VV08 Omslag 600
9 september 2021

Ondanks recordgroei warmtepompen blijft klimaatdoel onzeker

Nationaal Warmtepomp Trendrapport

warmtepomp business days-webPresentator Christian Sparborth tijdens de Warmtepomp Business Day in het Bimhuis in Amsterdam

In 2020 kwamen er 62.000 nieuwe warmtepompsystemen bij en naar verwachting is de totale marktomvang aan het einde van 2021 met 64% toegenomen ten opzichte van eind 2019. Toch lijkt deze groei te laag om de doelstelling van het Klimaatakkoord te halen. Daarin staat dat in 2030 tenminste 1,3 miljoen warmtepompsystemen geïnstalleerd moeten zijn.

Dat zijn de belangrijkste conclusies uit het Nationaal Warmtepomp Trendrapport dat op 8 september werd gepresenteerd in het Bimhuis in Amsterdam. Onderzoeker Giel Janssen van Dutch New Energy Research legde bij de presentatie uit dat deze 1,3 miljoen warmtepompen nodig zijn om in 2030 de uitstoot van CO2 in de gebouwde omgeving met 3,4 Megaton naar beneden te brengen.

Full-electric

Een groot deel van het aantal geïnstalleerde warmtepompen in 2020 was full-electric (80 %); een veel kleiner deel (13 %) betrof hybride systemen. Van het totaal aantal geplaatste warmtepompen nemen de lucht-watersystemen met 80 % een belangrijk aandeel in. Janssen gaf aan dat de prognose voor 2021 is dat het aantal geplaatste warmtepompen wederom licht zal stijgen naar 70.000, waarvan het overgrote deel in de woningbouw. Hij tekende daarbij aan dat als je kijkt naar het geïnstalleerd vermogen de utiliteit verantwoordelijk is voor ruim een derde.

Redenen voor groeivertraging

In dit groeitempo gaan we volgens Janssen de komende 9 jaar niet het benodigde aantal van 1 miljoen warmtepompen plaatsen om de doelstellingen in het Klimaatakkoord te halen. De onderzoeker van DNE Research ziet drie belangrijke redenen die verantwoordelijk zijn voor deze groeivertraging. Ten eerste zijn dat de afgelopen jaar aangescherpte geluidsnormen voor buitenunits van lucht-warmtepompen. Als fabrikanten er al in slagen deze geluidsreductie te realiseren, dan blijft daar altijd nog de maatschappelijke scepsis bij de consument die de overstap op deze vermeend lawaaiige opwekkers van warmte en koeling remt. Ten tweede ziet Janssen dat op meerdere plekken in het land het aantal boringen voor grondwatersystemen stagneert vanwege een mogelijke verstoring van de grondwaterkwaliteit. Een derde horde noemde hij de business case voor plaatsing in bestaande woningen. Weliswaar zorgt een combinatie van een warmtepomp met pv voor een positieve business case, met name door de nu nog geldende salderingsregeling, maar kan de terugverdientijd onder druk komen te staan bij afbouw van de salderingsregeling vanaf 2023.

Capaciteitstekort op het net

Een andere bedreiging is dat er überhaupt onvoldoende capaciteit is op het elektriciteitsnet om alle groene stroom die nodig is voor het laten draaien van de warmtepomp, te absorberen. Dat laatste geldt zeker voor woningen en gebouwen die overstappen op all-electricsystemen. De conclusie van het warmtepomprapport is dan ook dat hybride oplossingen, die in 2020 goed waren voor slechts 13 % van het aantal plaatsingen, de komende 10 jaar een oplossing kunnen zijn om het ‘gat’ naar 2030 alsnog te dichten.

Verslimming van het elektriciteitsnet

Janssen gaf overigens aan dat vergroting van de netcapaciteit zeker noodzakelijk is, maar dat een van de aanbevelingen in het rapport ook is te werken aan een verslimming van de systemen waardoor er een betere balans is tussen vraag en aanbod van (groene) stroom. Roy Roesink van Enpuls was dat later op de middag volledig met hem eens. De projectleider van de organisatie die de energietransitie aanjaagt, gaf aan dat die verslimming onder andere inhoudt het inbrengen van niet alleen warmtepompen in een huis, maar ook elektrische boilers, batterijen, elektrische auto’s en nog veel meer elektrische apparaten die allemaal aan één grid hangen en zorgen voor een balancering van de vraag en aanbod van groene energie.

