties en beweging, veel informatie is te halen over de oorzaak van een probleem. Effectmonitoring kan corporaties helpen bij beslissingen voor maatregelen in de toekomst. De metingen kunnen een goed startpunt zijn om een constructief gesprek met bewoners aan te gaan over maatregelen, maar ook om inzichtelijk te maken wat de rol/ bijdrage van het bewonersgedrag kan zijn. Met eenvoudige maatregelen als een plafondventilator, een ventilator voor een nachtelijke ventilatieboost, maar ook met effectieve
binnenzonwering valt met beperkte kosten al snel een aantal graden temperatuurreductie te behalen als de
bewoner deze voorzieningen op het juiste moment benut. Het start overdag met de zon en warmte buiten houden en
de ruimte voor- en nakoelen. Dat wil zeggen, een stevige nachtventilatieboost bij een zo groot mogelijk temperatuurverschil om ook de warme betonmassa te ontladen. Ook de keuze voor bijvoorbeeld biobased isolatiematerialen met een hoger thermische opslagvermogen in plaats van lichte isolatiematerialen, werkt positief door op het binnenklimaat in de zomer. Een belangrijk aandachtspunt is het goed instrueren van bewoners om zowel in de zomer als in de winter, de steeds complexer wordende installaties optimaal te laten functioneren.

 

Warm 005 a en b

Links: Uurlijkse binnen- en buitentemperaturen in zomerperiode in de dag- en avondperiode, met en zonder verhoogde nachtventilatie. Oranje zonder verhoogde nachtventilatie (1 juli - 8 augustus 2024), rood: met verhoogde nachtventilatie (25 juni - 14 juli 2025).

Rechts: Uurlijkse binnen- en buitentemperaturen in zomerperiode in de nachtperiode, met en zonder verhoogde nachtventilatie. Grijs zonder verhoogde nachtventilatie (1 juli - 8 augustus 2024), blauw: met verhoogde nachtventilatie (25 juni - 14 juli 2025).

 

Hitte in Gelderse huurwoningen

Bij het project ‘Hitte in Gelderse huurwoningen’ zijn betrokken:

  • Opdrachtgever: Provincie Gelderland.
  • Projectcoördinatie: ’t Salland Advies.
  • Woningcorporaties: De Alliantie, Idealis, Ons Huis
    Apeldoorn, Oosterpoort, Plavei Wonen, Talis, Triada, Volkshuisvesting Arnhem, WaardWonen, Wonion en Woonstede.
  • Adviseurs/onderzoekers: De Groene Huisvesters, HAN, Ifource, Rigo, Saxion.

 

Bronnen

  • Bessembinder J., Bintanja R., et al., ‘KNMI ’23, klimaatscenario’s voor Nederland’, KNMI, De Bilt, 2023.

  • Weersink A.M.S., Struck C., Regelink M., Olbach S., Harms C., Wopereis I., ‘Beoordeling risico op overmatige opwarming gebaseerd op temperatuurmetingen in woningen van Gelderse woningcorporaties’, Saxion Lectoraat Sustainable Building Technology, Enschede, 2025.

  • ISSO, ‘ISSO-publicatie 74: Thermische behaaglijkheid – Eisen voor de binnentemperatuur in gebouwen’, ISSO, Rotterdam, 2024.

  • Center for the built environment, ‘CBE thermal comfort tool’, CBE, Berkeley (CA - VS), 2013 (https://cbe.berkeley.edu/research/cbe-thermal-comfort-tool/).

 

Tekst: Annemarie Weersink (Saxion), Robin Sommers (Woningcorporatie Plavei) en Christian Struck (Lector Sustainable Building Technology Saxion)
Fotografie: Plavei, Saxion

Meer weten over innovatieve technieken en ontwikkelingen?
Meld u dan nu aan voor onze gratis nieuwsbrief.