VV05 Omslag 600
Juni 2026

Toenemende netcongestie maakt markt creatief en innovatief

EMS

14 01

Netcongestie zet de bouw op slot. Het is een van de noodkreten die de afgelopen tijd vaak te horen is. Maar de bouwwereld laat zich niet zo gemakkelijk ‘opsluiten’. Steeds meer onderzoeken en rapporten wijzen uit dat er – ondanks en ook met netcongestie – nog veel mogelijk is. Bouwen in gebieden met netcongestie hoeft geen groot probleem te zijn, als ontwerpers maar vroegtijdig met slimme oplossingen komen.

In september vorig jaar verscheen al de ‘Handreiking netbewuste energieconcepten voor nieuwbouwwoningen’[1]. Deze was opgesteld naar aanleiding van de Woontopafspraak. Bij die woontop maakten netbeheerders, bouwers/ontwikkelaars, corporaties en overheden afspraken om netbewust bouwen te stimuleren. Meer recent kwam daar nog het rapport ‘Netbewust renoveren en elektrificeren’ [2] bij. Beide onderzoeken tonen aan dat netcongestie bij zowel nieuwbouw als het verduurzamen van bestaande woningen geen onoverkomelijk obstakel vormt. Wel gelden een aantal randvoorwaarden die vooral de (installatie)ontwerper moet meenemen in zijn voorstel. Worden die maatregelen ook doorgevoerd, dan kan de woningeigenaar straks met een gerust hart zijn woning en installatie in gebruik nemen.

Oplossingsrichting

Tijdens het Lowtech congres (eind maart) kwamen veel marktpartijen samen om te praten over bouwconcepten die zo min mogelijk energie en techniek vergen. Het congres werd georganiseerd door DNA in de Bouw, een kennisnetwerk dat organisaties en marktpartijen verbindt die zich bezighouden met duurzaam, gezond en energie-efficiënt bouwen en renoveren. Dit kunnen passiefhuis-concepten of andere lowtech-ontwikkelingen zijn, maar ook biobased projecten.
Tijdens het congres konden de bezoekers verschillende presentaties bijwonen en een mini-beurs met uiteenlopende bedrijven bezoeken. Een van de presentaties kwam van Peter-Paul Smoor van het bedrijf Núna Energy. Hij is mede-auteur van de ‘Handreiking netbewuste energieconcepten voor nieuwbouwwoningen’ en ging op het congres dan ook verder in op dat rapport.
Smoor begon door uiteen te zetten welke factoren zorgen voor netbelasting. Hij noemde er twee: het verbruik van huishoudelijke apparaten en het opweksysteem voor warmte op de koudste dag van het jaar. ‘Een ontwikkelaar, bouwer of ontwerper heeft geen invloed op de eerste factor. Om die reden moeten de opdrachtgever en zijn ontwerpers zich op de tweede factor richten. Netbewuste nieuwbouw bestaat daarom uit maatregelen die een ontwikkelaar, bouwer en/of installatieontwerper kan nemen tijdens de ontwerp- en realisatiefase om de impact op de transportcapaciteit van het stroomnet te beperken’. Met die conclusie leidde Smoor een uiteenzetting in waarbij hij liet zien met welke concepten je die belasting het beste kunt vermijden.

14 02

Bepalende aspecten

Volgens Smoor zijn er drie aspecten te onderscheiden die bepalend zijn voor de elektriciteitsvraag van een woning. Deze zijn allemaal gerelateerd aan het warmte-opweksysteem. De eerste is de piekvraag in een woning. Die piekvraag wordt bepaald, en is dus ook te beïnvloeden, door:
• de thermische schil en het ventilatiesysteem,
• de compactheid van de woning,
• de thermische massa van het gebouw,
• de oriëntatie.

Door op deze onderdelen de juiste keuzes te maken, kun je de piekwarmtevraag beperken tot 25 - 30 Wth/m2 gebruiksoppervlak. De ‘juiste keuzes’ zijn dan onder meer de isolatiewaardes van vloer, gevel en dak volgens het BBL, de isolatiewaarde van de ramen op 1,4 W/m2K en altijd balansventilatie met wtw.

