VV05 cover 600
April 2022

‘We moeten veel meer opslag in ons energiesysteem creëren’

Interview met David Peters, Chief Transition Officer bij netbeheerder Stedin

10 01

Voor geen enkel bedrijf is het prettig om ‘nee’ te verkopen. Dus ook niet voor een regionale netbeheerder als Stedin. Toch is dit een boodschap die zij steeds vaker moeten -brengen. ‘We investeren meer dan ooit en zetten alles op alles om de capaciteit zo optimaal mogelijk te benutten. Maar op meerdere plekken zijn de grenzen gewoon tijdelijk bereikt. Met meer opslag in het systeem en het stuurbaar maken van alles wat we aan het net aankoppelen, kan de installatiesector ons helpen’, zegt David Peters, CTO en lid van de raad van bestuur bij netbeheerder Stedin.

Alle netbeheerders in ons land hebben te kampen met schaarste in hun netwerken. Zij maken dit duidelijk via landkaarten waarin de kleuren geel, oranje en rood aangeven waar de probleemgebieden zitten. In het verzorgingsgebied van Stedin – het grootste deel van Zuid-Holland en de provincies Utrecht en Zeeland – zijn de elektriciteitsnetten overwegend geel (beperkte netcapaciteit beschikbaar) en sommige plekken zijn zelfs rood (geen netcapaciteit beschikbaar en congestiemanagement niet mogelijk). Op de website1 van Stedin is te zien wat de huidige capaciteit van het elektriciteitsnet is in het verzorgingsgebied.
‘Als het om de capaciteit gaat, moeten we onderscheid maken tussen teruglevercapaciteit en levercapaciteit. Vooralsnog is de capaciteit om te leveren eigenlijk overal nog aanwezig. De uitdaging zit vooral in de mogelijkheden om te kunnen terugleveren. Als ergens een nieuwe wijk wordt gebouwd, dan zien we dat ruim van tevoren aankomen. De aanlooptijd van een wijk ligt ongeveer gelijk met de tijd die wij nodig hebben om netten uit te bouwen. Bij een groot zonnepark is dat heel anders. Zo’n zonnepark kan in een half jaar klaar zijn. Wij kunnen niet overal en altijd met diezelfde snelheid onze capaciteit daarop aanpassen.’

Bottlenecks

Toch is Peters zeer gedreven om de snelheid en de inspanningen zo hoog mogelijk te maken. ‘We hebben nog maar 95 maanden tot 2030’, zegt hij tijdens het interview, om aan te geven dat ook hij de dwang voelt om tijdig aan de verduurzamingsdoelen te voldoen. ‘Over tijd lossen we alle bottlenecks op, maar we kunnen gewoon niet alles tegelijk en ook niet alles zelf. Zo kost de bouw van een groot Tennet-station zeven tot tien jaar. Alleen al ruimte zoeken en alle vergunningen doorlopen, vergt meerdere jaren.’ Maar net als de installatiesector kampt ook Stedin, zoals alle netwerkbedrijven, met een serieus tekort aan personeel.
‘Daarnaast is financiering een uitdaging. Als het om geld gaat, lijken wij op een startup. Wij zijn streng gereguleerd en moeten vaste tarieven rekenen. De inkomsten over bestaande en nieuwe netten worden over veertig jaar uitgespreid. Daarom kunnen we niet makkelijk geld lenen in periodes waarin we flink meer moeten investeren, zoals nu. Om dit op te lossen – om meer te kunnen lenen – hebben we meer eigen vermogen nodig. Eigenlijk zoals een startup dat doet, om steeds weer te kunnen groeien.’
‘Daar komt op dit moment ook een schaarste aan materialen bij. Over de hele wereld wordt fors geïnvesteerd in energie-infrastructuur, waardoor grondstoffen en materialen schaars en kostbaar zijn. Tot slot vormt ook ruimte een barrière. Utrecht is bijvoorbeeld van plan om een ‘nieuwe stad’ in de stad te bouwen. Een woonvolume in de orde van grootte van een stad als Haarlem moet binnen de huidige bebouwing van Utrecht worden toegevoegd. Bedenk eens wat dit betekent voor de hele infrastructuur voor al die nieuwe woningen, die wij in de al overvolle ondergrond een plek moeten geven.’

