23 december 2025
Waarom warmtenetten in Nederland moeizaam van de grond komen
Lessen uit de vergelijking met Denemarken
Woningaansluitingen in Denemarken worden meestal aan de buitenzijde en bovengronds gerealiseerd. Ingrijpende inpandige werkzaamheden - zoals in Nederland - zijn daardoor vaak niet nodig.
Denemarken wordt algemeen gezien als een voorbeeldland op het gebied van warmtenetwerken. Reden voor de Stichting Warmtenetwerk en TNO om een analyse uit te voeren maar de oorzaken van de verschillen, om op basis daarvan te kijken wat Nederland kan leren van de Deense aanpak. De belangrijkste conclusie: de stagnatie van warmtenetten in Nederland is niet het gevolg is van een gebrek aan vakmanschap of technische kennis. Het verschil zit vooral in de spelregels.
Warmtenetten spelen een sleutelrol in de verduurzaming van de gebouwde omgeving, maar in Nederland komt de uitrol ervan moeizaam op gang. Projecten worden uitgesteld of afgeblazen omdat het kostenniveau voor eindgebruikers onvoldoende aantrekkelijk is, zelfs wanneer bestaande subsidies maximaal worden benut. Regelmatig wordt daarbij gewezen naar Denemarken, waar warmtenetten al decennialang gemeengoed zijn en tegen aanzienlijk lagere kosten lijken te worden gerealiseerd. De vergelijkende analyse van de Stichting Warmtenetwerk en TNO laat zien dat het verschil niet zozeer zit in technische kennis, maar vooral in de manier waarop warmtenetten zijn georganiseerd, gefinancierd en maatschappelijk gepositioneerd.
In Denemarken is een warmtenet een publieke nutsvoorziening
In Denemarken maken warmtenetten al sinds de jaren zeventig integraal deel uit van het nationale energiesysteem. Ongeveer zeventig procent van de huishoudens is aangesloten op een warmtenet, dat daar wordt gezien als een publieke nutsvoorziening. Warmtebedrijven werken volgens een non-profitprincipe en gemeenten spelen al decennia een centrale rol in de planning en ontwikkeling. Warmtenetten worden niet opgezet als losse projecten, maar als infrastructuur die meegroeit met de stad en zich aanpast aan toekomstige warmtebronnen en uitbreidingen. Die langetermijnvisie zorgt ervoor dat investeringen worden gedaan met het oog op schaalbaarheid, flexibiliteit en systeemintegratie, bijvoorbeeld met het elektriciteitsnet via warmteopslag en power-to-heat.
Warmtenetten in Nederland
In Nederland worden warmtenetten vooral gezien als een manier om woningen van het aardgas af te halen. Tegenwoordig zijn ongeveer 600.000 woningen aangesloten op een warmtenet (CBS, 2025). Volgens de doelstellingen in het Klimaatakkoord (2019) moeten tot 2030 nog eens 500.000 bestaande woningen extra op een warmtenet worden aangesloten. Die doelstelling is inmiddels bijgesteld naar 200.000 (PBL, TNO, CBS, RIVM, 2025). De maatschappelijke acceptatie van warmtenetten in Nederland is volgens de analyse ‘complex en afhankelijk van lokale omstandigheden’. Technische ontwikkelingen in Nederland richten zich vooral op duurzame warmtebronnen en netten met een lagere temperatuur.
Beperkte standaardisatie
In Nederland is de rol van warmtenetten wezenlijk anders. Hier worden ze vooral ingezet als instrument om woningen van het aardgas af te halen en om op korte termijn CO₂-reductie te realiseren. Dat leidt tot een sterk projectmatige aanpak, vaak rondom één specifieke warmtebron. Opschaalbaarheid, toekomstige koppelingen en integratie met andere energiedragers krijgen daarbij minder aandacht. Voor installateurs en aannemers betekent dit dat vrijwel elk project maatwerk is, met beperkte standaardisatie en weinig mogelijkheden om ervaring uit eerdere projecten efficiënt toe te passen. Dat vergroot de complexiteit en drijft de kosten op.