Het tweede aspect is de efficiëntie van de opwekmethode. Er zijn drie factoren die deze efficiëntie kunnen beïnvloeden:
• keuze voor de energiebron: bodem of lucht,
• kwaliteit van de warmtepomp,
• uitgangspunt: geen elektrisch element.

Bij de keuze voor buitenlucht als bron ligt de COP van de warmtepomp bij een buitentemperatuur van -10 °C tussen de 2,4 en 3,0. Kies je voor de bodem als duurzame bron, dan ligt de COP tussen 4,5 en 5,5. Volgens Smoor is het belangrijk om een warmtepomp te selecteren die, ook bij lage temperaturen, geen elektrisch element gebruikt om te verwarmen.

Tot slot wijst hij op het derde bepalende aspect, slimme sturing en opslag. Ook hier zijn er drie manieren om dit onderdeel te beïnvloeden:
• gebruik een buffer of boiler voor warm tapwater,
• zorg voor het gespreid laden van de warmtapwaterbuffer,
• schakel de warmtepomp tijdelijk uit tijdens de avondpiek.

14 03Menukaart A uit de ‘Hand­reiking Netbewuste energieconcepten voor nieuwbouwwoningen’.

Menukaarten

‘De prestatienorm voor netbewust bouwen berekenen we op dit moment op basis van de eerste twee aspecten’, vertelde Smoor. ‘Het derde aspect nemen we daarin vooralsnog niet mee.’ Voor het rapport stelden Smoor en zijn mede-auteurs energieconcepten samen die bestaan uit een praktische set maatregelen, waarmee de ontwerper de piekbelasting van nieuwbouwwoningen op woning- en gebiedsniveau structureel kan verlagen. ‘We hebben de energieconcepten overzichtelijk weergegeven in de vorm van drie menukaarten. Deze geven per energieconcept inzicht in de bandbreedte van de piekbelasting en stichtingskosten.’
‘We maken in de handreiking gebruik van bestaande technieken die we in de nieuwbouw al toepassen. Door deze technieken slim te combineren, kan de markt flinke stappen zetten in het verlagen van de piekvraag. Zouden we minder gangbare maatregelen en innovaties als slimme sturing breder toepassen, dan kunnen we zelfs nóg netbewuster bouwen.’
De drie menukaarten maken zowel de netbelasting als de meerkosten van de verschillende energieconcepten inzichtelijk. Er is een menukaart voor grondgebonden eengezinswoningen met een individuele warmtepomp, één voor appartementen met een individuele warmtepomp en één voor appartementen met een collectieve warmtepomp. Deze menukaarten zijn voor iedereen beschikbaar in de genoemde handreiking.

‘De drie menukaarten maken zowel de netbelasting als de meerkosten inzichtelijk’

Renovatieprojecten

Maar niet alleen in nieuwbouwprojecten vormt netcongestie een obstakel. Juist renovatieprojecten lopen vertraging op of komen überhaupt niet van de grond, omdat de netbeheerder de aansluiting niet kan verzwaren. Toch is die vertraging vaak niet nodig, blijkt uit het rapport ‘Netbewust renoveren en elektrificeren’ dat Stroomversnelling in april uitbracht. Het rapport is een leidraad die met name woningcorporaties helpt met netbewust verduurzamen.
Het rapport geeft adviezen op basis van praktijkdata. Daardoor is het primair gericht op all-electric woningen, omdat daarvan de meeste praktijkdata beschikbaar zijn en daar ook de grootste problemen ontstaan. Voor de toekomst bestaat de nadrukkelijke wens om ook de werkelijke netbelasting van collectieve systemen (zoals warmtenetten) op basis van monitoringdata inzichtelijk te maken.
Uit de geanalyseerde praktijkdata blijkt dat de totale afnamepiek van een woning met individuele warmtepomp naar verwachting 1,7 kW bedraagt. Dit is een gemiddelde, berekend over een groep woningen en per 100 m2 in een koud klimaatjaar (1991, met een minimum effectieve daggemiddeldetemperatuur van -12,3 °C). Dit komt overeen met een belasting van 17 W/m². De netbelasting is daarmee significant lager dan eerdere verwachtingen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De onderzochte woningen voor de praktijktest hebben een gemiddelde warmtevraag van circa 51 kWh thermisch/m2jaar. Dit wil zeggen dat ze goed zijn geïsoleerd. Wel blijkt de warmtevraag in het hele project te variëren van 18 tot 126 kWh thermisch/m²/jaar, afhankelijk van isolatieniveau en woningtype.