Beter benutten

Ondanks de verschillende obstakels heeft Peters de oplossingen voor alle congestie helder voor ogen. ‘Wij duiden de oplossing altijd aan met de 5B’s: bouwen, bouwen, bouwen & beter benutten. Het is natuurlijk een beetje een flauwe uitleg, maar dat is wel waar het op neerkomt. Allereerst het bouwen. We moeten die opgave niet onderschatten. De komende jaren zal echt één op de drie straten in Nederland open moeten om te zorgen dat de capaciteit toekomstbestendig wordt. Als we alle infra alleen al in het gebied van Stedin toekomstbestendig willen maken, moeten we een hoeveelheid aan laag-spanningskabels leggen die, als we dat achter elkaar zouden leggen, vergelijkbaar is met de afstand van Rotterdam naar Ankara. Daar komt dan nog de -verzwaring van het middenspanningsnet bij.’
‘Maar zoals gezegd kent ‘bijbouwen’ van infrastructuur, door verschillende factoren, zijn grenzen. Daarom zijn de laatste twee ‘B’s’ zo enorm belangrijk. We kunnen en moeten de netwerken die er al liggen veel effectiever benutten. En dat kan ook. Tot op heden zijn de netten in ons land ontworpen en aangelegd voor ons piekverbruik. Maar net als onze snelwegen, zit die piek maar op één of een paar momenten op de dag. Als we die pieken kunnen verkleinen of weghalen, ontstaat er ineens veel meer capaciteit. Een belangrijke maatregel daarvoor is het kijken naar en werken aan een integratie van infrastructuren. Het zou goed zijn als we de benutting van onze elektriciteitsnetwerken, gasnetwerken, warmtenetwerken en in de toekomst ook waterstofnetwerken, veel meer in hun samenhang gaan bekijken en gebruiken.’

10 02

Systeem veranderen

Met toch een grote mate van voldoening beschrijft Peters de verduurzaming in onze maatschappij. ‘Wij hebben in ons land inmiddels het hoogste percentage zonne-energie in onze energiemix. Ook staat circa 30 procent van alle laadpalen in Europa in ons land. Dus we zijn echt met een snelle transitie bezig, die we tot op heden vrij goed in de hand hebben. Maar om dit te blijven beheersen moet ons systeem veranderen. De installatie van hybride warmtepompen vind ik bijvoorbeeld een goede maatregel, omdat we hiermee de capaciteit van het elektriciteits- én gasnetwerk in een goede balans benutten, en toch een flinke stap zetten in onze verduurzamingsopgave.’
‘Tegelijk zullen we ook moeten zoeken naar veel meer vormen van opslag in ons systeem. En dan denk ik niet direct aan een batterij achter de voordeur. Je kunt je terecht afvragen of die investering op dit moment de meest rendabele oplossing is. Waar ik veel meer resultaat van verwacht, is het plaatsen van opslag bij grootschaliger, duurzame opwekking. Leg je een pv-veld aan, plaats daar dan ook een opslagsysteem bij. Zo kun je het terugleveren aan het net beter doseren. Ook bij transportbedrijven zien we mogelijkheden om eigen opwek, opslag en laadpalen op een goede en economische wijze te combineren.’

Slim stuurbaar

Van het creëren naar meer buffercapaciteit in ons energiesysteem is het nog een kleine stap naar een andere belangrijke maatregel: een betere stuurbaarheid. ‘Wij hebben al eens berekend dat slechts zes procent van de huizen in een straat van een gemiddelde woonwijk een laadpaal kan gebruiken, zolang we niet slim laden. Gaan we die laadpalen wél op een slimme manier aansturen, dan kan elke woning in diezelfde straat wel twee elektrische auto’s laden. Daarom is het zo enorm belangrijk dat we vanaf nu eigenlijk alle nieuwe systemen die we aan het net koppelen stuurbaar maken. Daar komt ook direct de aandacht voor cyber security om de hoek. Die twee gaan hand in hand’, benadrukt Peters.
‘Bij publieke laadpalen zijn we over die stuurbaarheid in gesprek met de exploitanten. Met hen is het natuurlijk iets eenvoudiger om afspraken te maken. Dat ligt een stuk ingewikkelder als de aansluiting van een laadpaal of meerdere laadpalen achter de energiemeter van een particulier of een bedrijf zijn geïnstalleerd. Daarom hebben we ook de hulp van de installatiesector nodig. Zij kunnen opdrachtgevers wijzen op het belang van een energiemanagementsysteem. Zelfs als dit nu wellicht nog niet nodig is, kan zo’n systeem over een paar jaar ontzettend belangrijk worden.’
‘Heeft een klant zelf zonnepanelen en laadpalen, dan kan het lucratief zijn om de besturing van die twee op elkaar af te stemmen. Zeker als de salderingsregeling straks minder lucratief is. Daar zouden adviseurs hun klanten nu al op kunnen wijzen. Tegelijk zouden zij ook nadrukkelijk moeten kijken naar hele pragmatische mogelijkheden, zoals het optimaal benutten van de drie fases in een installatie.’