‘We moeten alles doen om te voorkomen dat we opwekkers moeten uitzetten.’

‘We moeten alles doen om te voorkomen dat we opwekkers moeten uitzetten. Daarom moeten we alles in huis - en nog beter: in de wijk - met elkaar verbinden. Maar op korte termijn dring ik bij de fabrikanten in ieder geval aan op warmtepompen die op afstand kunnen worden aangestuurd en vind ik dat we consumenten moeten stimuleren hun eigen opwek zoveel mogelijk zelf te gaan gebruiken. Netbeheerders kunnen daarin een rol spelen met gedifferentieerde transporttarieven en variabele leveringstarieven.’

Nog steeds dubbele cijfers

Frank Achterberg, voorzitter van de Vereniging Warmtepompen, vertelde in een eerste reactie op de resultaten van het onderzoek dat hij niet schrikt van de conclusie dat het ‘te langzaam’ gaat. ‘De groei zit nog steeds in de dubbele cijfers, dus die lichte daling van de groei die de onderzoekers vaststellen, vind ik niet zorgwekkend.’ Agterberg wees er ook op dat als je de groei uitdrukt in euro’s in plaats van aantallen, de business van warmtepomp nu al groter is dan die van gasketels. ‘En’, zo betoogde hij, ‘we moeten niet vergeten dat de warmtepompmarkt (een techniek die al 100 jaar bestaat) zich tot 2016 geheel autonoom heeft ontwikkeld. Pas sinds die tijd is de warmtepomp in beeld gekomen als een belangrijke techniek die de energietransitie moet versnellen. De spanning in onze sector is dat het allemaal héél snel moet. We hebben nauwelijks de kans gekregen om de normale productcyclus te doorlopen waarbij een warmtepomp eerst door “early adaptors” wordt omarmd om uiteindelijk uit te groeien tot een techniek die door de massa wordt omarmd. Van onze industrie wordt verwacht dat wij in een handomdraai heel Nederland maar even overzetten van de gasketel op de warmtepomp.’

Niet ieder voor zich

Agterberg gaf ten slotte ook aan dat de ontwikkeling van de warmtepompmarkt méér vraagt dan alleen maar een technisch goed product. ‘Neem nou het voldoen aan de strengere geluidseisen. Dat is geen apparaatnorm, maar een norm waarvoor ook installateurs en bouwers hun best moeten doen om eraan te voldoen’, aldus Agterberg die ook nog de banken en vastgoedontwikkelaars noemde als ketenpartijen die de versnelling van het aantal warmtepompen in de gebouwde omgeving moeten helpen realiseren.

EZK ziet ook belangrijke rol voor hybride systemen

Esther Pijs, directeur Warmte & Ondergrond bij het ministerie van EZK was ook uitgenodigd als spreker tijdens de dag. Zij vertelde dat de gemeentelijke Transitievisies Warmte (TVW) de komende jaren richting gaan geven voor welke alternatieve techniek in welke wijk en op welk moment gekozen gaat worden. Dat kunnen warmtepompen of warmtenetten, zo gaf ze aan, maar Pijs ziet ook een belangrijke rol weggelegd voor de vanuit klimaatoogpunt op het eerste gezicht suboptimale keuze voor hybride systemen. ‘In de enorme opgave die ons te wachten staat tot 2030 en uiteindelijk 2050 kunnen we niet wachten op de ideale techniek waarmee we de terugdringing in een paar jaar kunnen realiseren. Die is er gewoon nog niet en daarom vind ik het belangrijk nu te starten en voor hybride te gaan als dat kan.’ Pijs maakte ook nog even van de spreektijd gebruik om erop te wijzen dat er nog 40 miljoen euro in de ISDE-pot zit voor dit jaar. ‘Het zou zonde zijn als we die euro’s niet benutten dit jaar.’

rapport warmtepomp trendrapport.JPG

Het Warmtepomp trendrapport is vanaf nu te downloaden op https://www.duurzaamverwarmd.nl/trendrapport/