14 04Sunrise-IR is een vierjarig onderzoeksproject naar infraroodverwarming in sociale huurwoningen, gericht op comfort en prestaties.

Vier maatregelen

De onderzoekers namen vier relevante maatregelen onder de loep die de netbelasting kunnen beperken. Van al die maatregelen stelden ze vast met hoeveel procent deze de piekbelasting kunnen verlagen. Ook keken ze wat de investeringskosten waren en of ze technisch eenvoudig te implementeren zijn.

1. Verlagen van de warmtebehoefte door isolatie, kierdichting en ventilatie. Deze maatregel verlaagt de piekbelasting met 10 tot 15 procent. Het vraagt een aanzienlijke investering, maar levert ook meer comfort en een lagere energierekening op.
2. Prioriteren van de inductiekookplaat boven de inzet van de warmtepomp, oftewel load balancing. Deze maatregel verlaagt de piek met ongeveer 5 tot 10 procent tijdens de spits. De kosten hiervan zijn laag en het is technisch relatief eenvoudig te realiseren.
3. Spitsmijden van de warmtepomp via slimme sturing. Deze maatregel kan het piekverbruik in de spits tot 40 procent verlagen. De kosten zijn relatief laag, maar het vereist wel een goede afstemming in het systeem. Dit kan het comfort van de bewoner beïnvloeden. De onderzoekers schrijven dan ook dat nader onderzoek naar de comforteffecten wenselijk is.
4. Kiezen voor een bodemwarmtepomp in plaats van een lucht/water-warmtepomp. Het grote voordeel is een hoger rendement tijdens koude dagen. Dit verlaagt het piekverbruik met 10 tot 20 procent. Het vergt wel middelhoge tot hoge kosten en het is in de bestaande bouw lastig te realiseren.

Aanbevelingen

Zou je deze maatregelen zoveel mogelijk tegelijk toepassen, dan is de netbelasting in een wijk tot 50 procent te beperken ten opzichte van een standaard all-electric renovatie zonder aanvullende maatregelen. Het belangrijkste bezwaar is echter dat de investeringen voor de gebouweigenaar zijn, maar de financiële baten niet of nauwelijks. Dit maakt het voor gebouweigenaren lastig om deze maatregelen grootschalig toe te passen zonder aanvullende financiële prikkels of beleid, aldus de onderzoekers. Zij denken daarom dat stimulering door de overheid belangrijk is om netbewuste maatregelen aantrekkelijker te maken voor gebouweigenaren.
Een andere aanbeveling is om in te zetten op zowel structurele monitoring van het energiegebruik door woningcorporaties, als op monitoring van de netbelasting door netbeheerders. Zij kunnen hier dan transparant over communiceren. Tot slot is het belangrijk om maatregelen zoals spitsmijden verder te ontwikkelen en te normeren.
In alle gevallen is de aanbeveling om bij een ontwerp voor renovaties tenminste het prestatieniveau ‘netbewust’ te ambiëren, en waar mogelijk het niveau ‘netvriendelijk’. Dit leidt op maatschappelijk niveau tot vermindering van netcongestie, lagere kosten voor de elektriciteitsinfrastructuur en versnellingsmogelijkheden voor toekomstige projecten.

14 05Prioriteren van de inductiekookplaat boven de warmtepomp (load balancing) verlaagt de piek tijdens de spits met ongeveer 5 tot 10 procent.