‘We hebben ook de hulp van de installatiesector nodig’

Sensoren

Peters merkt op dat we op een omslagpunt staan. De ‘verslimming’ van ons systeem, zoals hij het ook wel noemt, komt op gang. ‘Onze netten zijn voor een steeds groter deel uitgerust met sensoren. Ik schat dat we al bij twintig procent van alle netten de toestand via sensoren in de gaten kunnen houden. En dat is ook hard nodig. Vooral in laagspanningsnetten ontstaan steeds meer issues met de spanningskwaliteit, vooral door de snelgroeiende opwekcapaciteit van zonnepanelen. We kunnen daar soms iets aan doen, door transformatoren een tandje lager te zetten. Maar we kijken ook naar de mogelijkheden van bijvoorbeeld wijkbatterijen en het opladen van elektrische auto’s, waarmee je met name het verschil kunt maken.’
Wat dat betreft is Peters optimistisch. Hij ziet veel innovaties die gaan helpen om zowel de opslag als de stuurbaarheid van het energiesysteem te verbeteren. ‘Als in 2050 miljoenen elektrische auto’s aan het net zijn gekoppeld, dan hebben we ook ineens een enorm groot flexvermogen. Dat biedt natuurlijk enorme kansen, al zijn dat ook grote uitdagingen. Deze hoeven niet problematisch te zijn, als we onze energiesystemen integraal maken en digitaliseren.’
‘Vijf jaar terug hadden we eigenlijk nog geen idee hoe we die stuurbaarheid van het laden van elektrische auto’s moesten organiseren. Nu al zijn er verschillende autofabrikanten die de technologie voor het laden en ontladen van accu’s standaard inbouwen. Ik vind het indrukwekkend hoe die fabrikanten dat doen. Blijkbaar zien ze daar een businessmodel in. Feit is dat wij straks ook de elektrische auto als slim, stuurbaar onderdeel in het energiesysteem kunnen inzetten. Niet alleen kunnen de batterijen laden en ontladen, maar ze kunnen bijvoorbeeld ook energie van de ene auto naar de andere auto overzetten. Dit opent nieuwe mogelijkheden.’

Moleculen

Als we Peters vragen wat de belangrijkste tips zijn om de komende jaren een toekomstvast energienet te bouwen, dan benadrukt hij vooral het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Hij blijkt ook groot voorstander van veel verschillende, kleinschalige, duurzame energieopwekking in plaats van op een paar plaatsen grootschalige opwekking te realiseren. ‘Uitgestelde levering van opgewekte zonne- of windenergie wordt, zoals ik al eerder zei, ontzettend belangrijk. In die gevallen zullen wij bij veel verschillende, relatief kleinschalige opwekking veel eenvoudiger een aansluiting kunnen faciliteren dan bij hele grote parken. Ik hoop en verwacht dat de installatiewereld daar ook een rol in kan vervullen. Zeker als zij al aan de voorkant meepraten bij het ontwikkelen van energieprojecten, is het van belang nadrukkelijk naar het bij elkaar brengen van opwekkers en vragers te kijken.’
Een andere conclusie die Peters trekt, is dat we echt voor de lange termijn een integrale verkenning van ons energiesysteem nodig hebben. ‘Uiteindelijk zullen we ons toekomstig energiesysteem niet ‘rondgebreid’ krijgen zonder moleculen. In het beste geval zal dit duurzaam opgewekte waterstof zijn. Hoe we die systemen effectief en efficiënt inpassen, is nog grotendeels onbekend. Maar om die energiebalans tussen zomer en winter te kunnen realiseren, hebben we moleculen nodig. Tot 2030 zie ik voor waterstof vooral een rol bij het verduurzamen van industriële gebruikers en het zwaar transport. In de gebouwde omgeving verwacht ik dat waterstof in dit decennium nog geen rol van betekenis speelt. Toch is het wel duidelijk dat we nooit een teveel aan ‘groene elektronen’ zullen hebben.’

Stedin is betrokken bij een pilot in het dorp Stad aan het Haringvliet op het eiland Goeree-Overflakkee. Daar wordt nu een experiment opgezet om woningen met waterstof en waterstofketels te verwarmen. ‘Voorop staat dat alle mensen vrijwillig meewerken. In dit dorp is dat het geval. Daarmee is dit project een mooie gelegenheid om ervaringen op te doen. We zien nu al dat we hiermee echt innovaties versnellen die eerder niet denkbaar of beschikbaar waren. Mijn wens is dat we dergelijke experimenten de komende jaren op nog meer plekken en op meerdere terreinen kunnen uitvoeren.’

Verwijzingen
1 www.stedin.net/zakelijk/congestiemanagement-en-transportprognoses/beschikbare-netcapaciteit,
zie ook: https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/

Tekst: Rob van Mil
Fotografie: Harald Lakerveld