VV02 Omslag 600
Februari 2023

Weloverwogen ­renovatie ­monumentaal kasteel KMA

VV+ Opvallend

36 01

In november vorig jaar opende Koning Willem-Alexander de volledig gerenoveerde Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. De oorspronkelijke wens was om het voormalige kasteel brandveilig te maken, maar uiteindelijk is het project breder getrokken en is het pand ook zo veel mogelijk verduurzaamd.

Het Kasteel van Breda stamt uit 1353 en was vanaf de vijftiende eeuw eigendom van het Huis Nassau. In 1828 schonk Koning Willem I het renaissance kasteel aan de Koninklijke Militaire Academie en werd het gebouw de locatie waar jaarlijks zo’n 350 officieren worden opgeleid.

Van brandveilig tot duurzaam

Twaalf jaar geleden deed het Rijksvastgoedbedrijf een verzoek om de brandveiligheid te verbeteren. Het onderzoek dat volgde om vast te stellen wat er nodig was, leverde echter nieuwe kennis die duidde op de noodzaak van een breedschaliger renovatie. Enerzijds architectonisch, anderzijds op het vlak van duurzaamheid. Architecte Loes van Rijnsbergen is vanaf het begin bij het project betrokken: ‘In de afgelopen zeventig jaar zijn er veel aanpassingen gedaan waardoor ruimtes totaal niet meer bij elkaar pasten en het geheel ‘hokkerig’ was geworden. Dit is aangepast door onnodige muren te slopen en de zichtlijnen terug te brengen. Het was een uitdaging om het authentieke karakter van het kasteel te combineren met moderne technieken, maar volgens mij zijn we goed geslaagd.’

36 02

Qua verduurzaming werd het voortouw genomen door bouwfysicus Edgar Neuhaus (TU Eindhoven) die gespecialiseerd is in klimaatbeheersing van monumentale panden. Om de benodigde maatregelen voor verwarming en ventilatie te bepalen, heeft Neuhaus eerst de toenmalige situatie in kaart gebracht. ‘Vergeet niet dat je met een monumentaal pand te maken hebt dat op termijn niet mag degraderen door goedbedoelde aanpassingen. Isoleren lijkt bijvoorbeeld een voor de hand liggende maatregel, maar wanneer dit leidt tot overmatige condensvorming die balken kan aantasten door schimmels en houtrot, dan schiet je je doel voorbij.’

Twee programma’s

De toenmalige omstandigheden zijn in kaart gebracht met behulp van thermografie, waarmee goed zichtbaar wordt hoeveel warmteverliezen er waar optreden. Daarnaast zijn er gedurende langere tijd metingen gedaan aan het binnenklimaat onder uiteenlopende omstandigheden. Hiermee heeft Neuhaus een basismodel van een deel van het kasteel gecreëerd dat vervolgens is gebruikt voor simulaties.

36 03

Op basis van zijn onderzoeken adviseerde Neuhaus de buitenzijde van het kasteel níet na te isoleren. ‘Dit zou de monumentale waarde van het gebouw aantasten. Meer winst was te behalen bij de ramen, zoals je ook op de infraroodbeelden kunt zien. Het warmteverlies is echter niet opgelost door dubbel glas te plaatsen. Omdat de dikke kasteelmuren namelijk als thermische buffer werken, blijft het in de zomer binnen lekker koel. Ga je de ramen isoleren, dan kan het gebouw zijn warmte onvoldoende kwijt en heb je binnen extra airconditioning nodig. Daarmee zou je de winst door te isoleren weer tenietdoen. In overleg met de architecte is gekozen voor enkel isolerend monumentenglas en dit te combineren met schemergestuurde gevelhoge en gevelbrede gordijnen. Deze sluiten automatisch wanneer het donker wordt, maar zijn ook handmatig te bedienen.’

36 04

Technische ruimte

Naast het reduceren van de warmteverliezen via de ramen, zijn ook verschillende installaties in het kasteel volledig vervangen. Op zolder staan bijvoorbeeld nieuwe luchtbehandelingskasten en voor de toe- en afvoer van de lucht zijn nieuwe schoorstenen aangebracht. Ook zijn hier de leidingen vervlochten in de spanten van het dak, terwijl ze  beneden zijn verwerkt in schouwen en plafonds. Loes van Rijnsbergen: ‘Op zolder komen alle systemen samen waardoor je beneden veel functionele ruimte bespaart.’
Door verder de kozijnen te renoveren, en dat zijn er ongeveer 800, is de tocht uit het pand verdwenen. De verwarmingsbehoefte die overblijft, is ingevuld door stadsverwarming die de zogeheten stralingsplafonds voedt. Deze reageren op beweging en schakelen automatisch naar 15 °C wanneer zich gedurende langere tijd niemand in de ruimte bevindt. Het opwarmen van de ruimte duurt ongeveer een half uur. De ruimtes waar geen stralingsplafonds mogelijk zijn, zoals de gangen waarin zich gewelven bevinden, zijn voorzien van passende radiatoren.

Watermistkopjes

De brandveiligheid – waar het allemaal mee begon – is aangepakt door het aanbrengen van zogenaamde watermistkopjes. Deze creëren in het geval van brand een mist die de temperatuur en het zuurstofgehalte verlagen waardoor de vlammen doven. Door de mist zal het Rijksmonument bij een uitbrekende brand uiteindelijk zo min mogelijk waterschade oplopen.

Tekst: ing. M. de Wit - Blok
Fotografie: Mediacentrum Defensie

Meer weten over innovatieve technieken en ontwikkelingen?
Meld u dan nu aan voor onze gratis nieuwsbrief.