Infraroodverwarming

Tijdens het Lowtech congres lieten verschillende marktpartijen concreet zien hoe zij met hun technieken de piekbelasting zo klein mogelijk maken. Een mooi voorbeeld is het Sunrise IR-concept dat de bedrijven Zehnder en Welnu Infraroodverwarming presenteerden. Sunrise-IR is ook een vierjarig onderzoeksproject van de TU Delft naar infraroodverwarming (IR) in sociale huurwoningen, gericht op comfort en prestaties. In het project vergelijken de onderzoekers woningen met een lucht/water-warmtepomp met woningen waarin infraroodverwarming en een Flamco PCM-boiler zijn geïnstalleerd.
Uit het vooronderzoek blijkt dat de TCO (total cost of ownership) van het Sunrise IR-concept 10 tot 37 procent lager ligt. ‘In 99 procent van de gevallen kunnen wij in een standaard corporatiewoning met een 1 x 35 A elektriciteitsaansluiting in alle leefruimtes de infraroodverwarming ophangen, de e-boiler aansluiten en de balansventilatie en inductiekookplaat installeren’, vertelt Paul van Uum van Welnu Infraroodverwarming. ‘Wij leveren bij dit concept een slimme besturing die de verwarming en aansturing van de boiler zodanig op elkaar afstemt dat we altijd binnen de aansluitcapaciteit blijven.’

Balansventilatie

Sinds oktober 2025 loopt een onderzoek naar het energiegebruik van tien huishoudens met het Sunrise IR-concept. In de eerste maanden (oktober tot en met februari 2026) ligt het gemiddelde elektriciteitsgebruik per maand voor verwarming op 253 kWh en voor tapwater op 275 kWh. Maar de verschillen per gezin zijn groot. Er zijn gezinnen die nog geen 140 kWh voor verwarming en minder dan 100 kWh voor tapwater gebruiken, terwijl dit bij andere wel 300 kWh voor verwarming en 500 kWh voor tapwater is.
Van Uum: ‘De insteek van het onderzoek is dat we de bewoners in het eerste jaar nog geen aanwijzingen of informatie geven. Zo kunnen we het verschil in gedrag goed in kaart brengen. Later zullen de onderzoekers via onder meer een benchmark bekijken hoe we hun gedrag kunnen beïnvloeden. De gezinnen die het meest efficiënt met energie omgaan, blijken nu al de ruimtes selectiever te verwarmen en te gebruiken. In het algemeen ervaren bewoners infraroodverwarming als comfortabel en waarderen ze de snelle en efficiënte opwarming van ruimtes.’
Een belangrijke rol in het Sunrise IR-concept is weggelegd voor de Zehnder Overflow-techniek. Deze vorm van innovatieve balansventilatie, speciaal voor de bestaande bouw, gebruikt overstroom tussen ruimtes voor een eenvoudig en materiaalbesparend ventilatiesysteem in woningen. Deze technologie vermindert de warmtevraag, is snel te installeren en draagt bij aan renovaties zonder grote overlast. Uiteindelijk zorgt de combinatie van lokale IR-verwarming en balansventilatie voor veel comfort en energiebesparing. Daarmee vormt dit een alternatief voor standaard warmtepompconcepten, waarmee gebruikers piekverbruik kunnen vermijden.

Bronnen
1. Smoor P., Voskuilen R. van, ‘Handreiking Netbewuste energieconcepten voor nieuwbouwwoningen’, Núna Energy / Bureau Buitenklank, Hilversum / Utrecht, 2025
(zie bit.ly/VVplus-netbewustbouwen).
2. Verduijn S., Witkamp M., Dickinson N., Izeboud P., Cramwinckel Z., Rapport Netbewust renoveren en elektrificeren’, Stroomversnelling, Utrecht, 2026
(zie bit.ly/VVplus-netbewustrenoveren).

Tekst: Rob van Mil
Fotografie: Getty Images, Netbeheer Nederland, Welnu Infraroodverwarming

Meer weten over innovatieve technieken en ontwikkelingen?
Meld u dan nu aan voor onze gratis nieuwsbrief.