Onzekerheid over aansluitingsgraad
Ook de institutionele inrichting verschilt fundamenteel. In Denemarken is gemeentelijke regie helder en stabiel, en bestaat er een lange traditie van aansluitplicht of een sterke norm om aan te sluiten op het warmtenet. Dat biedt zekerheid over het aantal aansluitingen en daarmee over de inkomstenstroom. In Nederland geldt keuzevrijheid en opt-in, wat leidt tot onzekerheid over de uiteindelijke aansluitgraad. Gemeenten hebben weliswaar een regierol gekregen via de Wet collectieve warmte, maar de praktische invulling daarvan verschilt sterk per gemeente. Voor uitvoerende partijen betekent dit telkens andere eisen aan aanlegdiepte, tracékeuze en woningaanpassingen, wat leidt tot hogere proceskosten en langere doorlooptijden.
Financiering en subsidies
Een belangrijk verschil zit ook in de financiering. In Denemarken worden warmtenetten vrijwel volledig gefinancierd met vreemd vermogen tegen lage rente, vaak met gemeentelijke garanties. Hierdoor blijven de kapitaallasten beperkt en is de businesscase robuust. Subsidies spelen een ondergeschikte rol en zijn vooral gericht op innovatie of risicoreductie. In Nederland daarentegen is de ontwikkeling van warmtenetten sterk afhankelijk van een versnipperd subsidielandschap. Voor verschillende onderdelen van een project moeten afzonderlijke subsidies worden aangevraagd, elk met eigen voorwaarden en onzekerheden. Dit leidt niet alleen tot hogere proceskosten, maar kan ook technische keuzes sturen die niet altijd kostenefficiënt zijn, zoals het overdimensioneren van installaties om aan subsidiecriteria te voldoen.
Technisch complexer en duurder
Op technisch en uitvoerend vlak laat Denemarken zien wat standaardisatie kan opleveren. Daar wordt veel gewerkt met twin pipes en kunststofleidingen, is de aanlegdiepte geringer en zijn tracés eenvoudiger ontworpen. Woningaansluitingen worden meestal aan de buitenzijde en bovengronds gerealiseerd, waardoor ingrijpende inpandige werkzaamheden vaak niet nodig zijn. Voor installateurs betekent dit snellere montage, minder afstemming met bewoners en een lagere foutgevoeligheid. In Nederland is de woningaansluiting vrijwel altijd inpandig, wat het werk complexer, tijdrovender en duurder maakt, zeker in bestaande bouw.
Maatschappelijke discussie
Naast kosten en techniek speelt ook de maatschappelijke context een grote rol. In Denemarken is het vertrouwen in warmtenetten groot, mede doordat ze al generaties lang deel uitmaken van het dagelijks leven en omdat tarieven transparant en non-profit zijn. Warmte wordt gezien als een collectieve voorziening, vergelijkbaar met drinkwater of elektriciteit. In Nederland is dat vertrouwen minder vanzelfsprekend. Warmtenetten worden regelmatig geassocieerd met hoge tarieven, beperkte keuzevrijheid en commerciële belangen. Dat leidt tot intensieve participatieprocessen en langdurige discussies, die de onzekerheid vergroten en projecten verder vertragen.
In Nederland zijn de spelregels anders
De vergelijking met Denemarken laat zien dat de stagnatie van warmtenetten in Nederland niet het gevolg is van een gebrek aan vakmanschap of technische kennis. Die zijn in ruime mate aanwezig, ook bij installateurs en aannemers. Het verschil zit vooral in de spelregels. Waar Denemarken warmtenetten behandelt als publieke infrastructuur met lage risico’s en stabiele financiering, opereert Nederland in een complex kader van subsidies, regelgeving en projectmatige besluitvorming. Zolang die structurele verschillen blijven bestaan, zullen warmtenetten in Nederland moeilijk concurrerend worden, hoe efficiënt de uitvoering ook is.
Duidelijke keuzes op beleidsniveau
Voor de installatiebranche ligt hier een belangrijke uitdaging, maar ook een kans. Meer standaardisatie, eenvoudiger aansluitconcepten en nauwere samenwerking met gemeenten en netbeheerders kunnen bijdragen aan kostenverlaging en snellere realisatie. Tegelijkertijd vraagt dit om duidelijke keuzes op beleidsniveau over de rol van warmtenetten in het energiesysteem. Pas als die helder zijn, kan de sector haar vakmanschap optimaal inzetten om warmtenetten op grote schaal betaalbaar en uitvoerbaar te maken.
Lees hier het rapport: NWN-en-SWN_kostenvergelijking-tussen-Nederland-en-Denemarken.pdf