Omslag_VV06 200
4 juli 2019

Warmtepomp maakt geluid, geen lawaai

Daikin2Vlnr: Frank Achterberg (DHPA) en Sander Kleine (Daikin) geven uitleg aan de Kamerleden Jessica van Eijs (D66), Daniel Koerhuis (VVD) en Erik Ronnes (CDA) onder toeziend oog van Barry Top van woningcorporatie De Woonplaats (foto: De Woonplaats, Enschede)

Volgens het Klimaatakkoord moeten in 2050 alle Nederlandse woningen ‘van het gas’. De weerstand bij burgers om over te stappen op de warmtepomp is groot door het hardnekkige misverstand dat deze zoveel lawaai maken. ‘Onterecht’, zegt Henk Kranenberg van Daikin die enkele Kamerleden uitnodigde op een project om het geluid met eigen oren te ervaren. ‘Een warmtepomp maakt geluid, maar dat is iets anders dan lawaai.’

Een wetsvoorstel van minister Kajsa Ollongren (BZK) moet het geluid van buitendelen van warmtepompen aan banden leggen. Fabrikanten vinden de nieuwe norm die de minister wil stellen - 40 dB(A) - onrealistisch en onhaalbaar. ‘Alle warmtepompen die nu worden geproduceerd en in de afgelopen jaren reeds zijn geplaatst, zouden daarmee ineens niet meer zijn toegestaan’, zegt Kranenberg. ‘Bovendien’, zo vervolgt hij, ‘is het geluid van een warmtepomp vergelijkbaar met dat van een koelkast. Heeft iemand het daar ooit over?’

Rondleiding Kamerleden

Samen met de branchevereniging DHPA leidde Daikin een aantal Tweede Kamerleden rond bij enkele projecten in Enschede om bij diverse warmtepompopstellingen met eigen oren het geluidsniveau te ervaren. ‘Het laagst gemeten omgevingsgeluid’, vertelt Kranenberg, ‘lag op 47,5 dB(A). Dan hebben we het over geritsel van boombladeren in de wind. Een koffiezetapparaat of elektrische tandenborstel produceert ongeveer 60-7- dB(A)’, relativeert hij het “lawaai” van een warmtepomp.

Realistisch en uitvoerbaar

Daikin is absoluut voorstander van regulering en regelgeving, maar het moet wel realistisch en uitvoerbaar zijn. Kranenberg: ‘We hopen dat het bezoek van de Kamerleden in elk geval leidt tot kritische vragen voor de minister en dat zij het wetsvoorstel nog eens goed bekijkt en aanpast. En niet alleen omdat wij als warmtepompfabrikanten daarmee geholpen zijn, maar vooral om consumenten en ook bijvoorbeeld woningcorporaties niet verder op kosten te jagen in de energietransitie.’

Duitsland als voorbeeld

Kranenberg vindt dat de minister ook een kijkje over de grens moet nemen. ‘In Duitsland is er sinds enkele jaren al zeer goede en duidelijke regelgeving die branchebreed door alle partijen wordt gedragen en nagekomen. De geluidsnorm die daarin is opgenomen ligt overdag op 50 dB(A) en kent lagere waarden ‘s nachts en op plekken die extra geluidsgevoelig zijn. Ook de uitvoerbaarheid is goed geregeld met een meetnormering. In het Nederlandse wetsvoorstel ontbreken veel van die zaken. Vandaar ook dat niet alleen fabrikanten, maar ook installateurs en vastgoedeigenaren zich uitspreken tegen dit voorstel’.